Part of me

Steeds vaker besef ik dat ik voorgoed niet meer in deze wereld pas. Contact met anderen is ingewikkeld. Ik ben veranderd. Mijn leven is zo anders. Wat voor mij gewoon is geworden, is voor vreemden schokkend. Wat voor anderen normaal is, is voor mij niet meer van toepassing. Met mij omgaan is denk ik niet gemakkelijk. Ik praat over Alex* alsof het van een ander is, zo makkelijk en vol Liefde en Trots, maar ook alsof ik over een film praat, emotieloos. De verborgen pijn die ik misschien niet altijd laat zien is deel van mij. De pijn ben ik inmiddels gewend. Het verdriet zit ingebouwd. Wat niet went is hoe anderen het zien of verwachten. Want vaak denk ik, “ben ik dan wel normaal?” en het maakt communiceren niet eenvoudig. Voor mij geld:

Het is niet een plekje geven, maar je erbij neerleggen. En het is ook niet accepteren, maar er wel vrede mee hebben. Ik heb het niet verwerkt, maar ik leer er mee omgaan. Deze nuances maken voor mij alles uit. Zeker leven met een regenboogkindje maakt alles nog gecompliceerder. Schuldgevoel en vergelijken, sterk gemis, maar ook zo dankbaar en gelukkig. Brian is geen vervanging, maar hij laat de zon wel weer schijnen. Alex* komt nooit meer terug, ik heb dat niet geaccepteerd, maar ik kan het er wel bij laten. Het rationele deel in mij weet dat we vooruit moeten en dat hij ook nooit meer terug kómt. Ik weet het. En ja dat maakt me nog steeds boos, verdrietig en gefrustreerd, maar het IS nou eenmaal gewoon niet anders. Gewoon voor ons is nu dat hij er níet is en dat is iets wat ik steeds meer ga begrijpen. Hij is nu op een andere manier in ons leven verweven, anders dan we van te voren hadden gedacht. En dat is dan weer het erbij neerleggen, het anders vasthouden. Een nieuwe invulling, een ander doel, maar zeker niet ‘het een stilstaand plekje gegeven’. Alex* leeft namelijk in ons voort, leeft met ons mee, op zijn en onze manier. Met de boom, de foto’s die ik laat zien, de spulletjes die ik koop en vernieuw, ook al groeit hij zelf niet. Hij groeit in mij en vooral IK groei. Iedere dag. Hij heeft mij zoveel gegeven. En dat is het er mee leren omgaan. Ik vind manieren om het verlies te dragen. Om het mee te nemen in mijn zijn en mijn dagelijks leven, er iets moois van te maken. Ik ben mooier geworden, mijn gezin is mooi en mijn relatie is mooi. Zeker nu Brian er ook bij gekomen is…!

Maken woorden dan een verschil? Ja, voor mij wel. Mijn schuldgevoel laat namelijk niet toe dat ik het accepteer, het een plekje geef of verwerk. Mijn liefde zorgt ervoor dat ik over hem praat. Alex* is namelijk mijn eigen vlees en bloed en hij had hier bij ons moeten zijn. Dat is onmogelijk te behappen, niet te accepteren. Hij is er niet, mijn zoon, ik zijn moeder. Tonnen liefde had ik aan hem willen geven. Diep verdriet om dat gemis. En liefde geef ik nu ook, op mijn manier, een andere manier dan ik zou willen en had voorspeld, maar wel liefde, in woord en daad. Pijn? Ja! Maar ook lust en liefde voor het leven en voor nieuwe invulling, zo mooi en goed als ik kan. Voor hem.

Soms snappen mensen niet hoe ik het ervaar of hoe ik er mee om ga. Ik ben een vreemde. De éen verwacht dat rouw stopt en dat ik het dus kan afsluiten (nooit). En bij anderen lijkt het dan wel weer alsof men verwacht dat ik nog steeds in tranen uit barst als ik het erover heb. Of dat ik niet van Brian kan genieten (of juist MOET genieten). Maar dat doe ik wel! En ik huil niet altijd meer om Alex*. En ik praat heel graag over hem, terwijl anderen dat juist niet prettig vinden of denken dat ik dat niet wil/kan. Ben ik dan vreemd of raar? Ik weet het niet.. Ik doe het zo, ik ervaar het zo.. ik kan leven zonder hem.. leven met rouw. Het is niet sterk of knap. Het moét ‘gewoon’ want het is nou eenmaal zo. Deel van mij en mijn leven.

Hij hoort bij mij

Iedereen mag het weten

Liefde is namelijk sterker dan dood

En dat wil ik niet vergeten

Het is niet erg

Je doet me geen verdriet

Ik ben juist trots

Als je me als zijn moeder ziet

Mijn kindje is er niet

En ja dat doet pijn

Maar over hem praten

Is toch ontzettend fijn!

Ik ben veranderd

Ik ben niet wie ik was

Dat heb jij me gegeven

Herrezen uit jouw as

Ik wil ook niet meer terug

Het is goed hoe het nu is

Ik kan leven zonder jou

Leven met gemis

Ik weet niet hoe en waarom

Ik had het zeker zo niet gewild

Maar door jou bestaan

Is mijn leven iets op getild

Advertisements

Sukkel

Je gaat door met je leven. Vraag me niet hoe.. ik weet het werkelijk waar niet. Het lijkt wel alsof de natuur er op bedacht is om dit soort dingen te door staan. In het begin dacht ik echt dat ik dood zou gaan aan een gebroken hart. Dat het zo’n pijn deed in die streek, dat mijn hart het gewoon zou begeven. Plus.. ergens wilde ik dat ook… ik wilde bij Alex* zijn…

Maar de tijd verstrijkt en je merkt dat je blijft leven. Alle eerste keren zijn zwaar, maar je gáat weer leven. Je hebt geen keus, je moet wel. Mijn hart bleef doortikken…

En nu lijkt het inmiddels of het ons niet gebeurd is. Alsof het een nare nachtmerrie is. Alsof het een slechte film is. Ik weet niet wat het is, maar dat voelt ook niet goed. Ik wist van te voren dat Alex* op de achtergrond zou verdwijnen als Brian er zou zijn, net als dat Demian even een treetje lager ging na Alex*. En ik ben echt blij dat ik weer kan lachen en genieten, maar het voelt niet goed dat het ‘gewoon’ lijkt te worden. Hij is er niet. Punt. Dat komt ook omdat ik weet dat ik niet terug wil naar de wanhoop, pijn en vragen, maar het lijkt nu soms meer op wegstoppen dan doorgaan.

Ik ben aan het opruimen. Een soort verlate nesteldrang zorgt ervoor dat ik alles aan kant wil hebben. Babyspullen moeten weg en er moet orde komen. Alex* zijn spullen zijn netjes opgeborgen in zijn speciale gedenk-kist, maar een aantal papieren slingeren nog rond. Ik wil het opruimen. Al een hele tijd staat op mijn to-do lijstje om het opgevraagde medisch dossier te bekijken. En ik weet niet waarom, maar ineens moet ik het dan inzien. Een hele hoop moeilijke termen vliegen me om de oren. Ik weet waarom ik me afsluit, dat is namelijk beter dan alles willen weten, maar er geen kaas van gegeten te hebben. Al woorden Googlelend rijzen er nog meer vragen. Waarom was ik zo in shock? Waarom heb ik niet alles uitgevraagd? Waarom heb ik dit niet gedaan en dat niet? En en? Schuldgevoelens en nog meer vragen. Huilend zit ik inmiddels over de medische papieren. Wat ik lees? Dat het mijn schuld is. Mijn placenta, mijn diabetes gravidarum en mijn polyhydramnion… en ik, ik moet hiermee gauw mee stoppen, want dit is niet wat ik wilde. Ik wilde niet de trauma’s boven halen, de ondenkbare pijn. Ik wil gewoon mijn zoon gedenken en eren. Maar hoe doe je dat, als je de enige bent die daar nog behoefte aan heeft? Het is niet zo dat ik het leuk ofzo vind om mezelf verdrietig te maken, maar het moet. Of het nu de vermoeidheid is, een aankomende menstruatie, afscheid van de babytijd of een teleurstellende Passion op tv, het verdriet moet eruit. Want het zit er, heel diep weggestopt. En ik voel me er alleen in, omdat de wereld doorgaat en ik Brian immers toch heb? Ik zet een lachend masker op, niet zo zeer voor de buitenwereld, maar voor mezelf. Ik kan niet functioneren en voor mijn kinderen zorgen als Alex* op één staat. Ik wil een fijne moeder zijn. Moet ik dan de spullen maar ver weg stoppen? Er nooit meer naar kijken? Er niet over praten? Dat gaat toch ook niet? Mag ik nog verdrietig zijn? En hoe zorg ik dat het een beetje gecontroleerd gaat? Waarom mag Alex* niet bij ons zijn? Wat voor ventje was hij geweest? Waarom lees ik zijn dossier?

