Shake it off – Een (rouw)burn-out

“Je hebt lang genoeg gerouwd” bij vele ouders die hun kind hebben verloren zal deze opmerking in het verkeerde keelgat zijn geschoten… bij mij niet.. Deze opmerking voelde als toestemming, als bevrijding, als goedkeuring, als resultaat.. En ik worstel en vecht, want ik voel me schuldig en bang en misplaatst, maar feit is dat ik me sindsdien ook stukken beter voel. Is het tijdelijk? Misschien. Maar voor nu is het een nieuw hoofdstuk. Een hoofdstuk van een lang lang boek, dat pas eindigt als ik eindig. Het houdt nooit op, dat weet ik, maar ik heb toch weer een bladzij omgeslagen. Terug bladeren wil ik nu gewoon even niet meer…

Het was met Goede Vrijdag dat ik twee uur naar Bronkhorst moest rijden voor een studiebegeleidings-mentor uurtje. Inmiddels al een paar weken geleden, teken voor mij dat ik inderdaad veranderd ben. Schrijven in het ‘boek’ wil ik nu eigenlijk ook niet, maar door het uit te stellen lukt het me ook niet om door te lezen. Het hangt nog een beetje zo in het midden, enerzijds omdat ik bang ben, anderzijds omdat ik er daadwerkelijk ‘klaar’ mee ben.

Ik ging (dacht ik) om mijn perfectionisme en faalangst te bespreken. Het hindert me tijdens mijn studie, onder andere mijn negatieve zelfbeeld en missend vertrouwen. Mijn studiebegeleider is tevens coach/therapeut en ze bracht het gesprek lekker op gang met ‘je hebt heel veel vragen’. Ik was verbaasd, ‘nee eigenlijk niet’ antwoordde ik terug ‘ik ben gewoon nog een beetje chaotisch van het autoritje’. Ik was op een idyllische plek terecht gekomen en ik was gewoon een beetje zenuwachtig. Al snel kwamen we van het één op het ander, praten gaat me nooit moeilijk af wat dat betreft. Toch was ik aan het vechten. Ik was klaar met praten, met alles over-analyseren, met constant in het verleden wroeten. Waar mijn onzekerheid vandaan komt? Pfff.. Ik wil niet meer in ‘vroeger’ zoeken, ik wil vooruit! Ik vecht tegen mijn tranen, maar ik kan het niet helpen, ze vloeien nou eenmaal makkelijk bij mij. Te makkelijk, het begint me zelf in de weg te zitten. De kwetsbaarheid, de gebrokenheid en zwakte die er bij mee komen: ik wil ze niet meer. Ik benoem dat.. en verder weet ik het gesprek eigenlijk al niet eens meer verder. We komen op boosheid (op het leven en alles en iedereen), verdriet, rouw, en mijn strijd: het gebrek aan vertrouwen, het gemis van levenslust, het constante gevoel van falen: ik wil niet meer/ik kan niet meer…

Ze geeft me een keus: een intense ademhalingstherapiesessie of een wandeling. Ik kies voor de ademhaling, wandelen doe ik wel in mijn eigen tijd. Ze noemt me een dapper mens. Ze weet van Alex*, ze weet wat ik allemaal al gedaan heb, ze weet wat mij gaat helpen. Ik mag gaan liggen op een matje en op een Afrikaans muziekje startten we de oefening. Ik moet diep inademen en kort uit, met mijn onderbuik waar ze haar hand heeft gelegd. Ik schijn nogal met mijn middenrif te ademen wat staat voor controle of eigenlijk het willen vasthouden er van. Het is ook daar rond mijn middenrif waar ik de knoop van verdriet, het wringen van woede en de kramp van vasthouden voel. Als een wervelstorm die maar niet gaat liggen, wat ik ook doe. Al gauw legt ze, terwijl ik stevig dooradem, haar andere hand op mijn borst met mijn hart daar onder. Uit het niets begin ik keihard te huilen. Het is als een explosie, er is geen houden aan, onbeheerst. Ze laat het werken, zet mijn hart open. We gaan door, afwisselend de ene ademhaling dan de ander, ze zegt wat dingen die ik nu alweer vergeten ben. Ik tril over mijn hele lichaam. Ik vind het vreselijk, het duurt lang, ik moet er ook geluid bij maken, dat voelt stom en raar, maar het helpt ook. Het duurt echt lang, en prettig is het niet, maar dan zijn we ook opeens weer klaar. Ik mag ontspannen. Ze zet een ander muziekje aan “Calling all Angels”. Weer begin ik te huilen ‘er ging zoveel door me heen’. Het voelde als een bevalling, een oerkracht voelde ik. Het voelde alsof ik opnieuw geboren werd. Het voelde letterlijk alsof er nieuwe levensadem door me heen is gepompt. Al snotterend zeg ik ‘ik heb zoveel vragen’ en dan ineens besef ik dat ze dat heeft gezegd toen ik binnenkwam. Hè getver wat eng! Ik hou hier niet van, ik vind dit spannend, ik kan de dingen niet verklaren. En toch hè, toch weet ik het, voel ik het in mijn hart: er is zoveel niet te verklaren of uit te leggen. Hij is er, dat weet ik, dat voel ik, Alex* is bij mij. ‘Ik mis hem zo’. Het is goed zo, het is een nieuw begin. Het is bijzonder, mijn intuïtie. Deze sessie op deze plek, waarom de dingen gaan zoals ze gaan, deze relatief onbekende vrouw… het is vreemd en toch vertrouwd.

De dagen erna heb ik vreselijke spierpijn, het voelt alsof er een vrachtwagen over me heen is gereden. Ik voel me verward, helemaal nog niet beter. Ik probeer juist weer mijn kont tegen de krib te gooien. Ik zal mijn Alex* nóóit vergeten of loslaten!!!

Pasen staat voor mij voor een nieuw begin. Een begin dat ik alweer een tijdje nodig heb. De rust om door te gaan, om weer echt blij te worden van mijn leven. Om niet steeds in angst te leven, maar te vertrouwen dat het allemaal wel goed komt. Niet steeds terug kijken, en ook niet meer zo ver vooruit. Ik héb geen controle, ik moet vertrouwen hebben. Mijn leven heeft een klap gekregen, maar het is niet gestopt met het overlijden van Alex*. Ik mag dat nu gaan zien. Ik hoef niet constant met hem bezig te zijn. Ik mag genieten. En het is moeilijk, want mijn behoeftes verschuiven steeds, rouw is niet lineair, maar ik wil me niet meer schuldig voelen als ik even goed leef en ik wil me niet meer hoeven verantwoorden als ik er wél weer een keer finaal door heen zit. Het mag er allemaal zijn, IK mag er zijn. En ik doe het op mijn manier…

Ik moet erin gaan geloven dat hij ook wil dat we wat van ons leven maken. Dat hij niet wil dat ik achter blijf. Ik wil me niet meer schuldig voelen dat ik nog wel leef. En begrijp me niet verkeerd hoor, ik denk dat het verliezen van je kind zo complex is, dat er nooit één weg zal zijn, maar mijn wegen zijn de mijne en van niemand anders. Van de week hoorde ik Claudia de Brij met “Mag ik dan bij jou” op de radio (gespeeld tijdens de afscheidsdienst) en toen moest ik ook gewoon weer heel erg hard huilen. Het punt is alleen dat ik daar meer de vrijheid in wil voelen. Ik wil mezelf kunnen zijn, compleet met alles erop en eraan. Als ik naar foto’s kijk van toen of als ik stukjes terug lees die ik plaatste, dan zie ik het nu zo: eerst was ik zo ontzettend aan het laten zien hoe sterk ik was in mijn survival, hoe ‘goed’ en bewust ik aan het rouwen was, hoe ik wilde bewijzen dat het een proces was die doorlopen moest worden. Daarna stortte ik in, was het helemaal niet zo makkelijk om alles op een recht lijntje afgerond te krijgen, was ik aan het strijden om erkenning en herkenning, om begrip en voerde ik het gevecht tegen de vergetelheid. Ik was zo bang om hem te vergeten en tegelijk ook zo bang dat ik nooit meer zou kunnen genieten. De aandacht van de omgeving verdween, en ik ging met mijn hakken in het zand. Toen kwam weer het overleven, met oogkleppen doorstaan wat we moesten doorstaan in de zwangerschap van Brian. Toen Brian werd geboren veranderde alles wéér, het werd nog ingewikkelder en de roze wolk maakte uiteindelijk weer plaats voor een donkerte waar ik niet meer vanaf kwam. Of het nou een post-natale depressie is geweest of de afgelopen Herfst/Winter, maar het ging weer absoluut niet goed met me. En ik blijf alles proberen om het beter met me te laten gaan, maar soms werk ik gewoon te hard. Mijn studie is daar ook zeker een voorbeeld van. Ik wil het doen, en ik wil het goed doen. Ik heb nog genoeg dromen en idealen, maar de ziekenhuisopname van Demian maakte uiteindelijk weer pijnlijk veel duidelijk. Ik ga maar heel langzaam door met leven en niet met volle 100%. Een groot deel van mij zit steeds maar weer te wachten tot het fout gaat. Ik leef vaak in angst. Hierdoor raak ik op slot en raak ik de zin een beetje kwijt. En dat is het steeds, ik raak steeds de weg weer een beetje kwijt. Steeds opnieuw alles uitvinden, het is dodelijk vermoeiend. Opnieuw leren leven, doorgaan maar niet weten hoe, en ondertussen niet écht doorgaan. Niet echt… of wel maar dan als martelaar? Ik maak het mezelf soms zo onnodig moeilijk en zwaar…