En ik ben niet de enige met vragen. Een gesprekje met Demian in de auto:

“Ik wou dat de politie dood is, dan kunnen we sneller rijden.”

‘Het is niet zo lief om iemand dood te wensen, want als je eenmaal dood bent kom je niet meer terug.’

“Ik wou dat ik dood was.”

‘Waarom?’

“Omdat ik Alex dan kan zien.”

En dan sta je met een mond vol tanden. De steken in mijn hart negerend. Ik wil het goed doen en een voorbeeld geven, maar hoe kan dat als ik zelf niet eens weet hoe het moet? Je kan wel doen alsof het er niet is, maar het IS er. Hij was er, hij is ook onze zoon. En het doet me nog steeds zoveel pijn dat hij niet mag leven bij ons in het gezin. Leven is nu écht een uitdaging geworden.

Kintsukoroi,

“To repair with gold”: the art of repairing pottery with gold or silver lacquer in understanding that the piece is more beautiful for having been broken.

Met Brian er bij voel ik me meer een gezin. Omdat ik zo blij ben dat hij er is voel ik me over het algemeen best goed (op de zware vermoeidheid na). En toch blijft het gemis van Alex* aan me knagen. In onze dagelijkse activiteiten valt het misschien niet zo op, maar met bijzondere dagen zoieso wel. En toch ook in gesprekjes met mensen over allerdaagse dingen komt Alex* zijn afwezigheid sterk naar voren. Zo is de vraag ‘hoeveel kinderen heb je?’ en de meestal daarop volgende vraag ‘hoe oud zijn ze?’ bijzonder pijnlijk en verwarrend. Met hoeveel zijn we thuis? 4? 5? Zelf ‘vergis’ ik me ook regelmatig omdat ik in het echt twee kindjes in mijn hand heb en eentje in mijn hart (dat is zo ontastbaar). Ons naambordje thuis is veranderd in “Familie van der Burg” in plaats van al onze voornamen. Hij is versiert met drie bloemetjes en een familie-boom. Demian is er inmiddels wel duidelijk over. In zijn vriendenboekjes moet ik schrijven dat hij twee broertjes heeft. En op de vraag ‘wat is je grootste wens?’ antwoord hij: ‘dat Alex* er ook is’. Als we langs een aantal gekapte bomen aan een lange laan rijden legt hij uit waarom ze om gezaagd moesten worden: ‘ze groeiden te hoog de hemel in en gingen Alex* aanvallen’. Een hele logische verklaring voor het omkappen toch? Dus ja, ook in de dagelijkse gesprekken is hij opgenomen en wordt hij gemist. Onzichtbaar voor anderen, voor ons altijd voelbaar.

Afgelopen donderdag moest ik voor het eerst weer iets voor mijn werk doen. Een congres dat 1 keer in de twee jaar verplichte aanwezigheid vereist. De vorige keer dat ik ging was dus twee jaar geleden, 3 maanden na Alex*. Op het moment dat ik vroeg de auto in stap komt dat knagende gevoel boven. Omdat ik in Zoetermeer werk hoef ik bijna nooit lange afstanden te rijden en ik hoef ook nooit zo vroeg al op pad. Ik herinner me dus gelijk het gevoel wat ik 2 jaar geleden had. Toen was het namelijk ook het eerste wat ik weer na mijn verlof moest doen. Het eerste wat echt mijn concentratie vroeg na Alex* en vertoning in de menigte. Donderdag voel ik me weer even net zo verloren als toen, alleen dit keer zitten er wel twee kindjes op me te wachten. Het is ook de eerste keer dat ik Brian de hele dag achter moet laten, ook geen prettig gevoel. Dus ik rij in mijn auto al voelend en piekerend, flashbacks en bijhorende emoties passerend. Met een muziekje aan en een opkomend zonnetje, het rijden zelf vind ik altijd heerlijk, mijn “zonden” overdenkend, maar het voelt nu zo stug. Op het congres zelf gaat het best, ik voel het, ik voel het net als toen en toch is het ook anders. Er is toch in twee jaar veel veranderd. Ik ben sterker en dankbaar. Toch ben ik me constant bewust van mijn litteken(s). Mijn lichaam is nog steeds flink herstellende en zo een hele dag zitten is best zwaar, maar ook het psychische van de wond, het trekken en knagen van Alex* zijn afwezigheid is altijd aanwezig, dan weer op de voorgrond dan weer op de achtergrond. Als ik in de spiegel kijk op het damestoilet zie ik het verdriet in en rondom mijn ogen, het is met geen make-upje te verhullen (toch heb ik het geprobeerd). Een workshop Mindfulness geeft mij weer allerlei wilde ideeën over meditatie en bewegen. Naar mijn idee een goede combo tijdens rouw (depressie, stress en angst), waarbij ik anderen zou kunnen ondersteunen met mijn fysiotherapeutische kennis. De wens om verder te studeren, maar weten dat ik dat nu nog niet op kan brengen. Een andere hilarische cabaret-achtige lezing over de (cliché) verschillen tussen man en vrouw, brengt me terug naar de therapie die Michel en ik destijds samen hadden. De maatschappelijk werkster gaf ons inzicht in hoe verschillend seksen rouwen en dat communicatie daarbij de key is. Ook deze spreekster legt de nadruk op communicatie en ik voel ondanks de over-the-top grapjes herkenning maar ook trots en berusting. Weer even een ander perspectief, me rot lachen en mezelf wat minder serieus nemen. Ik een échte vrouw, Mies een echte man. Maar Michel en ik zijn sterker dan ooit te voren. Als team en individueel, Ik ben sterk. Wat dat betreft is er in twee jaar zovéel veranderd. De barstjes zullen er altijd zijn en blijven en ik ben me pijnlijk van ze bewust omdat ze knagen, maar ik geniet ook en het maakt ons ook ‘beter’. Als ik op de terugweg een bijna doodervaring heb door een afsnijdende idioot voel ik me kwetsbaar en dankbaar. Dat ging maar net goed, een fractie van een seconde, door het oog van de naald. Wij wel en Alex* niet, het is random, wij leven en proberen dat ook, zo goed als we kunnen… en we kunnen het.

Dit weekend waren we ter afsluiting van mijn verlof in Centerparcs. Anderhalf jaar geleden waren we ook in park de Eemhof. Weer een “feest” van herkenning dus omdat het niet vaak gebeurd, maar dit keer dus wel met een baby er bij. Demian weet van de vorige keer niet veel meer, tot hij opeens weet dat er olifanten-beelden in het zwembad zijn (voor dat we het zwembad betreden). Ik voel die pijnscheut. Toen geen baby, nu wel een baby, met ze 4en of 5en, zelfde locatie, minder verdriet, niet compleet, wel gelukkig. Het olifantje wat ik altijd met me mee draag. En alles komt terug, hoe ik me toen voelde en hoe ik me nu voel. Hoe zal het Demian vergaan? Wat heeft het gemis van zijn broertje voor een impact op hem? En wat zal Brian er van meekrijgen? Voordat we vertrokken gingen Michel en ik nog even naar de boom waarin alweer nieuwe knoppen zitten, ons plekje wat zo mooi en fijn is, maar die ik liever niet zou willen hebben.

Ons leven is zeer zeer complex geworden, dat is nu voornamelijk mijn conclusie en iets wat ik wil delen. Rouw en verlies, gemis en een regenboogbaby, het is ingewikkeld, dubbel.. voor ons, voor mij, voor een vrouw:

Ik ben een vrouw die alles onthoud en opslaat, elke geur en kleur, herinnering en bijhorende gevoelens. Ik ben een vrouw met sterke zintuigen, die voelt en alles wíl doorvoelen en doorleven. Ik praat en schrijf graag over mijn gevoelens en emoties, ik analyseer en ik denk. Ik maak het mezelf daarmee soms verschrikkelijk moeilijk, ik vergeet niet en ik voel. Het is zwaar, maar als ik kijk naar hoe ver ik al gekomen ben dan voel ik me trots! Elke dag is een mengeling van pijn en geluk, verdriet en blijdschap, gemis en dankbaarheid. Het is er elke dag, de littekens zijn altijd voelbaar, voor mij ook letterlijk zichtbaar (voor de buitenwereld alleen voor de oplettende kijker?). Maar ik draag ze met kracht. Alex* is ook mijn zoon, een met goud gevuld barstje in kwetsbaar porselein. De schoonheid er van.. ongekend, maar.. incompleet.

Ik kan bijna niet uitleggen hoe ik me voel, ik voel me gebroken en geheeld, ik voel me gelukkig en gepijnigd, ik voel.. zoveel, zo dubbel. Het is liefde die van mij alle ruimte krijgt, alleen is liefde soms nét niet genoeg…

Het verlies van je kind is proberen het ondragelijke dragelijk te maken. Leven met schuldgevoel en een knagende pijn, maar wel léven. Het barstje zo mooi mogelijk invullen. Alleen, met goud repareren is ook eigenlijk maar een façade… het blijft toch stuk.

Ps. Resumé, voetnoot, appendix: ‘Mama is stuk’ zegt Michel voor de grap tegen Demian tijdens het ontbijt, omdat ik voor de miljoenste keer onhandig iets laat vallen waar we samen om moeten lachen, maar waarbij Michel tot de conclusie komt dat het op dat gebied nooit meer goed zal komen met mij. Ik weet dat hij het als geintje zegt en er helemaal niets mee bedoeld, maar na het schrijven van deze blog barst ik in hysterische tranen uit (Michel schrikt er van, hormonen!). Hij legt weer even precies, zonder dat hij het weer, de nadruk op wat ik net beschreven heb en hoe ik me voel. Ik heb er een hele blog over gedaan, hij (een man) heeft maar drie woorden nodig: ‘mama is stuk’…

Water voor gedachten

Lieve schat,

Morgen is het feest. Morgen wordt je kleine broertje gedoopt in het Apostolisch genootschap. Ik ben al de hele dag in de weer. Ik heb een mooie wolkentaart gemaakt en schaapjes-cupcakes. Ik ben zo vrolijk en blij en ik begin ook weer steeds fitter te worden. Ik begin mijn oude ik weer een beetje terug te krijgen. Ik geniet weer van het leven. Maar dan met geniepige steken in mijn hart. Gedurende zo’n drukke dag kan ik die steken heel goed negeren. Ik voel ze, maar ik besteed er geen aandacht aan, ik ga door. Maar als ik vanavond uitgeblust op de bank zit met Brian in mijn armen, krijg ik een enorme huilbui. Wat ik heb genegeerd komt er toch uit. Ik kus mijn tranen van zijn natte hoofdje af en troost mezelf met zijn warme knuffels, maar het water blijft stromen. Het voelt zo zwaar en oneerlijk!!

Ik had dit ook allemaal voor jou willen doen. Al dat eten maken en er een speciaal feestje van maken. Ik had ook aan jou willen beloven je op te voeden als een mooi mens, maar we mogen je niet groot brengen! Het breekt mijn hart. Bij elke mijlpaal, elk speciaal moment, ook al is het Brian’s eerste lachje, voel ik enorme trots en blijdschap, maar tegelijk ook zo veel pijn en verdriet. Juist dus ook als ik geniet. Jij had er ook gewoon moeten zijn, ik had ook alles met jou willen meemaken. Daarentegen vraag ik me nu constant af hoe jij had geweest. Ik mis je zo erg. Het gemis is zo groot.

Jij bent niet gedoopt. Wel kwam onze voorganger meteen na het vreselijke nieuws naar het ziekenhuis om ons, mijn ouders en mijn zussen te steunen. Veel weet ik er niet meer van, ik was in shock, maar ik weet wel dat het ‘goed’ voelde. Je werd toch ‘welkom’ geheten en de volgende dag ‘opgenomen’ in de gemeenschap. Je bent niet gedoopt voor de toekomst, maar je bent wel erkent als wonder, als deel van een groter geheel. Je was ook zo mooi, zo af, maar je leefde alleen niet meer. Voor mij nog steeds een groot raadsel, een mysterie van de schepping. Waarom jij niet en Brian wel? En hoe groter het feest, hoe groter de pijn, maar ook weer groter het feest… want ik ben zo dankbaar dat Brian bij ons mag zijn, maar ik ben ook zo ontzettend verdrietig dat jij dat niet mag zijn. En dus dopen we je kleine broertje net als Demian, omdat het kan en mag, omdat het zo’n mooi ritueel is. Ik wil stil staan bij het gegeven dat het niet vanzelfsprekend is, ook al zijn mijn beloftes aan hem wel vanzelfsprekend. Ik had ze jou ook gedaan. En ik doe andere nog aan je. Ik beloof je dat ik leef, dat ik geniet, dat ik je niet vergeet en dat ik altijd van je hou. Mijn god, wat hou ik veel van jou. Ik neem je mee in mijn hart, je hoort er bij. Ik zal je broers altijd over je vertellen. Ik zal Brian liefhebben en leren lief te hebben. Ik zal hem steunen en hem een thuis geven. Daar wij hij zich kan ontwikkelen als zich zelf en mag groeien en bloeien. Ook zal ik hem weerbaar maken en leren op te staan na een val. Want dat is wat wij doen, hoe moeilijk dat ook is. We gaan door…

Ja, ik had het zo graag anders gezien, ja het doet pijn. Maar we mogen wel liefdevolle ouders voor Demian en Brian zijn en die markering zorgt morgen voor een feestje…

Kinderbomenbos

De koude wind snijd in mijn gezicht, maar dit keer voelt het meer als een ruwe streling. Echt vervelend is het niet. In de verte zie ik ze. Ik hoor ‘mama!’. Hij ziet mij ook. Zijn schelle en enthousiaste stemmetje komt overal bovenuit. Hij zet het op een lopen. Rennend komt hij mijn kant op. Ik kan mijn tranen niet bedwingen, wat een geluk! Mijn eerst geborene, ons zonnetje in de zon, met muts en sjaal tegen de kou. Zelfs van een afstand zie ik zijn guitige rode neus en rode wangen, zijn glazige oogjes, of zijn het die van mij? Heel even stopt hij, draait zich om en zwaait nog even uitbundig naar zijn vader. Wat een rijkdom dat we hem hebben, hij is van ons. Hij heeft ons altijd op de been gehouden. En nu loop ik hier via een omweg met mijn nieuwste aanwinst. Zo trots als een pauw, maar het onzichtbare verdriet is zo aanwezig. Het voelt zo dubbel. Die rijkdom tekent scherp af tegen het gemis en zelden weet ik raad met dit gegeven. Hoe ik de pijn in mijn rijkdom kan weven. Mijn kinderen zijn mijn alles, kinderen krijgen is het mooiste wat er is. We vullen het zo goed mogelijk in, we doen ons best. Maar de afwezigheid van Alex* is als die koude wind, het snijd. Diep in mijn hart en ziel. Soms niet meer dan een ruwe streling omdat ik het combineer met al wat mooi is. Maar soms ook als een scherpe messteek, hard en meedogenloos, onverwachts. Een litteken dat nooit geneest. Het houdt de wond bij een, maar het is er, voor altijd. Oneven, vurig, strak…

Die trots en blijdschap houden me op de been en zorgt voor mijn doorzettingsvermogen. Het besef dat het leven zoveel moois heeft. Een prachtige sterke boom op een prachtige plek, op deze prachtige dag. Kijken naar de kleine dingen en me overgeven aan de overweldigende emotie die ik voel als ik mijn kind op me af zie komen rennen. Ik ben zijn mama. Dat jongetje in mijn jas, tegen mijn lichaam geplakt.. ik ben ook zijn mama. Vol van liefde. Maar ik mis een gedeelte van mezelf. Een stukje moederschap dat ontbreekt, dat bepaald wie ik ben dezer dagen. Martine, moeder, onwerkelijk ook soms. Maar nooit compleet. Godverdomme, gewoon nooit meer compleet! Ik rouw nog steeds om het verloren plaatje. Oh wat had ik graag drie zoons willen hebben! Nu heb ik twee zoons en een boom. Het blijft hard en ik begrijp het nog steeds niet. Waarom wij? Maar het zijn wij. Ouders van een Sterrenbaby. Ik raak er gewoon niet aan gewend. Het overvalt me iedere keer weer. Juist ook als ik geniet, als ik overstroom van liefde voor die andere twee. Juist dan ervaar ik het ondenkbare. Alex* verdiende die liefde ook. Ik heb weer kleur op mijn wangen en sterretjes in mn ogen, ik ben trots op mijn bijzondere gezin. Maar die kou om mijn hart kan zelfs de warmste zon niet doen verdwijnen. Dat maakt me in en in verdrietig, want mijn zon vliegt me in mijn armen wanneer hij mij vrolijk bereikt, maar die verdomde wind gaat gewoon niet liggen. Er is wel nóg een lichtpuntje, het gehum van mijn wolkje tegen mijn borst hoor ik boven de wind uit. Ik ben hun moeder. Ik huil van geluk en ik huil van pijn, hoe tegenstrijdig is het om hun mama te zijn…

Ik ben je niet vergeten

Ik denk nog steeds iedere dag aan jou

Als wind raast het door mij

Omhult mijn hart met scherpe kou

Hou zou het zijn?