Het is te ingewikkeld om uit te leggen en ik bereik een punt, dat ik daar ook minder behoefte aan heb. Ik wil de boel de boel laten. Ik wil leven in het nu. 4 en 5 mei maken mij ook altijd weer duidelijk dat ik die vrijheid heb. Zoveel mensen voor mij hebben nog veel ergere dingen meegemaakt dan ik. Het geeft een beetje perspectief. Maar wat ik vooral besef is dat ik de keuze-vrijheid heb om er iets van te maken, om te kiezen voor leven en liefde en verbinding. Om Alex* groot én klein in mijn hart te hebben. Hij hoeft niet altijd op de voorgrond, ik hoef niets te bewijzen, ik hoef me ook niet altijd te verantwoorden als hij mijn wereld is. Ik bepaal zelf waar ik me goed bij voel, wanneer ik me daar goed bij voel. Niemand bepaald dat voor me en ik hoef mezelf er niet om te bekritiseren. Ik wil de hokjes van goed en fout niet meer. Ik wil mezelf niet meer beoordelen op het goed rouwen of dat ik een goede moeder voor Alex* ben. Ik doe mijn best, meer kan ik niet doen en dat is oké. Ik wil niet meer angstig zijn. Ik wil op mezelf bouwen. Als dat nu in rust is, radio-stilte of in hem juist benoemen, het kan allemaal, en ik wissel het lekker af. Voor nu voelt het goed om gewoon te zijn. Ik wil niet meer of minder. En ik wil weer… ik wil leven.

Misschien zit ik tegen een lichtelijke (rouw)-burn-out aan, maar so what: het is wat het is. Het verleden is geweest, de toekomst komt. Het is gewoon even goed zo. Ik heb dus even genoeg actief gerouwd…

De reden waarom ik gewacht heb met schrijven is omdat ik er ‘geen zin’ in had en omdat ik het niet durf te benoemen. Anderzijds moet ik het benoemen want de perfectionist in mij wil het perfect hebben. Stel dat dit inderdaad een markering is, stel dat dit echt de laatste keer is dat ik wat wil vertellen. Dan moet het verhaal wel compleet zijn.. en dat is dus juist de ironie: het is nooit af… “what is dead may never die”

Ik ben bang voor de winter die ooit weer komen gaat, ik wil niet terugvallen in een depressie. Ik heb er genoeg van. Ik hoop echt van harte dat deze sessie daadwerkelijk heeft gezorgd voor een herboren Martine, een nieuw en ander, inzichtelijker begin. Ik hoop dat ik lief ben voor mezelf. Ik hoop dat ik een omslag maak, dat de knop om is. Ik hoop dat ik hem bij me hou en tegelijk los laat. Ik hoop ik hoop, dat het me lukt. Maar dat is ook juist mijn struikelblok, het hoeft niet perfect. Er zijn nog veel meer lessen te leren…

“Hou ze dan levend je kostbare dromen, ze zijn de vertolkers van een hoger besef. Jouw idealen zijn kinderen van het leven.”

Ik ben gelukkig en dat is pijnlijk, maar ook fijn. Het mag.

Advertisements

Ziekenhuizen

En dan komt de dag die ik telkens al vreesde, waarvoor ik Michel ook zo vaak heb gewaarschuwd, de dag die ik het liefst voor altijd wilde voorkomen/vermijden…

Woensdag Avond:

Michel moet nog even naar de zaak. Ik heb een avondje alleen. Als de kinderen slapen ga ik lekker TV kijken (zo vaak heb ik die niet voor mij alleen). Ondanks dat ik super moe ben omdat de kinderen al weken slecht slapen wil ik dat momentje voor mezelf. Ik neem me voor om één aflevering van mijn serie te kijken, want ik bereid me voor op weer een helse nacht. Demian heeft een super naar hoestje dus die zal wel weer een paar keer wakker worden. Ik zet Grey’s Anatomy aan, ik ben bij seizoen 11. Ik keek het vroeger al met mijn vriendinnen maar op een gegeven moment ben ik gestopt. Ik ben tijdens de zwangerschap van Alex* weer opnieuw begonnen met kijken, maar ja daarna kon ik dat natuurlijk niet meer opbrengen. Drie jaar later, de serie staat op ziggo on demand dus ik kan weer verder kijken…

April en Jackson verwachten hun eerste kindje. Ik weet dat ze het kindje kwijt raken, want je ontkomt soms niet aan spoilers als je bepaalde dingen volgt. Ik weet dus dat er een nare aflevering zit aan te komen, maar ja niet wanneer en zeker niet hoe. Het kindje is heel erg ziek. Hij lijdt in de baarmoeder, hij moet eruit en hij heeft geen kans van overleven. Het is een mooie aflevering maar voor mij wel heel zwaar om te kijken. Ik jank de tranen uit mijn ogen, er is geen houden aan. Het is niet echt, maar het is wel de realiteit, voor mij. Het kindje wordt geboren en sterft in hun armen, ze nemen afscheid. Het is mooi in beeld gebracht. Ze lachen naar hun kindje ondanks dat hij overlijd. De trots van het worden van ouders is onbeschrijfelijk. Ouderlijke liefde gaat dwars door de dood heen. Ik weet het ook nog.. zo trots was ik op onze Alex*, zo mooi en perfect was hij..

Het meest hartverscheurende was het beeld van hem die haar in een rolstoel door de ziekenhuisgangen rijdt. Leeg, verdriet, pijn, verloren, zonder kindje in haar armen. Je komt binnen met een dikke buik en je gaat weg letterlijk met lege handen. Voor mij ook een heel traumatisch moment die ik heel bewust en toch volledig verdoofd en in shock hen ondergaan. Dingen die geen keus zijn, die moeten. De plek des onheils verlaten zonder je kostbaarste bezit. Hol..

Na de aflevering jank ik nóg meer. Onbeheerst, met lange dramatische uithalen, helemaal vrij met dikke dikke tranen. Ik voel me kapot van binnen. Het is oneerlijk, na drie jaar nog steeds zo oneerlijk. Ik mis hem zo. Er is niets meer van hem. Ik pak wanhopig zijn boekje dat ik in dat eerste jaar heb gemaakt. Bladzij voor bladzij sla ik om en ik streel de pagina’s zacht met mijn vingers. Ik kan de teksten die ik toen heb opgeschreven niet lezen. Het is te pijnlijk en mijn zicht te wazig van het vocht. Maar ik bekijk de foto’s, knipsels, plaksels en kaartjes. Al het dierbaars wat ik heb bewaard. Zijn kleine altaartje, de lof en trots voor hem. Ik blader terwijl ik muziek op de TV aanzet, ik val in een clip van Enrique. Daarna volgt Mariah Carey met One Sweet Day “And I know you’re shining down on me from heaven, Like so many friends we’ve lost along the way. And I know eventually we’ll be together, We’ll be together. One sweet day… And all that I know is I’ll wait patiently to see you in heaven. Although the sun will never shine the same. I’ll always look to a brighter day…” Toeval bestaat niet…

Bij de pagina met zijn voet- en handafdrukjes en zijn kleine plukje haar breek ik opnieuw. Alles wat er nog tastbaar van hem is, is dat mini plukje zwart haar. Het is niet eerlijk. Ik huil en ik huil totdat ik niet meer kan. Het is lang geleden dat ik me zo heb laten gaan. Ik besluit naar bed te gaan, want ik ben zo verschrikkelijk moe. Michel komt thuis en treft me apathisch aan in bed. Het duurt even voordat hij contact met me heeft. Uiteindelijk draai ik me in zijn armen en begin opnieuw onbedaarlijk te huilen. “Je hoeft het niet te fixen” zeg ik als hij probeert op zijn manier oplossingen te bedenken. Hij bedoelt het goed, maar ik heb dit nodig, het is alweer veel te lang geleden dat ik de verslindende pijn heb gevoeld. Ik kan er gewoon niet bij. Ik kan het gewoon niet geloven. Mijn eigen vlees en bloed, mijn kind is er niet meer. Hij was er, hij is geboren, hij leefde en toen ging hij dood, en nu is er niets meer. En het leven, ons leven gaat gewoon door, is gewoon door gegaan. We zijn verder gegaan en iedereen om ons heen gaat verder. Dat is onmogelijk, toch? Hij is er niet. Maar hij was er wel! En hij had er ook moeten zijn!

En de persoon die ik was in 2005 toen Grey’s Anatomy uitkwam, toen ik Michel nog niet eens kende is er ook niet meer… Het is gewoon onwerkelijk.