Soms heb ik het echt het gevoel dat ik niet sterk genoeg ben voor het leven. Ik ben het, dat weet ik, maar zo voelt het niet. Ik voel me niet stabiel. Ik voel me niet bestand tegen de nare aspecten van het leven. Ze horen er uiteraard bij, maar steeds meer lijk ik het te ondergaan als slachtoffer. Ik voel namelijk een constante frustratie en boosheid. Het voelt allemaal zo onrechtvaardig, maar er is ‘no one to blame’. Niemand die iets aan tegenslagen kan doen, maar het voelt alsof ik stampvoetend iemand/iets de schuld wil geven. Het leven dan dus maar…

Ben ik dan verwend? Een verwend nest dat haar zin niet krijgt? Gekscherend noemt Michel mij weleens ‘Prinses’. Thuis was ik de jongste en ook mijn zussen noemden mij weleens ‘Koningin’. Gewend om te krijgen wat ik wilde? Voorgetrokken? Ik weet het eerlijk waar niet. Met vriendinnen kreeg ik het ook weleens aan de stok als ik mijn zin niet kreeg. Ik deed als puber ook vooral waar ik zelf zin in had. Liegen kon ik als de beste, vooral om nare confrontaties (waar ik niet van hou) uit de weg te gaan. En toch, het is niet of ik nergens voor heb moeten werken of voor heb moeten vechten. Ik moest werken voor mijn centen, mijn rijbewijs, vakanties, mijn diploma’s, banen en voor liefde. Behalve dat ik in een rijk gezin (in alle opzichten) ben geboren, is niet alles me komen aanwaaien. Ik heb echt al wat tegenslag moeten verduren. En daar heb je het weer: ik zeg ‘te verduren’, alsof het me wordt aangedaan. Waarom voel ik dat zo? Waarom kan ik er niet nuchter naar kijken? Dingen overkomen je, gebeuren je, het hoort er toch bij.. ..en toch voelt het niet eerlijk!!

Ik vind het niet eerlijk dat ik mijn kind ben verloren. Ik vind het niet eerlijk dat ik na drie zware zwangerschappen ‘maar’ twee kinderen in mijn armen mag houden. Ik vind het niet eerlijk dat er nooit een vierde zal komen…

Ik vind het niet eerlijk dat de verdoving niet goed is gezet en ik heel veel pijn heb gehad tijdens de keizersnee. Ik vind het niet eerlijk dat de borstvoeding weer mislukt is. Ik vind het niet eerlijk dat de kraamtijd bestaat uit pijn, hormonen en kraamtranen. Ik vind het niet eerlijk dat New Born baby’s na twee weken al geen New Born meer zijn. Ik vind het niet eerlijk dat de tijd überhaupt zo vliegt. Ik vind het niet eerlijk dat we constant ziek en/of moe zijn. Ik vind het niet eerlijk dat mijn darmen een eigen leven leiden. Ik vind het niet eerlijk dat ik 15 kilo te zwaar ben, maar honger blijf houden. Ik vind het niet eerlijk dat mijn lichaam helemaal naar de -piep- is. Ik vind het niet eerlijk dat ik elke nacht 3x badend in het koude zweet wakker wordt. Ik vind het niet eerlijk dat er nooit een eind komt aan de was. Ik vind het niet eerlijk dat de winter zo beperkend is. Ik vind het niet eerlijk dat Michel weer moet werken vanaf maandag. Ik vind het niet eerlijk dat ik nog steeds niet kan/mag wat ik wil. Ik vind het niet eerlijk dat je 9 maanden moet ontzwangeren (alsof die 9 maanden zwangerschap niet genoeg was!). Ik vind het niet eerlijk dat mijn lichaam en geest zo zwak (geworden) zijn…

Oké, nu ben ik me echt even verschrikkelijk aan het aanstellen. Natuurlijk gebeuren er ook veel mooie, leuke, lieve en goede dingen…

Toch lijkt het alsof bij mij de negatieve dingen altijd zwaarder blijven wegen. Ik onthou alleen het nare, zegt Michel wel meer dan eens. Zegt iemand tegen mij 1x ‘je bent stom’ en 3x ‘je bent leuk’ dan onthou ik ‘je bent stom’. Best wel typisch, aard van het beestje? Hoe kom ik nou toch van dat slachtoffer-het-wordt-me-aangedaan-gevoel af?

Ik vind mezelf niet zielig en heb geen zelfmedelijden. Ik doe alles en ga gewoon door. Ik WIL! Ik DOE (wat kan en mag).. Maar toch voel ik die onrust, die ontevredenheid, de onrechtvaardigheid. Mijn leven gaat niet zoals ik had gedacht en gedroomd, en niet zoals ik wil. Ik heb al zoveel verwachtingen moeten aanpassen. Ik denk dat daar ook een beetje het probleem zit. Het is te veel. Ik weet heus wel dat niet alles alleen leuk is, maar het is gewoon een beetje op. De balans is nu al zo lang verstoord. Er waren de afgelopen jaren ook meer minnen dan plussen. Dingen hebben mij meer energie gekost dan energie gegeven. Ik vergelijk het met het belasting-belastbaarheidsmodel binnen de fysiotherapie. Ik heb meer belasting dan mijn belastbaarheid aan kan. Dan is het dus of de belasting verlagen (wat in dit geval niet kan, want dat staat voor de vervelende dingen die gebeuren) of mijn belastbaarheid vergroten. Dit is dus ook best moeilijk, want ja, ik wil weer meer leuke dingen doen en ik doe mijn best de kleine positieve dingen te blijven zien.. ..maar elke keer als ik een beetje ben opgeladen, wordt ik weer terug gevloten. Ik ben dan nét niet genoeg opgeladen om te kunnen relativeren of mijn schouders op te halen. Ik blijf er dan tegenaan schoppen. De kracht is op, mijn geduld is op. Ik WIL zoveel, maar het gaat nog niet. Deze afgelopen drie jaar waren zo vreselijk zwaar, ik vind dat het tijd is voor mooie dingen. Dat wil ik NU (stampvoetend). En dan wil ik niet gehinderd worden door mijn herstellende lichaam, zieke gezin en alle andere ongein waar we nog steeds mee te maken hebben. En bovenal ben ik klaar met de altijd aanwezige hartenpijn. De wetenschap dat mijn leven en ik zelf voorgoed veranderd zijn stemmen mij somber. Ik denk namelijk niet dat ik ooit weer volledig stabiel wordt, ik denk namelijk niet dat de pijn ooit helemaal weg gaat. Deze maanden zijn voor mij weer loodzwaar geweest omtrent Alex*, dat zal nooit veranderen. Ik ben er klaar mee om hem zo te moeten missen, om me af te vragen hoe hij zou zijn geweest. Maar zoals al vaker gezegd: het is de prijs die we betalen voor het houden van onze kinderen, AL onze kinderen. Het is investeren, jezelf kwijt raken, opofferen, wegcijferen. Normaal kreeg ik daar cliché gezegd ‘zoveel voor terug’, maar sinds Alex* er niet meer is, is die glimmende glans en dat ultieme geluk eraf. Logisch toch, dat ik er dan af en toe helemaal doorheen zit? Logisch toch, dat ik dan als een verwend nest stampvoetend krijs dat ik wil wat ik nu wil?! Ik wil Alex* er ook gewoon bij!!!!!

Ps. Ooit zag ik op het strandje bij het Noord-AA drie de zelfde ogende jongetjes in matchende zwembroekjes, alleen hun lengte verschilde, het waren duidelijk broers. Het is een beeld dat ik nooit zal kunnen realiseren. Het meisje met blonde krullen en prachtige naam die ik voor ogen heb zal nooit werkelijkheid worden. Het zijn dromen die ik op moet geven en ja daar rouw ik om. Zeker door terugkerende confronterende situaties waarin die beelden worden voorgeschoteld en waarbij ik me afvraag hoe het geweest had. Ik heb werkelijk geen idee hoe ongewenst kinderloze ouders dit doen. Hoe sterk moet je zijn om je grootste ideaalbeeld op te moeten geven? Ik zeur dan wel een hoop, maar ik heb diep respect voor hen. Het doet alleen niets af aan mijn verlangens dat ik Alex* er zo graag bij had willen hebben. Hij is namelijk van ons, hij hoort bij ons, maar hij mag er niet zijn, mijn liefde voor hem blijft oninvulbaar en onbeantwoord… En ik probeer mijn uiterste best ons leven op te pakken, die emoties en verlangens te verwerken. Maar het zou dan gewoon fijn zijn als alles nu gewoon even goed zou blijven gaan, zodat mijn batterij vol komt en ik ook de negatieve dingen weer aan kan! Gewoon balans, zoals het zou moeten zijn…

Ik weet dat deze liedjes over liefdesrelaties gaan, maar toch raken ze me en haal ik er veel uit:

Marco Borsato:

Hoe zou het zijn
Als je weer in mijn armen lag
Hoe zou het zijn
Als ik je mooie ogen zag
Hoe zou het zijn
Wanneer ik blindelings
Jouw lippen weer zou vinden

Hoe zou het zijn
Wanneer de tijd werd teruggedraaid
En al de pijn
Zomaar over was gewaaid
Wanneer mijn hart
Niet meer zo moe zou zijn
En bij jou uit kon rusten
Hoe zou het zijn
Hoe zou het zijn

Waar zou je zijn
Ben je nu heel ver hier vandaan
Denk je soms ook aan mij
En hoe het anders was gegaan
Ben je alleen
Of is je hart alweer bewoond
En heeft de tijd
Je nu uiteindelijk beloond
Hoe zou het zijn
Hoe zou het zijn
Hoe zou het zijn

Hoe zou het zijn
Wanneer ik wakker werd
En jij naast mij zou liggen
Hoe zou het zijn
Hoe zou het zijn
Hoe zou het zijn

Ed Sheeran – Photograph

Loving can hurt, loving can hurt sometimes

But it’s the only thing that I know

When it gets hard, you know it can get hard sometimes

It is the only thing that makes us feel alive

We keep this love in a photograph

We made these memories for ourselves

Where our eyes are never closing

Hearts are never broken

And time’s forever frozen still

So you can keep me

Inside the pocket of your ripped jeans

Holding me closer ’til our eyes meet

You won’t ever be alone, wait for me to come home

Loving can heal, loving can mend your soul

And it’s the only thing that I know, know

I swear it will get easier,

Remember that with every piece of you

Hm, and it’s the only thing we take with us when we die

Hm, we keep this love in this photograph

We made these memories for ourselves

Where our eyes are never closing

Hearts were never broken

And time’s forever frozen still

So you can keep me

Inside the pocket of your ripped jeans

Holding me closer ’til our eyes meet

You won’t ever be alone

And if you hurt me

That’s okay baby, only words bleed

Inside these pages you just hold me

And I won’t ever let you go

Wait for me to come home

Wait for me to come home

Wait for me to come home

Wait for me to come home

You can fit me

Inside the necklace you got when you were sixteen

Next to your heartbeat where I should be

Keep it deep within your soul

And if you hurt me

Well, that’s okay baby, only words bleed

Inside these pages you just hold me

And I won’t ever let you go

When I’m away, I will remember how you kissed me

Under the lamppost back on Sixth street

Hearing you whisper through the phone,

“Wait for me to come home.”

Kerstwens

Ach lieve man, je wordt zo gemist! Demian heeft het elke dag over je. Sinds jullie broertje Brian geboren is, lijkt hij pas echt te begrijpen dat jij er ook had moeten zijn. Het concept broertje krijgt nu invulling bij hem en hij begint te beseffen dat er iets niet klopt. We proberen het uit te leggen, Wat is dood? Waarom ben je dood? Waarom kom je niet terug? De slechte poppetjes in jouw lichaam hebben gewonnen… Demian wil dat de goede poppetjes hadden gewonnen. Hij benoemt dat we met zijn vijven zijn, maar kan niet begrijpen dat het nooit écht zo zal zijn. ‘Eindelijk is mijn broertje er! We moesten wel lang wachten.’ Hij vindt het mega spannend en ook een beetje eng. Zal hij nu wel blijven?

Ik heb vannacht over je gedroomd, ik denk door deze gesprekjes. Dat gebeurd echt zelden eigenlijk. En nu ineens dus wel.. je wordt gemist. De droom was een vreemde gewaarwording. Ik droomde dat Michel tegen Demian zei ‘hij is altijd bij ons’ en zelf val ik in een soort draaiende koprol. Ken je dat gevoel dat je ‘valt’ in je slaap? Zoiets maar dan leek het alsof ik een paar salto’s achter elkaar maakte in mijn onder bewust zijn. Niet helemaal duidelijk of ik nu wakker werd of nog sliep maar toen zag ik je op/in mijn gesloten oogleden: onze Alex*. Ik voelde je ZO dichtbij. Omdat ik dat ook wel een beetje griezelig vind, was ik daarna klaar wakker. Mijn hart bonsde, maar toch voelde ik me ook vreemd gekoesterd. Alsof je echt over ons waakt. ‘Ik hou van je’ fluisterde ik toen en probeerde weer verder te slapen…

Je tweede Engelenverjaardag is alweer voorbij. En eerlijk gezegd is het ook een beetje langs me heen gegaan. Je kleine broertje Brian is de dag ervoor geboren en we lagen nog in het ziekenhuis. Ik heb foto’s meegenomen, een kaarsje, een boompje, een ster en een olifantje en die staan op het kastje naast mijn bed. We gaan zo op in Brian en de nasleep van de zware keizersnee dat er weinig tijd is voor wat anders. Demian is ook gewoon naar school gegaan, om zijn ritme er in te houden en verder bezoek mag ook pas om half 4 komen. Het is heel gek om in het ziekenhuis te liggen precies twee jaar later. Nu dan wel met een levend bundeltje geluk, toen trots en verliefd, maar compleet verslagen. Die herinneringen en wisselende emoties maken het zwaar, maar toch overheerst de blijdschap van een nieuw kind. De familie komt en zij hebben mooie ontroerende cadeautjes. Ook veel vrienden laten wat van zich horen: ze zijn je niet vergeten! We eten een taart in de vorm van een ster. Er staat op: 2 beautiful for earth. En dat is eigenlijk ook best gek, want is Brian dan niet mooi genoeg? Hij lijkt namelijk ook echt wel op je. Ik merk gelijk dat er wéér een verandering in beleving en rouw plaats vindt. Ik heb nu 3 kinderen, en daar zal ik mijn liefde over moeten verdelen. Geen van allen mag te kort komen en dat is een zware taak. Sommige dingen vallen namelijk even niet te combineren. Brian is op die dag even mijn eerste prioriteit. ‘s Nachts daarentegen komt het alsnog binnen. Ik huil de ogen uit mijn hoofd omdat ik weer op deze datum in het ziekenhuis lig. Gelukkig wel in een andere kamer, met een boom op de muur. De boom die ik nooit heb willen planten…

En nu is het alweer kerstavond en voel ik me weer verdrietig. Ik mis jou gewoon. Ik voel me hierdoor ‘Rupsje nooit genoeg’. Met een prachtige zoon in mijn armen, toch niet tevreden zijn met wat je hebt. Ik had jou namelijk ook nog zoooo graag er bij willen hebben. Mijn 3 mannen. Ben ik dan verwend? Zal dat gevoel ooit verdwijnen? Mijn wens was 3 levende kindjes, maar al heb ik er 4 of 5, ze zijn geen van allen jou. Hoe jij als tweejarig ventje had geweest zal ik nooit weten. En dan kijk ik naar Brian en dan ben ik zo nieuwsgierig naar hoe hij wordt, maar ik wil ook dat hij nog eeuwig klein blijft, zodat ik er extra van kan genieten. De tijd gaat veel te hard, nu al.. Twee uur, twee dagen, twee maanden, twee jaar, alles veranderd steeds. Twee kerstdagen voor de boeg waarin ik me onwerkelijk voel. Ik weet dat je er bij hoort, maar soms is het niet genoeg. Soms zijn al die sterren, kaarsjes, lichtjes, bomen en olifantjes niet genoeg. Soms zijn al die bijzaken niet genoeg. Dan wil ik maar één ding: kerst met mijn 4 mannen…