En ik maak er het beste van. Maar dat voelt zwaar. Ik roei met de riemen die ik heb. Ik vecht tegen het donker, tegen pijn en verdriet, tegen depressie, tegen compleet gek/gestoord worden, tegen mezelf niet verliezen, soms zelfs tegen suïcidale gedachten. Ik maak er het beste van, maar dat voelt niet goed genoeg. Er was meer dan dat in mijn leven. Dat is dood gegaan met hem. Het voelt alsof de wereld plat is. We gaan allemaal dood op het moment dat we over de rand kukelen in een zwarte lege diepte. Niets. En ik zwem daar bij die rand, ik probeer er vandaan te zwemmen, maar de stroming is soms zo sterk. En het vechten tegen de stroom is zo vreselijk vermoeiend. En het onvermijdelijke gaat gebeuren, er is geen ontkomen aan. We gaan allemaal dood, wanneer weten we niet, maar we donderen allemaal van de rand in het niets. We verdwijnen gewoon van deze aardbol, in het niets. Verloren, verdwenen… het lijkt soms allemaal zo nutteloos… zo kansloos.

Donderdag:

We vallen uiteindelijk in slaap. Om half 1 word ik alweer gewekt door Brian. Hij krijgt zijn nachtfles en ik leg hem weer terug in zijn bedje. Om half 2 hoor ik hem alweer. Ik maak Michel wakker en stuur hem met Brian naar beneden. Ik moet slapen, mijn hersenen kunnen niet meer normaal doen door het chronisch slaapgebrek. Om half 4 staat Demian aan mijn bed. Hij hoest en hoest en hoest en hoest en kan niet meer slapen. Ik neem hem in bed, maar hij vertikt het om verder te gaan slapen. Met wat boze maar totaal niet werkende dreigementen tikken de uren slapeloos voorbij. Uiteindelijk zet ik de Aristokatten aan, maar ook daar wordt hij niet veel rustiger van “niemand swingt zo, niemand zingt zo als een echte kat!” “Hoe laat is het nu?” “Hoe laat gaan we eruit?” Zwaar geïrriteerd gaan we om zes uur naar beneden. Daar liggen Michel en Brian op de bank. Demian gaat op zijn spelcomputer en Michel naar zijn werk. Brian gaat naar mijn schoonmoeder. Demian speelt en is moe, maar hij moet van mij naar school. Zijn brood eet hij weer niet, strijd. Een banaan dan, voor de helft. Ik neem genoegen. Hij hoest nog steeds, is verkouden, maar heeft geen koorts. Hij moet van mij naar school. Op school begin ik al te twijfelen. Hij heeft een grote blaar op zijn onderlip. Hij is verdrietig en stil en hoest. Ik licht de juf in dat ze mijn schoonmoeder moet bellen als het niet gaat. Ik moet naar de mondhygieniste en naar mijn werk. Om 10 uur krijg ik al een appje dat Demian van school is gehaald. Hij heeft bij mijn schoonmoeder gespuugd en ligt ziek op de bank. De rest van de dag hoor ik geen bijzonderheden.

Donderdag Avond:

Om kwart voor zes belt Michel me op mijn werk. “Hij heeft een hele rare ademhaling…” Uhhh ja wat kan ik daar aan doen? “Ik denk dat ik even naar de huisartsen post moet gaan”. Ik lijk wat paniek te horen, maar ik wuif het eigenlijk weg. In mijn hoofd schiet het gesprek van die ochtend met een moeder op school door mijn hoofd. Ik ben een slechte moeder, kort lontje, weinig geduld momenteel, helemaal klaar met de constante ziekenboeg en vermoeidheid. Ik laat het Michel opknappen, ik ben aan het werk. We houden contact. Ik licht wel mijn baas in, voor het geval dat. Na ruim een uur krijg ik een appje “Lieverd hij moet even naar de kinderarts”. Dan gaan bij mij de alarmbellen pas af. Wat doe ik hier nog? Ik hoor hier nu niet te zijn! Ik bel mijn laatste patiënten af en bel nog een keer mijn baas. “Ik moet weg”.

Ik weet niet hoe snel ik weg moet komen. Ik rij hard naar het ziekenhuis. Ze zitten inmiddels op de eerste hulp. Demian ziet bleek, rode lippen, klam, oppervlakkige ademhaling, maar hij speelt en praat. Ik ben gestresst. Demian wordt meegenomen en aan een apparaat gezet. Zijn saturatie is laag en is ondanks twee puffertjes niet beter geworden. Ook het apparaat toont een lage zuurstof opname en hoge hartslag. Ik raak van binnen in paniek. De rest om mij heen is veel te kalm. Michel, de arts of verpleegkundige, ik weet niet eens wat die oudere man is. Dan komt er een hele jonge vent binnen, ik scan zijn naam bordje: co-assistent kinderarts. Hallo no offense maar kan de real dokter nu even komen!! Hij doet het verder prima, maar de waardes veranderen niet. Demian is super gespannen, hij is zo gevoelig, hij vindt het eng. Ik probeer hem te kalmeren, maar zelf ben ik dat ook niet. Michel maant me tot rust. Dan een echte kinderarts. Ik schiet eindelijk in een ruststand. Een leeuwin weleswaar, maar ik voel ineens vertrouwen. Demian gaat weer aan de vernevelaar met Ventolin. Het wordt eindelijk iets beter, maar het is nog steeds niet goed. Ik zit op hete kolen. Als de kinderarts langzaam iets zegt over blijven val ik haar in de reden. Ik blaat iets onsamenhangend uit over ons verleden “zoon verloren, angst, bang” Ze stemt gelijk in met een nacht observatie. Demian begint te huilen en is van slag. We hadden hem eigenlijk net een ijsje beloofd als we thuis zouden zijn. Hij is verdrietig dat hij die niet krijgt. Op mijn netvlies komt het beeld van mij in het ziekenhuisbed na de keizersnee voor de behandelkamer van Alex* happend van een raketje. “Mama weet dat ze hier ook ijsjes hebben, dus dat komt vast wel goed”. We troosten hem, stellen hem gerust, leggen uit dat het niet aan hem ligt, doen een poging hem te kalmeren. We lichten de familie in en zetten wat praktische zaken in werking. Brian kan bij mijn ouders blijven logeren. Na zijn prednison-drankje worden we naar de kinderafdeling gebracht. De kinderarts weet inmiddels van onze geschiedenis en lijkt het ook te kennen. Ze biedt bij voorbaat al haar excuses aan, denkt met ons mee en is heel bedachtzaam. Helaas is de afdeling vol en is er alleen een kamer in de rechter vleugel vrij. De vleugel van Alex*. Voor mij is het ‘oké’, ik ben al eens terug geweest omdat ik wist dat deze dag ooit eens zou komen. Michel niet. Hij doet wat hij moet doen voor Demian maar zijn kaken staan strak. We lopen de gang in. We komen terecht op een kamer precies schuin tegenover de kamer waar Alex* is gestorven. Het is weer zo’n keus dat geen keus is. We hebben geen keus, het leven gaat door. In mij stormt het, maar de leeuwin is wakker, het oermoedergevoel spreekt. Mijn kracht is ongekend. Ik ben waar ik moet zijn, bij mijn oudste zoon. Hij heeft mij nodig. Michel kan ik niet pijlen, maar ik neem de controle en het voortouw. Mijn kind, mijn zorg, mijn innerlijk gevecht.

Mijn zus is er ook, ze komt helpen, altijd makkelijk zo’n medewerker van het ziekenhuis. Michel gaat spullen halen…

Aan de overkant van onze kamer zit een verpleegkundige. Ineens zie ik een piepklein baby’tje in haar armen. Een couveuse kindje. Eerst ben ik vertederd, daarna komt de angst. Als even later het grote licht in die kamer aan gaat en er vier witte jassen binnen staan klopt mijn hart in mijn keel. Ik ben bang, doodsbang voor dat baby’tje. Als het maar niet sterft omdat wij hier nu zijn. Over Demian maak ik me al niet echt druk meer, maar dat hoopje aan de overkant baart mij zorgen. Waar zijn de ouders? Ik voel (denk ik) wat die vrouw aan de overkant van onze kamer destijds heeft gevoeld. Lig je daar met je zieke kind, gaat er aan de overkant van je kamer eentje dood. Het is onwerkelijk. Als de geschiedenis zich maar niet herhaalt! De kinderarts praat er even met me over en ze sluit onze gordijnen. Ik heb geen zicht meer op het kindje, ik kan me weer concentreren op mijn eigen kind. Ik laat het los en nestel me in de bubbel van onze kamer. Dit is onze wereld nu. Één keer verlaat ik de bubbel om te plassen. Ik loop naar de kamer van Alex* toe. De film begint te draaien, mijn hartslag gaat omhoog. Het ís een film, maar dan de echte, de onze, waargebeurd. Hier is Alex* gestorven, ik proef het ijsje, ik hoor de chaos, ik ruik de geur van ziekenhuis, ik voel de spanning en ik zie mijn kindje die wordt gereanimeerd. Op de behandeltafel. Maar de behandeltafel is leeg. Hij ligt er en toch is hij er niet. Geen EMDR kan deze beelden doen veranderen, geen tijd of therapie verminderd het trauma. Mijn kind, mijn Alex*, dood op die tafel in die kamer. Het hysterische geschreeuw van mij erna…. het is te veel, ik kan niet breken. Ik loop weg. Vannacht heb ik een taak: waken over mijn oudste zoon. En ik ben sterk, ik kan het, ik doe het. Mijn depressie lijkt ineens zo ver weg. Ik voel me goed over mezelf. Ik ben op en top moeder en ook al kan ik niet alles voorzien, of voorkomen of verhelpen. Ik ben er! Ik ben er altijd geweest en ik zal er altijd zijn…. ik ben moeder en ik bescherm mijn kroost.

‘The night is dark and full of terrors’. Bij elke piep, kreun en zucht sta ik aan zijn bed. Om de drie uur wordt hij verneveld via een mondkapje. Steeds zie ik de foto van Alex* met zijn zuurstofkap. Demian krijgt tussendoor constant zuurstof toegediend via een slangetje in zijn neus. Hij is zo gevoelig, het zit hem voor geen meter, alle plakkertjes, draadjes en slangetjes. Mijn focus ligt op het apparaat, zijn hartslag en saturatie. Ik vind het beangstigend om te weten dat ik het later weer zonder dat apparaat moet doen. Dat ik weer vertrouwen moet hebben in mijn zoon en eigen intuïtie. Bij elk piepje zit ik rechtop. Slapen is er niet bij. Ik ben bang dat zijn hartje het begeeft. Demian doet het geweldig. Naast ons huilt soms een andere baby. Ook dat geeft me een wringend gevoel. Ik lag destijds op de kraamafdeling zonder kind, maar ik hoorde ‘s nachts de geboren baby’s wel.. alleen in de vroege ochtend pak ik nog 2 uurtjes slaap uit pure vermoeidheid.

Demian knapt langzaam op, maar de angst zit er goed in. Is dit een virale longinfectie dat zo heerst of is dit de voorbode van COPD wat in mijn familie zit? Longartsen, medicijnen, allergieën en benauwdheid. Ik ben bang daarvoor. Ik ben geen heel persoon meer. De schik zit er goed in. Ik ben zo ontzettend bang om mijn dierbaren te verliezen. En ik probeer me er niet door te laten leiden, maar dat maakt het juist zo incompleet. Nep, niet meer onbevangen, klaar voor onheil. Genieten is een opgelegde taak. In het eerste jaar liet ik daardoor alles los, ik had er toch geen invloed op. Inmiddels is dat juist omgeslagen in een controlfreak. Ik wil alles naar mijn hand zetten. Het enige dat ik kan is aanwezig zijn, ik heb geen macht.

Deze nacht zijn we doorgekomen. De kinderarts komt zo weer naar hem luisteren en dan horen we verder hoe of wat. Ons dappere grote slimme gevoelige, lieve, bange mannetje. “Ik ben bang dat ik dood ga, want Alex* ging ook dood”. Ik verzeker hem en beloof hem dat dat pas gebeurd als hij heel oud is. Ik vertel hem over oude oude oma’s en opa die ook gewoon nog leven. “Alex* zijn dood is niet normaal geweest, daarom zijn we ook zo verdrietig, maar jij bent maar een heel klein beetje ziek en wordt weer beter en heel oud.” “Als ik een opa ben”. Juist! Pas als je een opa bent… en godverdomme niet eerder! Dat. Mag. Niet.

“Het leven gaat al veel te snel voorbij”

Al meerdere keren heb ik weer op het punt gestaan om iets te schrijven, maar vaak denk ik inmiddels ‘What’s the point?’ Ik krijg hem niet terug, ik ga het niet beter begrijpen en soms merk ik zelfs weerstand vanuit mijn omgeving.

Maar het is een blijft een feit dat Alex* ook mijn zoon is. Dat ik net zo lief over hem praat als over Demian en Brian (ook al heb ik niet echt iets ‘nieuws’ om over hem te vertellen). Schrijven lucht mij op en zoals Michel gister tegen me zei toen we het hadden over mijn onzekerheid “Je hébt iets te vertellen en je helpt er anderen mee”. Mijn onzekerheid; ja, ik merk het weer gigantisch in mijn dagelijks leven en door mijn studie. De angst om te falen is groot. Het feit dat ík Alex* heb verloren voelt nog steeds alsof het mijn schuld is. Waarom die twee andere guppen gezond zijn is mij een raadsel en ik zit eigenlijk te ‘wachten’ tot het noodlot weer toe slaat. Angst.. het is een dingetje hoor! Hoewel ik probeer mijn leven er niet te door laten beïnvloeden, voel ik mij wel vaak bang. En ook boos. Ik ben (nog steeds) boos op het leven. Ik begrijp het leven ook niet. Ik snap het nut er niet van. Wat doen we hier? Waarom moeten we doorstaan wat we moeten doorstaan? Zullen we als we dood gaan eindelijk begrijpen wat de zin van ons leven was?

Een paar avonden terug heb ik de film ‘The Shack’ op Netflix gekeken. Ik wist niet waar het over ging, maar een studiegenoot had hem benoemd ten aanzien van emoties waar mijn module op dat moment over ging. Ik ging er blanco in, maar al gauw had ik zoiets van ‘waar zit ik in Godsnaam(!) naar te kijken?!’ En daar ging het dus over; over God. Het was een bizarre, heftige, lugubere en (bij mij) weerstand opwekkende film waardoor ik hem een paar keer af wilde zetten. Toch was ik geïntrigeerd en getriggerd en bleef kijken. Het ging over een man die vroeger als kind mishandeld was door zijn vader. Uiteindelijk was hij nog redelijk goed terecht gekomen door zijn vrouw en drie kinderen. Hij was gelovig opgevoed en zijn vrouw was ook erg kerkelijk, hij zelf was niet meer erg aanhangerig, maar ging wel uit gewoonte naar de kerk. Hij voelde niet echt meer een band met God. Dit werd verergert toen zijn jongste dochter op een dag werd ontvoerd en vermoord. Je zag een rouwende vader die nog maar weinig verbinding had met zichzelf, zijn gezin en zijn leven. Tot zo ver prima film, totdat hij door God zelf werd uitgenodigd in de hut waar zijn dochter was omgebracht. Vanaf daar werd het een idyllische maffe religieuze film waarin de drie-eenheid De vader, de zoon (Jezus) en de heilige geest (Spirit), in drie verschillende personages hem allerlei wijze levenslessen gaven. Zoals ik al zei, riep het bij mij weerstand op, omdat ik niet geloof in een aansturende macht die alles bepaald, maar er zaten wel degelijk hele mooie punten in de film. De boosheid naar God, omdat hij het niet zou hebben voorkomen en het voelde als straf, het verloren vertrouwen in de goedheid van het leven, de verloren verbinding met zichzelf en het leven en het oordeel dat wij mensen over alles en iedereen hebben. Er kwamen echt wat mooie dingen in de film naar voren waar ik iets aan had, omdat ik het vertaalde naar God en kracht in mezelf. Ook ik ben boos, ook ik oordeel en ook ik dwaal en worstel in het leven en met mezelf. Ik ben soms zo opzoek naar antwoorden dat ik er gek van wordt. Door deze film kreeg ik een klein beetje berusting, op een rare manier, hoewel ik die nacht niet kon slapen. Op zoek naar troost ga je dingen geloven. Hoe fijn zou het zijn als er inderdaad een hemel is waar Alex* nu vrij van gemis gelukkig is? Hoe mooi is het dat er in de film op het graf van het meisje een prachtige levensboom ging groeien? Een levensboom die staat voor persoonlijke groei en ontwikkeling en kracht en evenwicht geeft in je leven. Hij staat symbool voor het eeuwige leven en de verbinding tussen hemel en aarde. Bij dat stukje huilde ik tranen met tuiten: wij hebben zo’n boom!! En die is me heel dierbaar.