December to remember

Wat een moeilijke maand is dit toch. Het is ook heel verwarrend. Ik voel een intens verdriet en gemis, maar ik voel ook zo veel blijdschap en geluk. Het lastige is dat een mens denk ik veel beter met positieve emoties om kan gaan dan met negatieve. Het vrolijke krijgt dus al gauw voorrang en de overhand, zeker door de energie van Demian. Dat is denk ik veerkracht en leven, maar.. dat verdriet zweert dan toch onder je huid. Het zit er, het is er. Je kunt er niet om heen. Dat is dus zo verwarrend, dat je die dingen tegelijk kunt voelen. En nee, ik wil het verdriet niet, maar je kunt het niet negeren. Het komt er toch wel uit, door vermoeidheid of doordat iemand iets zegt of doet. Om daar meer bestand tegen te zijn, zoek ik het zelf op. Dan kan ik gecontroleerd mijn verdriet beleven en ondergaan, zonder dat het me overvalt. Waarom ik het wil controleren, daar heb ik nog geen antwoord op, maar het helpt me dus wel als ik er niet mee overrompelt wordt. Mijn emmertje tijdig legen en opzoek naar herkenning. Zo luister ik bepaalde muziek, kijk ik express naar zijn foto’s en heb ik naar een heftige film zitten kijken die over babysterfte gaat ‘The other woman’. Hierdoor kan ik me uiten, kan ik huilen, kan mijn verdriet dat zo diep zit er uit. Want het moet eruit… Het is een moeilijke tijd. Zo dubbel, zo tegenstrijdig. Ik hou van december, de Sint, Kerst… Ik hou van Alex*, dat hij de 19e geboren is.. maar ik voel me ook machteloos, want ik kan er niks mee. Hij is er niet en al die dagen mis ik hem zo verschrikkelijk. Telkens zie ik de schaduw van een ventje dat er ook bij had moeten zijn. Wat het nog zoveel mooier had gemaakt…

Wereldlichtjesdag dag is ook weer geweest en dan zie ik ook dat ik niet de enige ben die zich nu zo voelt, maar dat maakt het nog zwaarder eigenlijk. Zoveel pijn bij mensen in deze maand, zoveel dierbaren die worden gemist..

Wij proberen Alex* er bij te betrekken. Er staat weer een prachtige mooie kerstboom versierd, waar hij helemaal in opgenomen is. Samen hebben we zijn ster als 1e erin gehangen en kusten elkaar daarna. Het doet verrekte pijn nog steeds. Terwijl het ook dus juist zo’n mooie tijd is. Ik vind mezelf echt wel sterk, maar het is gewoon niet te begrijpen. Het gemis en hoe het had moeten zijn. Maar ook de blijheid van deze tijd. Kerstliedjes, ik hou er van en ik vervloek ze. Ik weet me geen raad met de tegenstrijdigheid. Het liefst ontloop ik het, van mij had die boom in eerste instantie niet gehoeven. ‘Ben je nu toch blij dat ie er staat?’ Vraagt mies. Ja en nee… het moet.. dat weet ik ook wel, het leven gaat door. Maar het besef dat voor altijd alles anders is dringt dan ineens weer zo genadeloos binnen. Mijn ster, mijn engel. Die vervloekte rode kerstboom die we twee jaar geleden hadden staan komt dan ook weer voorbij in een flashback. De ornamenten die er nu in hangen en waar we troost uithalen, maar wat eigenlijk ook niets veranderd. Ook dat is hard. Wat ik ook doe, prettig voelt het nooit meer.

En toch… kerst… ik hou er van, we maken er het beste van. Vaak weet ik niet eens hoe; lachen, huilen, doorgaan, vallen en weer opstaan. Het moet. Een hele zware tijd. Wat ik ook enorm moeilijk blijf vinden is dat ik gewoon niet weet hoe ik het in moet vullen. Dat geworstel met denken, voelen, weten en geloven. Waar doe ik goed aan? Is hij er? Ziet hij ons? Heeft het zin wat ik doe? Michel zegt dat het belangrijkste is dat wat we doen, dat het ons troost geeft. En ja dat is waar, maar zo’n kerstboom bijvoorbeeld, geeft plezier, maar ook verdriet. Ik zal moeten accepteren dat het met elkaar verweven zal blijven. Dat ik moet leren dat ik oog blijf houden voor beide emoties. Het moet allebei de ruimte krijgen, maar ja hoe doe je dat precies?… dan jank ik maar weer een potje bij een liedje of een foto en dan voel ik mijn ventje wel heel dichtbij. Mijn liefde voor hem is namelijk voor eeuwig en daar kun je niet om heen… of hij me nou wel of niet ziet…

Zul je daar kerst vieren?

Met engeltjes de hemel versieren?

Zul je over ons waken?

Met lichtjes warmte maken?

Zul je ons beschermen en behoeden?

Met donsjes zorgen voor het goede?

Zul je Liefde over aarde ontplooien?

Met veertjes en sterrenstof strooien?

Ja ik moet dat geloven,

Want dat is wat de feestdagen beloven…

Ja,

Ja ik voel dat,

Want jij bent mijn allermooiste schat…

Peace and Love for everyone!

Merry Everything and Happy Always!

Laatste loodjes

Man man man, wat heb ik dit onderschat. Ik wist dat het zwaar zou worden, maar zó zwaar? Het is denk ik ook met geen pen te beschrijven hóe zwaar. Nou kan ik natuurlijk een poging doen, maar ik ben bang dat het dan één groot klaag verhaal wordt. Een opsomming van waar ik allemaal last van heb, lichamelijk en psychisch, en wat schiet ik daar uiteindelijk mee op? Een stukje begrip/erkenning? Een stukje medeleven/medelijden? Het is juist iets wat ik helemaal niet wil krijgen. Ik wil me niet ‘zwak’ voelen, ik wil niet klagen, ik wil zo graag sterk zijn….. een sterke moeder/vrouw. En buiten dat, Sterrenbaby moet Sterrenbaby, voor Alex* blijven.

Ik mág dan ook niet zeuren, ik ben immers weer wonderlijk zwanger en we hebben er zelf voor gekozen. En zo veroorzaak ik weer een belachelijk hoge lat voor mezelf. Streng zijn voor mezelf en bang voor wat anderen van me denken, alsof ik van twee jaar therapie amper wat geleerd heb… hopeloos geval..

Dus bij deze: toch een ‘klaag’-blog. Ik ben het aan mezelf verplicht. Erkennen aan mezelf dat ik het zwaar heb, hulp dúrven vragen, inzien dat deze zwangerschap niet los te koppelen is van Alex* en vooral me even niets aantrekken van wat anderen er van vinden. Gewoon ff schrijven, opluchten en hopelijk daarna een stukje loslaten. Want ja, ik ben zwanger en zeer zeker gezegend, maar het is écht géén doen meer…

De blijdschap van de zwangerschapstest verdween al gauw. Constant is angst een leidraad. Bang voor een miskraam (terwijl ik die nog nooit heb gehad), bang voor bewegen, bang voor onder-bewegen, bang voor eten, bang voor niet eten, bang voor suikerwaardes, bang voor de tuin (katten), bang voor de toekomst, bang voor het verleden..

Kort daarop volgde de misselijkheid en het veelvuldig overgeven. Het zelfde riedeltje: bang voor eten, bang voor niet eten, bang voor drinken, bang voor niet drinken, bang voor uitdroging, bang voor mijn werk, bang voor mijn gezin, bang voor afspraken..

Weken vertoefde ik op de bank, in bed en bij de wc. Kilo’s vlogen eraf. Ik kon niet werken, ik kon niet voor Demian zorgen, ik kon niets in het huishouden en ik kon nergens aan mee doen. Ik miste enorm veel belangrijke en leuke dingen, waaronder de bruiloft van mijn beste vriendin waarvoor ik eigenlijk getuige was. Constant geteisterd door verdriet, schuldgevoel en het gevoel van falen. Waarom kan mijn lichaam dit niet? Waarom ben ik niet sterker? Waarom is spugen zo’n fobie voor mij? Waarom moet ik anderen en mezelf teleurstellen? Er is zo weinig over zwangerschapsmisselijkheid bekend en de ernstige vorm is ook vrij zeldzaam. Snel wordt je gezien als aansteller. Alleen bij de lotgenotengroep van Hyperemesis Gravidarum vond ik de erkenning. Daar voelde ik me minder ‘zwak’, hoewel daar dames zitten die het nog veel erger hadden dan ik! Ik had zoals genoemd de ‘droge’ variant: waarbij het spugen met behulp van medicijnen binnen de perken blijft, maar de constant aanhoudende alles verwoestende misselijkheid je dag en je nacht bepaald. Alle prikkels zijn te veel: geuren, geluid, licht, beweging, mensen… Ik kon vaak alleen maar liggen, zelfs tv kijken of praten was te heftig. Liggen en wachten, wachten tot het over zou gaan. Michel werd verbannen naar zolder (tot op de dag van vandaag), ik kon hem niet om me heen verdragen. De hulptroepen werden veelvuldig ingeschakeld, oppas, boodschappen, een peptalk. Die praktische hulp is uiteraard een godsgeschenk, maar het vechten doe ik alleen. Ik moet het doen, ik moet het doen met dit lichaam, ik ben aan het overleven. Elke ochtend weer de vraag, hoe kom ik deze dag door? Bijna moest ik opgenomen worden toen ik op het eind van het ergste geveld werd door de griep. Mijn laatste beetje lichamelijke kracht werd uit me gezogen en daarmee ook mijn psychische gesteldheid…