Ik weet niet of ik in een hemel geloof, ik denk dat ik te wetenschappelijk ben ingesteld. Maar ik geloof wel dat er íets is. Ik voel dat er krachten zijn die ik niet kan verklaren, ik voel zijn ziel en die van anderen om me heen. Laatst nog in de auto: ik zat te bedenken hoe eenzaam ik mij soms voel in mijn verlies, omdat niemand het écht goed begrijpt en prompt speelde de radio het liedje van mijn overleden opa. Hij was er gewoon! En toen ik de coach had uitgekozen die mij zou gaan helpen bij het durven voelen en durven uiten van mijn boosheid, werd ik bij haar thuis welkom geheten door talloze olifanten in haar kamer. Toeval bestaat niet! Het zijn de kleine dingetjes waarvan ik denk dat Alex* er nog is en ons helpt. Het zijn deze signalen die ik graag deel in de hoop anderen troost te bieden. Het leven is niet te ontrafelen en er is zoveel niet te verklaren, maar het gevoel dat het allemaal niet helemaal niet voor niets is, trekt mij uit mijn depressieve gedachten. Ik weet niet of je er wat aan hebt en misschien is die film voor anderen te abstract, maar als ik niet schrijf dan weet ik zeker dat mijn inzichten verloren gaan. Ik heb heel erg het gevoel dat ik moet leren te vertrouwen op mijn intuïtie, dat er lessen te leren zijn in positieve en negatieve zin. En ik hoop echt vanuit mijn diepste wezen dat ik antwoorden heb aan het einde van de lijn. Want het frustreert me mateloos dat ik het niet snap en soms heb ik er dan gewoon geen zin meer in als het me toch niet lukt om het te begrijpen! Ik hou me vast aan mijn eigen kracht, visie en keuzes. Het geluk zit in mezelf door simpel weg de mooie dingen te blijven zien en door niet te verbitteren. Het is zwaar en geloof me het lukt vaak niet. Het hele werken aan mezelf en het analyseren doe ik overigens ook liever niet. Maar ik wil groeien, ik wil verder komen in het leven. Elke dag wil ik leren en veranderen en open staan. Ik kan wat dat betreft niet wachten tot ik 80 ben en hopelijk de mysteries heb ontrafeld. En tegelijk ben ik bang voor de dood, want wat als er nou NIETS is. Wat als het geen doel heeft gehad? Waarom moeten we dan lijden? Ik word enorm boos als een buitenstaander zegt dat alles gebeurd met een reden. WAT is die reden dan?! Maar zelf kan ik het ook niet helpen om af en toe er van uit te gaan dat het is gebeurd met een doel, zodat ik er iets positiefs uit kan halen. Mijn doel, mijn les is om te leren te leven in het nu, de grootste opgave: zonder oordeel, zonder angst… zo sterk als een boom die telkens haar bladeren verliest, maar elk voorjaar weer in bloei komt te staan… we vallen en we staan weer op, want anders kan ik net zo goed blijven liggen en er mee ophouden, maar ik ben veeeeel te nieuwsgierig om er mee te stoppen (hahaha).

Count on Change

Alle moeilijke dagen zijn gelukkig weer voor bij, het nieuwe jaar is begonnen en de lente komt er aan… Voor het eerst sinds drie jaar voel ik me enigszins sterk en voel ik zelfs iets van geluk. Ik ben enorm trots op mezelf. Al drie jaar werk ik aan mezelf (met hulp) en ik heb eindelijk het gevoel dat het nu echt blijvends iets doet. Ik wil niet zeggen dat nu alles van een leien dakje gaat, maar ik voel me wel anders en dat heb ik eerder niet gevoeld.

De depressie van afgelopen maanden heeft er flink ingehakt. Ik ben ook bang dat dit voor altijd zal blijven. Vanaf dat de blaadjes gaan vallen tot aan december. Nu het januari is voel ik me opgelucht en lichter. Het liefst wil ik natuurlijk dat het niet meer terug komt aan het eind van het jaar en daar werk ik hard aan. Maar juist ook de acceptatie dat het zo is, maakt dat ik weet dat ik er doorheen kom.

Ik ben een nieuwe opleiding gestart tot Leefstijl- en Vitaliteitscoach. Ik wil me graag blijvend beter voelen. Letterlijk fijner in mijn vel, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik leer heel veel en dat doet me goed. Ik krijg er ook behoorlijk wat energie van. Eindelijk weer echt iets voor mezelf! Ik heb dit denk ik wel aan Alex* te danken. Door wat ik heb moeten door staan, ben ik anders over dingen gaan denken. Ik ben geïnspireerd door lotgenoten en mensen die mij hebben geholpen. Hierdoor is het besef ontstaan dat alleen ík mijn eigen leven in de hand heb. Als je ontevreden bent, is verandering de oplossing. Alex* heeft dat heel erg getriggerd. Het leven is te kort om ongelukkig te zijn en het te vergooien, ik moést iets doen. Ik ben veel erover gaan lezen, gaan praten en ik leer nog iedere dag. Wat mijn depressie vaak weer aanwakkert is de onzekerheid, “ik kan het niet” of zelfs nog erger “wat heeft het voor zin”. Maar ik doe heel hard mijn best om tegen deze gedachten te vechten. Ik en mijn leven zijn de moeite waard! En ik wil die energie om te vechten!

Ik wil hiermee ook heel graag anderen helpen, dat is iets waar ik blij van word. Ik doe de opleiding voor mezelf, maar ik zou het zo gaaf vinden als ik straks anderen ook kan ondersteunen. Na de dood van Alex* is het een enorme zoektocht geweest naar geluk, levenslust en zingeving. Nog zijn er dagen dat ik het allemaal niet (meer) weet. Met mij gaat het op zich goed nu, maar om mij heen is een hoop ellende. Daar kan ik erg down en verdrietig van worden. Maar als ik nou toch eens positief kan blijven en anderen kan helpen, hoe zinvol is mijn leven dan?

We vechten allemaal wel ergens mee; wie we zijn, wat we willen en hoe het verder moet. Als dat nou eens meer besproken zou worden, dan voelt iedereen zich misschien wat beter. Door het verlies van Alex* werd ik gedwongen om naar mezelf te kijken. Wat dat betreft zitten er in mijn klas allemaal mensen met een heftig verhaal. Soms is het nodig om jezelf opnieuw uit te vinden. Gedwongen of als keuze.

Ik weet verder niet zo goed waar ik heen wil, maar ik vind het leven gewoon lastig. Leven is echt een kunst. Je moet het met jezelf doen, maar er zijn zoveel factoren die de boel beïnvloeden. Het gevoel dat me nu in ieder geval blij maakt is dat ik niet meer het gevoel heb dat ik in een overlevings-modus zit. Ik voel dat ik weer leef en er plezier in heb (meestal). Dat is voor mij een grote overwinning. Zelfs in mijn grote december-dip ben ik mezelf niet weer volledig kwijt geraakt. Ik heb het doorleefd in plaats van overleefd.

Uiteraard kan het weer anders worden, maar voor nu ben ik trots. Voor degene die daar nog niet zijn: heb hoop en vertrouwen. Zoek eventueel hulp, mij is het me niet in mijn eentje gelukt. Ik mis Alex* nog iedere dag, ik denk dat het rouwen om hem ook nooit over gaat. Maar ergens begin ik te accepteren dat ik voorgoed ben veranderd. Ik begin weer van mezelf te houden, zelfs van de slechte dingen. Ik begin in te zien dat de stabiliteit waar ik naar streef niet bij mij hoort. Ik zal altijd snel uit het veld geslagen zijn bij falen, verdriet, teleurstelling en hoge verwachtingen. Ik ben gewoon een gevoels-mens. Maar door lief te zijn voor mezelf en mijn gevoeligheid als kracht te beschouwen, kan ik mijn onzekerheid omtoveren tot iets moois. Er zijn dagen dat ik boos ben, maar ik stop het niet meer weg. En zo begin ik vrede te krijgen met mezelf en met mijn leven. Ik merk dat ik de controle weer een beetje terug krijg, juist door het oordeel los te laten. Oordeel-vrij geeft mij verlichting, en ik gun dit meer mensen. Het is zoals het is, ik kan de situatie niet veranderen, maar ik kan wel veranderen hoe ik er in sta en wat ik van mezelf vind. Ik verdien een gezond en vitaal leven en ik hoef niet persee iets over mezelf en anderen te vinden. En hoe tegenstrijdig klinken deze woorden: controle, (in)stabiliteit, los laten oordeelvrij en acceptatie. Het leven is geen middenweg, het is hoog en laag, donker en licht. De balans is dat er geen balans mogelijk is!

Momenteel ben ik ook echt verdrietig omdat alles om me heen op instorten lijkt te staan: ziekte, dood, liefdesverdriet en het is zelfs nog groter dan dat: de zorgen om de maatschappij en de aarde. Dit kan mij echt een machteloos en “kansloos” gevoel geven. Maar ik wíl positief in het leven staan. Ik wil doen wát ik kan, wánneer ik kan en ik doe mijn best. Voor het eerst in mijn leven probeer ik dat goed genoeg te vinden. Meer dan mijn best kan ik niet doen. Ik ben overigens heel dankbaar voor de mensen om mij heen die mijn bewust zijn hebben vergroot. Alleen en toch samen, het lijkt onmogelijk, maar ik wil niet alleen naar de verschillen kijken. Liefde verbind. Ook al is Alex* er niet, wat allerlei heftige emoties oproept, mijn liefde voor hem verbind mij met hem en andere mensen. En van daaruit wil ik verder leven… gelukkig instabiel vol liefde…

Ps. Voor meer info, kijk op mijn Facebookpagina: Count on Change

Een verdrietig feest

Zo’n dag als deze gaat nooit onopgemerkt voorbij. Ik voel lood in mijn schoenen en ik voel me trots en blij. Woorden en zinnen wellen eindeloos in me op, het liefst in rijm tot een mooi gedicht. Wat natuurlijk nergens op slaat. Woorden schieten zoieso te kort, er zijn geen woorden voor mijn gevoel. De tranen staan als een stuwdam opgestapeld achter mijn ogen, als ik ze laat gaan is er geen houden meer aan. Dus dan maar die woorden die wel mogen stromen. Woordenkots.

Ik mis je zo verschrikkelijk, het is zo oneerlijk! Ik begrijp het gewoon niet en vragen zonder antwoorden plagen me. Waarom wij? Waarom jij? Hoe kon het gebeuren? Mijn hemel, waar ben je nu?

Zie je ons? Groei je? Weet je wel hoeveel ik van je hou?!

Deze dag begon ondanks de spanning zo mooi. Met haastige spoed kwam je op de wereld met een keizersnee. De dokteren deden er alles aan om je te helpen. Mama lag daar maar, papa week niet van je zijde. Totdat je ons twee uur later verliet of moest verlaten, je mocht of kon niet blijven. Ik weet niet wat of wie dat aanstuurt, of hoe dat gaat. Pure pech of met een reden? En wat is die reden dan? Het liefst mijmer ik over het laatste: hoe mooi je ons leven hebt verrijkt met je komst. Feit is: het is gewoon té kut om je te zijn kwijt geraakt. Ik zou alles doen om je hier bij me te hebben. Ik zou alles inruilen, opgeven of teruggeven, maar zo werkt het niet. Het is zo, het is zoals het is. Geen liefde zo groot dat daar iets aan kan veranderen. Geen liefde oneindig dat helpen kan. Ook de liefde van en voor de levenden niet. Het maakt niet uit, het maakt geen verschil. Ik wil jou. Op zo’n dag als deze is het verdriet groot, maar de trots ook. Jij bent mijn zoon, dit is jouw geboortedag! Met alle flashback en herinneringen erbij. En dat is zwaar. De beelden op mijn netvlies, het gevoel in mijn armen, de verlamming in mijn benen. De shock, de stekende woorden in mijn keel. De onmacht, de wanhoop. Waarom moest je ons verlaten? Waarom mocht ik je niet levend vasthouden? Waarom mag ik je niet leren kennen? Mijn eigen kind, van mijn vlees en bloed, uit mijn schoot. Het is onmenselijk. Een moeder haar kind afnemen. Een prachtige drie kilo, zwarte haartjes en een lijfje zo slap en grauw. Twee uurtjes in leven en ik kon er niet bij. Ik weet niets van je. Ik kon alleen maar van een afstand toekijken. Bleek en een bolle buik (niet dat ik daar op dat moment bewust van was), ik hoorde je huilen en ik zag je plassen, dat was genoeg voor mij. Je huil kan ik me niet meer herinneren, de dood heeft alles overstemd. De rust, de vredigheid, de kalmte en de leegte. Alsof je sliep. Tevreden maar ook -niets-. Er was niets.. niets meer. Ik dacht dat je wel weer zou gaan ademen, maar bewegingloosheid antwoordde terug.

‘ s Nacht ga ik bij je kleine broertje kijken; doet hij het nog? Het is een angst die nooit meer over gaat. Ik zie dan voor me dat ik hem ademloos en bewegingloos aantref in zijn bed. En ik ga kijken, ik móet dan kijken, ook al durf ik niet. Dat is de kracht van een moeder. Ook al was je dood, ik deed alles. Ook al was mijn hart gebroken, ik deed alles. Mijn kind, mijn zoon, mijn onvoorwaardelijke en eindeloze liefde. Dat vertaald zich in rauwe rouw. Zo puur en kwetsbaar dat het krachtig wordt. Dat maakt deze dag ook zo krachtig. Jij bent geboren! Jij hebt geleefd! Jij leeft in ons, in de natuur (teruggegaan) en je bestaat in ons leven. Jij bent nooit echt weggegaan. Al kon ik je toch nog maar even zien en vasthouden, nog even ruiken en voelen, je strelen en aaien, je liefkozen en je liefhebben. Het is mijn diepste wens, mijn eindeloos verlangen. Er zit geen zitten geen grenzen aan mijn kunnen, aan mijn denken en aan mijn fantasieën. Een geweldig kereltje van drie jaar oud, spelend en ontdekkend, met donkere wilde haren en een ondeugende lach. Slim en vrolijk, maar ook hard en zakelijk. Ik weet niet waarom ik dat zeg…

Ik voel een afstand. Mijn ideeën zijn de spiegel van mijn gevoel. En ik voel me zwaar. Omdat ik je mis, omdat ik je dood niet heb kunnen voorkomen, omdat ik niet meer weet hoe ik deze dag moet invullen. Het staat zo haaks op elkaar. Geboorte en dood vieren of geboorte en dood rouwen? Het is vandaag een verdrietig feest…

Mijn hart breekt opnieuw in duizenden stukjes. Boos, verdriet, frustratie, wanhoop, pijn, trots, dankbaarheid, liefde, gemis, een greep uit al die deeltjes van mijn hart. Mijn hart behoort jou toe.

Ps. Woordenkots aka gedichten die de lading niet dekken en mijn gevoel niet kunnen beschrijven. Toch wat pogingen gedaan:

Een mooie geboortedag

Dat gedenken wij

Drie jaar geleden

Maakte je ons zo blij

Dat je niet blijven kon

Geeft ons veel verdriet

Maar de trots

Vergeten we niet

Een dag zo dubbel

Gelukkig en grauw

Er is feest en afscheid

Liefde is rouw

Ik hoop dat je verjaart

En dat je dat viert

Dat de hemel

Met slingers is versiert

Dat de ballonnen

tussen de wolken dansen

En dat alle sterren

Blinken en glanzen

En als je naar beneden kijkt

Je van ons geniet

Dat jouw dag

Er hier ook feestelijk uit ziet

Met een lach

en menig traan

Voor ons blijf je

Voor altijd bestaan!

Op de dag dat jij geboren werd

Stroomde er puur geluk door mijn hart

Op de dag dat jij sterven moest

Werd in één keer alles zwart

Het is voor altijd een verdrietig feest

Want je bent veel te kort bij ons geweest!

De sterren dansden

De maan zong een lied

De hemel ging open

Toen je de aarde verliet

Ik hoop dat je daar ergens ziet

Hoeveel ik je mis

Hoeveel ik van je hou

En hoe moeilijk het nog altijd is

Nooit heb ik je oogjes mogen zien

Nooit heb ik je warmte mogen voelen

Nooit heb ik je mogen horen lachen

Nooit heb ik je mogen badderen

Nooit heb ik je mogen voeden

Nooit heb ik je mogen leren lopen

Nooit heb ik je mogen zien groeien

Nooit…

Nooit zal ik je meer horen huilen

Nooit zal ik je meer aaien

Nooit zal ik je meer verzorgen

Nooit zal ik je meer vasthouden

Nooit zal ik je meer ruiken

Nooit zal ik je meer knuffelen

Nooit zal ik je meer zien

Nooit…

Duurt heel erg lang

Altijd zal ik je lief hebben

Altijd zal ik aan je denken

Altijd zal ik je naam noemen

Altijd zal ik je herinneren

Altijd zal ik je eren

Altijd zal ik van je houden

Altijd…

Duurt langer

Drie jaar lijkt een eeuwigheid

Drie jaar lijkt nog maar gister

Drie jaar zou je zijn geworden

Drie jaar…

Overleven

Een vol schoolplein in een nog wat donkere schemering. En ik dacht dat we nog wel te vroeg waren. Er schalt vrolijke Sinterklaas muziek uit de speakers. Ineens word ik overmand en overvallen door emoties en prikken er tranen in mijn ooghoeken. Niet nu, niet met al die mensen, waarom eigenlijk?! Ik slik ze snel weg, maar de toon is gezet. De toon van falen en schuldgevoel? De toon van zinloos en schaamte?

Het is deze december maand. Het is dit grauwe weer. Het is de extreme vermoeidheid. Ondanks dat Brian nu bij ons is heb ik het ontzettend zwaar. Misschien wel het zwaarst van de afgelopen drie jaar. Mijn vechtlust om er iets moois van te maken, zoals ik het de jaren hiervoor had, is vele malen minder. Ik ben lichamelijk en emotioneel/geestelijk uitgeput. Terwijl ik juist dit jaar voor het eerst op volle toeren weer mee draai. Voor Demian wil ik het leuk maken, de zorg voor Brian vreet energie, ik ben een nieuwe opleiding begonnen en ik probeer alle andere ballen in de lucht te houden.

Ik kom tijd en energie te kort en mijn depressie zwelt daardoor aan. In combinatie met de dubbele trauma’s van deze maand en een laag zelfbeeld hou ik nog maar net mijn hoofd boven water. De enige manier om de emmer niet te laten overstromen is dus die verdomde tranen te laten gaan. Ik huil veel. In stilte, in het geheim, of bij Michel… Onze kaken staan letterlijk strak gespannen. De lichtjes, de geurtjes, de deuntjes, alles in deze tijd herinnert ons aan de geboorte en dood van Alex* maar ook nog eens de vreselijke stress van vorig jaar rondom Brian. We kunnen niet geloven dat we vorig jaar gedwongen alles ondergingen, maar we nu alsnog alles herleven. De angst, de pijn, het verdriet en het moeizame begin. Ondanks dat hij er gewoon is! Het is niets vergeleken bij de pijn en het verdriet om Alex* maar toch is ook dít er nu.