Rond de 4e maand werd het beter, de ergste misselijkheid verdween en spugen hoefde ik op een gegeven moment niet meer. Ik mag echt van geluk spreken, want sommige vrouwen houden het 9 maanden lang! Toch eet ik nooit lekker. Ook ging ik ons kindje voelen wat enigszins geruststelde. Toch vraag ik mezelf ook vaak af bij deze druktemaker, heb je het daarbinnen nog wel naar je zin? Ik stond vanaf het begin al om de 14 dagen onder controle bij de gynaecoloog. Met ons kindje ging het allemaal goed, maar elke keer was het weer spannend… elke keer dat ziekenhuis, de herinneringen. Voor de afwisseling mocht ik ook af en toe bij de verloskundige terecht, voor mijn gevoel was de zwangerschap dan iets ‘normaler’. Na de 20 weken echo was ik zeker wel opgelucht, maar lichamelijk was ik een wrak en psychisch bleef ik strijden. De gyn maakte zich daarover ook wel zorgen en drong erop aan om het met mijn huisarts te bespreken. Ik wist ook wel dat ik het niet alleen kon, maar ik wist ook waarom ik zo was. Zwanger zijn is gewoon niets voor mij. Ik ben er denk ik te (hoog)gevoelig voor. De hormonen hebben een greep op me dat ik niet kan uitleggen. Ik zie ze als groene monstertjes die bezit nemen van elke cel in mijn lichaam en alles op zn kop zetten. Ik ben mezelf niet. Ik krijg hele depressieve gevoelens als ik zwanger ben (bij Demian en Alex* had ik dit ook), deze keer natuurlijk nog meer versterkt door de leidraad: angst. Want ook al zijn alle echo’s goed, de angst blijft. Bij Alex* was immers ook altijd alles goed..

De huisarts zette er spoed achter, ik werd naar GGZ Rivierduinen gestuurd. Oh wat voelde ik me daar rot over, dat is toch alleen voor gekke mensen? Maar de diagnose ‘depressie’ die ik later op mijn medicijn-uitdraai van de apotheek zag staan, loog er niet om. Ook over pre-natale depressie is weinig bekend. Het is soort van een taboe, zeker als je enigste wens is om zwanger te zijn. Maar ik kan er niets aan doen, het neemt me helemaal over, net zoals dat werkelijk iedereen een burn-out kan krijgen. Ja iedereen.. Het overvalt je. En vechten doe ik, maar met harde hand. Constant bedenken hoe graag anderen in mijn schoenen zouden willen staan. Feit is: ik wil moeder zijn, ik wil kinderen, maar zwanger? Nee doe maar niet. En wat een schuldgevoel dat geeft?! Onnoembaar.. Vicieuze cirkels…

Bij GGZ kreeg ik erkenning en ‘goedkeuring’, “mevrouw dit is een normale reactie op een abnormale situatie, u bent uw kind verloren”. De psycholoog was niet erg onder de indruk van mijn gesteldheid, hij begreep het volkomen, was reëel en nuchter. Empatisch zelfs, en dat van een man.. Hij opperde nog wel medicijnen, maar al snel besefte hij ook dat hij mij daar niet aan kreeg. Ik durfde al amper de anti-misselijkheids-medicijnen te gebruiken, een paracetamol of Valeriaan ook niet, laat staan antidepressiva. Nee hoor, ik doe het zelf wel, ik ga mijn kind niet in gevaar brengen. Alles voor de gezondheid van mijn kind, maar nu moest ik dus ook echt zorgen dat de stress binnen de grenzen bleef. Ik werd doorgestuurd naar mijn vorige psycholoog, de rouwtherapeut. In eerste instantie wilde ik dat niet, omdat dat van Alex* was, maar ik kon er toch niet omheen dat dit kindje niet los van Alex* te zien was. De trauma’s, de herinneringen, de beelden, de angsten, het schuldgevoel, de tijd. Zeker toen bekend werd dat we weer een zoon verwachtte leek ik constant overmand door dejavu’s.

Therapie, controles, afleiding door Demian en de intentie om mijn werk weer op te pakken maakte me iets sterker.. Maar al gauw kwam ik tot de conclusie dat het niet zo zou gaan als bij de vorige twee zwangerschappen. De depressieve gevoelens verdwenen namelijk nauwelijks, de psychische klachten hielden aan, de misselijkheid bleef op de achtergrond en mijn lichaam faalde. Door het langdurige liggen naast de spuugbak had ik geen spieren en conditie meer over. Mijn buik groeide en groeide, zat al gigantisch in de weg en beperkte me. Harde buiken, slecht slapen, bekkenpijn en buiten adem. Inspannen was een opgave. Man wat baalde ik, ik leek wel 80 jaar!!! Een derde zwangerschap, een aanslag, zegt ook de gyn. Uiteraard onder grote begeleiding van mijn psychische gesteldheid.

Ik begon te beseffen, na vier weken proberen op te bouwen, dat werken er niet meer in ging zitten. Ik had te veel pijn en te veel stress om mensen te kunnen helpen. Hoe moest ik mijn werk dat vertellen? De angst voor het verliezen van mijn baan, net als bij Alex*, voerde de boventoon. Toch kon ik niet anders en ging huilend het gesprek aan. Het gevoel van falen zoooo voelbaar. Waarom was ik niet sterker? Waarom kon ik niet leuk zwanger zijn? Godzijdank waren mijn werkgevers lief, steunend en begripvol. Daar kon ik weer even op vooruit. Ook de mijlpaal van levensvatbaarheid gaf me een boost, we waren over de helft! Samen met mijn therapeut werkend aan mijn karaktereigenschappen en valkuilen, ook weer EMDR.. knokken doe ik!

En toen.. toen gingen de bladeren vallen… Slapen werd een nog groter drama, bewegen werd een hel en mijn psychische kracht nam weer af. Paniekaanvallen en het naderende seizoen van Alex*. Vanaf oktober vecht ik elke dag, vooral tegen mezelf, soms tegen anderen. Soms teleurstelling in mijn omgeving en onbegrip van buitenaf, maar ik ben vooral zelf mijn ergste vijand.

Buiten de onbeschrijfelijk angst om dit kindje te verliezen heb ik vooral moeite met mezelf. Ik kan als ik zwanger ben niet met mezelf door één deur. Ik ben namelijk niet mezelf en ik kan daar niet mee omgaan. Ik vind het vreselijk om depressief te zijn, terwijl zwanger zijn een geschenk is. Ik vind het vreselijk dat ik zwanger zijn zo stom vind. Het zegt absoluut echt niets over de liefde voor mijn kinderen en de dankbaarheid die ik ervaar, maar niet op een roze wolk kunnen zitten vind ik zo erg! Waarom kan ik dat niet? Het schuldgevoel naar mijn kinderen en naar ouders die ongewenst kinderloos zijn is een helse emotie. Ik straf mezelf ervoor, wat de gevoelens natuurlijk niet wegneemt. Ik voel het nou eenmaal zo. Zwangerschap is niet leuk als je niet de vrouw bent die je normaal bent en wilt zijn. Het is niet leuk als je lichaam constant faalt, het is niet leuk als je geen deel kan uitmaken van de maatschappij. En ja ik weet het, het is tijdelijk en het is het allemaal waard, maar dáár zit de kink in de kabel. Ik wéét dat niet (meer). Ik ben niet onbezorgd en onbevangen. De angst om dit kind te verliezen, om het allemaal voor niets te moeten doorstaan zorgt ervoor dat ik niet kan relativeren. Er is maar één ding dat ik wil en dat is mijn kind in mijn armen (niet in mijn buik). Het vertrouwen in mijn lichaam is 1%. Het gaat goed, totdat het niet meer goed met hem gaat, net als bij Alex*. Ik ben bang dat ik, ondanks dat mijn gevoel nu wel goed zit, op een dag te horen krijg “mevrouw hij doet het niet meer”… ik ben bang dat de aarde onder mijn voeten vandaan wordt geslagen. Ik wíl dat niet nog een keer meemaken, dat overleef ik niet. Een vriend zei aan het begin ‘wat dapper dat jullie het weer proberen’, ik reageerde destijds een beetje geïrriteerd ‘ja natuurlijk, de kinderwens is niet verdwenen’. Nu pas begrijp ik wat hij bedoelde, alsof hij voorzag wat een impact het verlies van Alex* achter gelaten heeft. Het is een onuitwisbaar trauma, iets wat zoveel stempels heeft op deze zwangerschap, dat het gewoon haast geen doen is…

Pas als ik mijn zoon in mijn armen heb en die vervloekte zwangerschap de baas ben zal ik mijn kracht hervinden. Tot die tijd moet ik roeien met de riemen die ik heb: slapeloosheid, bekkeninstabiliteit, lichte zwangerschapdiabetes en angst..