Vorig jaar liep ik hoogzwanger dat volle muziek-overheersende schoolplein op, niet wetende hoe de afloop zou zijn. Dit jaar is mijn allerbeste vriendin hoogzwanger. Ik ben getraumatiseerd rondom zwangerschap, bevalling/keizersnee en kraamweek. Prompt doet deze maand mijn litteken in mijn onderbuik weer vreselijk zeer, terwijl ik daar al een tijd niet écht last meer van had. Het is psychische pijn dat zich lichamelijk uit. En het is geen pretje kan ik je vertellen. Het is angstig en verlammend en beperkend.

Morgen is het Wereldlichtjesdag en gaan we naar het crematorium voor een bijeenkomst met andere sterrenouders. Van de week ben ik er uit wanhoop een keer heen gereden en heb ik met twee slapende kindjes, ons kostbaarste bezit, een tijdje op de parkeerplaats bij de 24-uur-kamers gestaan. Door het troosteloze weer kan ik niet naar de boom, maar de behoefte om in contact te zijn met Alex* en mijn herinneringen te doorleven is overweldigend. We worden geleefd en tijd maakt alles anders. Het voorzetten van de tijd, maar ook het ontbreken er van. Ik heb geen grip, maar emoties móeten doorvoelt worden. (Emovere (Latijn) = energie in beweging). Het is vluchten of vechten of bevriezen.

Het gebrek aan grip maakt me stuurloos en enorm verdrietig/wanhopig. Waar moet ik heen? Wie wil ik zijn? Wat kan/wil ik doen? En vooral wat is haalbaar momenteel? Niet veel en dat maakt me depressief. Ik ben en kan niet de Martine zijn die ik wil zijn, terwijl het voelt alsof er aan alle kanten aan me getrokken wordt. Alsof ik geen invloed er op heb of geen keuze. Uiteraard heb ik die wel, maar mijn overtuigingen zitten vastgeroest.

In mijn opleiding leer ik dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn leven. Dat alleen ik mijn geluk en vitaliteit kan bepalen en beïnvloeden. Op zekere hoogte is dit waar, want ja ik héb de plicht en verantwoordelijkheid zelf iets te doen. Ik ben niet wat me is overkomen of aangedaan. Ik ben meer dan alleen mijn angst, mijn verdriet, mijn trauma’s en mijn depressie.. maar mijn God, wat is dat moeilijk om te zien deze maand. Men heeft soms werkelijk geen idee wat verlies in houdt. Ik heb zóveel verloren, ondanks dat ik me een winnaar voel.

Ik zét die kerstboom op, ik tover een lach op mijn gezicht, ik werk hard, ik doe het, ik vecht! Dankbaarheid voorkomt dat ik verdrink, maar het is moeilijk en zwaar en rauw. Het is eenzaam op wat enkele lichtpuntjes die soms helpen na. Mijn liefde voor Alex*, voor mezelf en de aarde kan momenteel geen kant op. Ik schuifel stapje voor stapje, dag voor dag naar Januari en dan kan ik weer opgelucht ademhalen. Dan kan ik trots zeggen: “Ik heb het zelf overleefd..” IK moet het doen..

Mijn pijn is van mij

Ik ben niet vrij

Vrij van zorgen

Of van schuld

Mijn gedachten met

Zwart omhult

Mijn tranen snijden

Dwars door mijn ziel

Mijn hart gebroken

Toen het donker viel

Maar zonder

Donker geen licht

Eén enkele

Geeft wat tegenwicht

“Kop op pap en mam!”

“Je hebt het weer geprobeerd” zegt mijn moeder terwijl ze me stevig knuffelt. Dit zegt ze omdat ze me sterk vindt, dapper en moedig en waarschijnlijk omdat ze mijn poging respecteert en waardeert. Maar wat hoor ik? Je hebt het geprobeerd, je hebt weer gefaald en nu geef je het op. Dit ligt NIET aan mijn moeder, het is mijn eigen verknipte geest. Ik ben zelf mijn ergste beul. Ik voel me zwak en schuldig. We gaan naar huis…

We zitten gezellig te eten, maar Demian klaagt over pijn in zijn buik. Ik wuif het weg, het komt vast omdat we zo laat eten. We zitten in een huisje in Elburg aan het Veluwemeer, gezellig met mijn familie. We hebben een grote tafel dwars neergezet en we grillen op de plaat. Ik heb een gevoel van saamhorigheid en geborgenheid. Ik heb uitgekeken naar dit weekend, ondanks dat ik ook bang was. Bang voor herhaling. Zeker toen Brian net voor het weekend niet fit werd. Waarschijnlijk opgepikt van zijn eerste keer kinderdagverblijf.
Ik voel me tegelijk incompleet en ik voel ook een soort gemaakte euforie en een nauwkeurig verborgen depressie, maar inmiddels ken ik die emoties wel na drie jaar en kan ik ze heel mindfull van mezelf accepteren. Het is een overlevingsstrategie zodra ik onder mensen ben. Niet de echte Martine, maar wel de oude Martine en die is ook een soort van echt, maar alleen niet meer van deze tijd. Ik voel me dus misplaatst, maar wel vol liefde voor mijn familie en genietend van de gezelligheid.
Wat ik uiteindelijk niet kan verbergen is mijn vermoeidheid. Als Demian blijft klagen bij het naar bed gaan, ga ik er naast liggen. Met moeite krijg ik hem in slaap, met veel geaai en gesus. Nu kan ik ook slapen, maar ook ik heb vreselijk pijn in mijn buik. Niets nieuws met PDS, het eten en een aankomende menstruatie. Ik val dus toch ‘gewoon’ in slaap..
Maar dan.. ..dat geluid, door merg en been. Michel en ik zitten allebei gelijk rechtop in ons bed omdat we het weten. Ik was er al bang voor, maar drukte het weg, wilde het niet zien, bagatelliseerde zijn buikpijn. Snel doe ik het nachtlampje aan. Versuft en huilerig probeert Demian uit de smurrie te komen. Hij heeft zichzelf, zijn matras en beddengoed en wat knuffels helemaal onder gespuugd. Ik kijk naar de misselijkmakende troep en raak compleet van de kaart. In een versnelde roes kan ik nog net voor Michel het badkamer licht aan doen en de badkraan open draaien. Terwijl hij me met een vies kind in zijn armen tegemoet komt, ontwijk ik hen en sprint ik met blinde paniek de trap af. Gelukkig zitten mijn vader en twee zussen nog beneden. Ik vraag wanhopig of ze Michel willen helpen en breng uit ‘ik word niet goed’. Mijn ene zus zet me naast mijn andere zus en gaat dan boven met mijn vader Michel helpen. Ik barst in onbeheerst janken uit, ik ben helemaal overstuur. Ik ben kotsmisselijk en mijn gedachtes, emoties en hormonen schieten alle kanten op. Ze laat me huilen en troost me. Dan weet ik weer uit te brengen ‘ik voel me zo’n slechte moeder’. Zij sust mij nu. Ik blijf huilen..
Ik voel me een slechte moeder om zoveel redenen. Dat ik het niet aan zag komen en hem niet serieus genoeg nam, dat ik hem al twee avonden laat naar bed heb laten gaan, dat ik weg loop op het moment dat hij me het hardst nodig heeft. Maar ik kan het niet, ik kan het niet opbrengen. Ik ben getraumatiseerd. Ik heb een fobie voor overgeven… (altijd al gehad maar zoveel verergert door de zwangerschappen en een lichte vorm van Hyperemesis Gravidarum).