Al 7 maanden probeer ik me erbij neer te leggen dat zwanger zijn mijn ding niet is, ben ik aan het vechten om mezelf te accepteren, maar jeetje wat is en blijft dat moeilijk zeg!!

Ik wil mijn kind, ik wil moeder, echtgenoot, zus, dochter, vriendin en fysio zijn. Ik wil niets meer missen, ik wil ik wil ik wil, ik wil zoveel. Maar het gaat niet. Deze zwangerschap is de enige taak die ik nu moet volbrengen. Een eenzame weg, want ik moet het doen. Hoe behulpzaam en lief iedereen ook is, hoe positief en hoe optimistisch, niemand kan mijn angst wegnemen. Het zit er, onterecht misschien, maar net als ‘hoop’ (soms tegen beter weten in), is het een hardnekkig oergevoel. Zelfs toen Alex* al een paar uur dood was had ik de hoop dat hij wakker zou worden. Zelfs als ik met eigen ogen zie dat de CTG goed is heb ik de angst dat het apparaat zich vergist. Ik moet er doorheen. Niet dat ik een keus heb, maar vaak schreeuwt mijn wanhoop en depressie ‘hoe dan?!’.

Het ziekenhuis heeft me vandaag op mijn hart gedrukt dat ik het goed doe, dat ik een sterke mama ben en dat ik hulp móet vragen (al is het ‘s nachts) Maar, ik wil niemand tot last zijn, ik voel me een klein meisje, ik voel me slap en hulp vragen vind ik zo gigantisch moeilijk! Daarom heb ik dit verhaal geschreven. Niet om ahhh en ohhh berichtjes, maar omdat ik lief moet zijn voor mezelf en omdat schrijven mijn uitlaatklep is (maar niet meer durfde). En ik doe het goed, ik ben sterk, dit ís geen doen.. ik ben op, uitgeput: accepteren..

Ik ben altijd bang voor zelfmedelijden, dat is een kenmerk waarvan ik denk dat het in me zit, maar mijn therapeut heeft me verteld dat ik juist het tegenovergestelde in me heb. Een veerkracht, doorzettingsvermogen en een soort te streng zelfbeleid. Het houdt me weliswaar op de been, maar er moet ook nog iets van me over zijn als onze zoon er eenmaal is. Ik kan mezelf niet blijven pushen, ik kan het niet alleen. Deze laatste weken is het zaak dat ik voor mezelf en mijn zoon zorg, want niets is belangrijker dan onze lichamelijke en psychische gezondheid…

De laatste loodjes wegen het zwaarst en het is tijd dat ik me daar aan overgeef….

“It always seems impossible untill it is done”

Het ziekenhuis

We lopen een kamertje in, er staan olifanten op de muur. Hoe bestaat toch zoiets? Het is al een aantal weken verder en we krijgen een gesprek over alles wat er is gebeurd. De twee vrouwelijke kinderartsen zijn aangedaan, verdrietig? emotioneel? Ze hebben dit ook niet gewild en het zware gesprek, het hoe en waarom, willen ze denk ik liever ook niet voeren. Wij ook niet, maar antwoorden willen we toch, antwoorden die we niet gaan krijgen…

Ik loop de verpleegkundige achterna een kamer in. Er staat een boom op de muur geschilderd. Een levensboom. Hoe bestaat het toch? Nog een aantal weken en ik ga bevallen. Ik heb aangegeven meer controles te willen hebben. Ik wil me gerustgesteld voelen. Het is één van dezelfde verpleegkundige als toen. Ze kijkt me medelevend en begripvol aan. Ze heeft rekening met me gehouden door een andere kamer dan destijds te nemen. Zoieso zijn alle kamers opgeknapt. Het oude gele is vervangen door fris wit. In de hoek staat zo’n plastic wiegje, wel nog met bekend geel dekentje. Mijn mantra: “het doet geen pijn, het doet geen pijn, Demian heeft ook daarin geleden, positief denken!” Maar natuurlijk doet het wél pijn.. ..Alex* lag er levenloos in… 
Schichtig kijk ik de kamer verder rond en neem het in me op. Het onheilapparaat, check! Hard ziekenhuisbed, check! Nachtkastje, check! Gastenstoelen, check! De zelfde verpleegkundige, check! Ze legt me aan de blauwe band en we praten. Gelijk hoor ik de regelmatige, luide hartslagen van het drukke kindje in mijn buik. Oei, wat confronterend!! Het is zo raar… Vijf jaar geleden moest ik bij Demian ook een keertje aan de band door een te hoge bloeddruk en wat middenrif klachten (kan duiden op zwangerschapsvergiftiging). Maar bij Alex* aan de ctg kon ik me helemaal niet herinneren hoe dat toen geklonken had. Ik was in de veronderstelling dat het bij Alex* goed zat. Maar nu ik dít hoor, zo krachtig en consequent, het zat bij Alex* al niet meer goed… heftig.. En deze.., deze doet het perfect! Het bonst, het beweegt, het gevoel is goed. Ik wil zeggen ‘zet maar uit, ik heb het al gehoord’, maar ik weet dat nu mijn trauma spreekt. Ik wil hier niet zijn, ik wil niet dat de kans bestaat dat de verloskundige zo binnen komt en me vraagt of ik toch nog even op mijn zij wil gaan liggen omdat het toch nog niet helemaal goed is…

‘Hoelang zijn we hier nu al mam? Ik moet plassen’ Ik dacht dat het goed was, maar nadat ze binnen was gekomen en het langer ging duren was mijn geruste gevoel toch weer verdwenen. Voelde ik hem nou wel of niet? Het duurde nu toch wel érg lang. De gynaecoloog wordt erbij gehaald. Het echo apparaat er ook bij. Weer plassen. ‘Ga je man maar even bellen’. Een opbouwende spanning, “het is toch mis, mijn slechte gevoel is toch terecht..” ‘We gaan hem halen’. Ik wil het niet, ik wil geen keizersnee, ik wil een gezond kindje vasthouden op mijn borst, net als toen bij Demian. Maar ik héb niets te willen, het moet gebeuren. Één ding is zeker, we worden weer ouders en die helse zwangerschap is voorbij! “Ojee, de camera, kleertjes, een laatste buikfoto! Mijn buik, neem een foto!!!!”

Ik pak mijn boek, maar ik kan me niet concentreren. Ik blijf de kamer rondkijken, flashbacks op mijn netvlies. Ik probeer te focussen op de levensboom op de muur, maar gedachtes en emoties overspoelen me. Hij is bij me, maar wat is dit moeilijk!! Wat is dit zwaar! Weten jullie wel hoe zwaar?! Zie mij! Herbeleven telkens weer…… Drie kwartier gaan toch snel, ik heb een afleidings-emotie-manoeuvre gevonden. Ik ben verdrietig en teleurgesteld om andere (bij)zaken, maar het gestage gebonk op de achtergrond kalmeert tegelijk ook. Toch komen de tranen, nét als de lieve verpleegkundige weer binnen komt gevolgd door de verloskundige. Alles is goed, ik kan gaan, volgende week weer opnieuw, maar voor nu vlucht ik dat helse ziekenhuis snel uit!! Te veel herinneringen, te veel beelden… Schuldgevoel. Het lijkt alsof ik Alex* geen kans heb gegeven. Hoe gelukkig, blij en dankbaar ik nu ook ben, het verdriet van zijn afwezigheid en de pijn van de manier waarop zal nooit verdwijnen… Ik besef na deze goede ctg dat het met Alex* misschien nooit goed is geweest, maar waarom? Dat antwoord zal ik nooit krijgen…