Drie jaar geleden gebeurde precies het zelfde in de herfstvakantie. We kregen alle drie enorm heftige buikgriep en spuugden alles onder. Ik was 27 weken zwanger van Alex en had al een behoorlijke buik. Ik bleef overgeven en alles deed zeer; mijn buik, mijn ribben, mijn spieren en mijn borstkas. Ik was bang dat ik de baby uit zou spugen. Bij elk schopje die hij gaf raakte hij mijn darmen of mijn maag en hup, daar ging ik weer. Achteraf heb ik altijd gedacht dat het daardoor is mis gegaan. Dat in die week mijn placenta een opdonder heeft gehad door het extreme kotsen. Dat het mijn schuld is geweest. Mijn hoofd blijft me daarvoor straffen. Ik denk dat het toen fout is gegaan. Dát maakt het zo traumatisch, mijn eigen gedachten/veroordelingen gecombineerd met de beelden, geuren en geluiden en de eindconclusie dat ik de veroorzaker ben. En ik weet dat het daar niet door komt en ik weet ook dat ziek zijn niemands schuld is, maar toch is spugen in de herfstvakantie een enorme trigger. Zo’n grote trigger dan ik een mentale en lichamelijke inzinking krijg. En weer straf ik mezelf daarvoor, belachelijk dat ik zo reageer op een beetje overgeven. Belachelijk dat ik er daardoor niet voor mijn zoon kan zijn. ‘Ik ben een slechte moeder’ zeg ik weer. Mijn zus stelt me gerust door op te biechten dat ze nog nooit een kots-bed van haar kinderen heeft opgeruimd omdat ze er niet tegen kan. Dat verrast me, ik kijk namelijk tegen haar op. Ik vind haar een geweldige moeder. Ze zegt ook ‘je doet het juist zo goed’. En ik hou van haar want ze is er voor me. En van mijn andere zus, die praktisch is ingesteld en haar handen uit de mouwen steekt. Ze heeft alles schoongemaakt en nieuw beddengoed bij elkaar geraapt. Ik voel me schuldig en zwak omdat ik hulp heb gevraagd, maar ik heb het wel aan de besten gevraagd. Demian hoor ik al weer praatjes hebben vanuit de badkamer. Hij is opgelucht, het is eruit. Hij is weer schoon door zijn lieve sterke vader. We proberen weer te gaan slapen, maar na een tijdje wordt Brian dan weer wakker voor een fles. Ook hij had weer gespuugd eerder op de avond, terwijl het over leek, en nu had hij dan toch ook weer honger. Ik blijf bang voor het spugen… Ik blijf bang dat ze doodgaan.
Dan voelt Michel zich ook niet goed
en ik reik hem de emmer en een flesje water. Ik zit naast hem op bed, terwijl ook hij er nu alles uit gooit. Ik ga op slot, ik moet en zal sterk zijn. Waarom wel voor hem en niet voor Demian? Ik voel me weer schuldig terwijl ik Michel over zijn rug aai en hem coach door zijn neus te ademen (hij kan nogal in de spuugprikkel blijven hangen en weet dan niet hoe hij moet stoppen). Ook dat is eruit. Demian is ook weer wakker, het is een helse nacht met weinig slaap…
Ik voel me slechter en slechter, lichamelijk, maar vooral psychisch. De trauma’s van het spugen zelf en het tijdstip in de herfst laten me afglijden. Ik voel me zo verdrietig en depressief dat ik hele nare dingen ga denken. De vermoeidheid hakt er in en de aankomende menstruatie zal het ongetwijfeld niet beter maken. Ik beul mezelf af en dat blijf ik doen. We besluiten in de ochtend naar huis te gaan. Ik trek dit niet. Ik kan het niet. Het punt waarop ik weer tranen met tuiten huil in mijn moeders armen. Ze begrijpen het allemaal.

We vertrekken, maar ik voel me rot, schuldig en niet lekker. Ik had er zo zin in, het was zo gezellig, Demian wil niet naar huis en ik ben een slapjanus. Ik vind het ook nog eens super sneu voor mijn ouders en nichtjes. In de auto terug praten Michel en ik over onze gevoelens. We zijn mega teleurgesteld en verdrietig. Weer worden we verrast door onze trauma’s en weer worden we overvallen door ziekte zonder dat we er controle over hebben. We balen en zijn gefrustreerd en ik blijf hangen in het mezelf geselen. Waarom zijn we aan kinderen begonnen? Waarom elke keer deze ellende? Waarom ben ik niet sterker? Waarom ben ik zo’n gebroken persoon? Moet ik toch weer hulp zoeken voor mijn psychische klachten? Ik mis Alex zo!! Het leven is zwaar..
We voelen ons down en ik zit op een aardig dieptepunt. Demian slaapt achterin en Brian kijkt naar buiten. En dan ineens zie ik ook iets boven op de dijk langs het water van het Veluwemeer. Het is een groot stenen standbeeld van een ster die twee duimen op steekt. Ik wijs het aan Michel, we moeten lachen en zijn tegelijk heel erg ontroerd. Hij moet nu dan toch weer even wat van zich laten horen “Kop op pap en mam, two thumbs up! Jullie doen het goed!” Het moet zo zijn, hij is bij ons en ineens voel ik me weer iets beter. Het laddertje is neergezet om uit mijn dal te klimmen. Terwijl de radio Ed Sheeran’s ‘Photograph’ speelt, besluit ik de ladder te pakken omhoog. Wij als gezin, samen naar huis, uitzieken en schouders eronder.. zonder zelf-bestraffing. Was het maar zo simpel…

“Loving can hurt, loving can hurt sometimes
But it’s the only thing that I know
When it gets hard, you know it can get hard sometimes
It is the only thing makes us feel alive

Loving can heal, loving can mend your soul
And it’s the only thing that I know
I swear it will get easier
Remember that with every piece of you
and it’s the only thing we take with us when we die”

Het lege buik synDROOM

Ergens hoor ik een baby huilen, maar dat kan niet, dat kán niet. Badend in het zweet word ik wakker, het is Brian. Hij huilt, hij is niet fit. Ik ga versuft en angstig bij hem kijken. Wat is er net gebeurd? De werkelijkheid en slaperige roes werken nog door elkaar heen. Hij ligt te woelen, maar is wel al weer stil. Ik aai hem over zijn hoofdje, hij is warm of ben ik het zelf? Huilde hij wel? Ik kruip het klamme bed weer in en ga heel dicht tegen Michel aan liggen. Het liefst kruip ik in hem, maar hij snurkt rustig verder. Ik voel me zo ontzettend leeg en verloren. Stil aan dringt de realiteit door in de donker nacht. Ik heb vreselijk naar gedroomd. Een droom zó echt, dat mijn lichaam helemaal van streek is. Ik worstel en draai terug op mijn rug, ik strijk over mijn buik. De zachte blubber die mijn vingertoppen raken, maakt me nog verdrietiger. Ik voel de oneffen gescheurde strepen gemarmerd in mijn huid. Komt het omdat ik de laatste tijd zo bezig ben met mijn buik? De striae bekijkend in de spiegel, bewust van de drillende pudding als ik ren, de bobbels onder mijn kleding, een vervelende diastase die stabiliteitsklachten geeft en het eeuwig durende gevecht tegen PDS. Mijn buik voelt als een lege donkere ruimte, zinloos, falend. En ondanks dat Brian er veilig heeft gezeten, voelt het nog steeds alsof het mijn schuld is dat Alex* het niet fijn had in mijn buik. Ik hou niet van zwanger zijn, maar nu op dit moment mis ik de schopjes, de duwtjes en het volle gevoel. De tijd dat Alex* er nog wel goed zat. Was ik maar zwanger..
Het is de herfst en de aankomende herfst-vakantie. Drie jaar geleden was ik zo ontzettend ziek dat ik de longen uit mijn lijf spuugde. Ik blijf denken dat het vanaf toen mis is gegaan daar in Noorbeek. Dat door het overgeven er iets beschadigd is aan mijn placenta. We zullen het alleen nooit weten…
Ik droomde dat ik ging bevallen en er was al paniek. Het was nog veel te vroeg! Het was Alex* niet, het was.. ik weet het niet. Maar veel te vroeg. Allemaal mensen om me heen terwijl ik weeën wegduwde. Het mocht niet, ik wilde het tegenhouden. Mijn bolle buik vasthouden. En toen was mijn buik leeg, een dobberende weke massa. Maar geen gehuil. Geen gehuil. Een heel erg klein prachtig jongetje, STIL… in iemands handen. Een overmeesterend en verpletterend verdriet. Mijn kindje kwijt, mijn buik leeg. Mijn hart gebroken. Opnieuw. Een zwart gat.
‘s Ochtends vroeg vertel ik Michel wat ik heb gedroomd. Ik moet zo vreselijk en onbeheersd huilen in zijn armen. En ik heb spierpijn, hoofdpijn en een dikke, pijnlijke keel. Ben ik ook niet fit? Het was een droom, al voelt het alsof ik weer iets verloren ben. Iets dat ik nooit gehad heb. Het maakt me bang. Wat brengt de toekomst? Als Brian ziek is voel ik me kwetsbaar. Een koortsachtige bedwelming los van realiteit, mijn hoofd voelt als watten en mijn botten als zeewier. Brian zou vandaag voor het eerst naar het kinderdagverblijf gaan. Ik zou moeten werken. Maar we zijn gewoon ziek. Ik wíl werken, maar ziek is ziek. Relativeren, overgeven. Laatst zei een lotgenoot het heel treffend: “the soul usually knowns what to do to heal itself, the challenge is to silent the mind.” Ik ben te streng en te hard voor mezelf. Ik heb een prachtige buik, het is niet de schuld van mijn lichaam, ik ben niet zwak en ik ben geen aansteller. Vandaag zijn we gewoon onschuldig ziek, het heerst. Gewoon een griepje en we zullen snel weer beter zijn! ..En de nachtmerries zullen altijd blijven na dit trauma. Het is de spirituele en onderbewuste verbinding die ik met Alex* kan maken. Het is namelijk 5.55 op de klok als Michel me nog even terug stopt in bed en voor Brian zorgt die inmiddels echt koorts heeft. 5.55 is een Engelengetal dat betekend: ‘Er staan je grote veranderingen en belangrijke transformaties te wachten. Je hebt de gelegenheid uit de pop te kruipen en het fantastische leven te ontvouwen waar je werkelijk recht op hebt.’ Geen idee waarom dat getal verschijnt, maar ik heb vertrouwen in m’n weg die ik afleg. Ik leer en dat heeft mijn mooie mannetje mij gegeven. Ik moet trots zijn op mijn buik, ook al kan ze niet altijd doen wat ze moet doen..

Ik Hou Van Jou

Sommige dingen grijpen me nog steeds naar de keel. Van de week belande ik achteraan een rouwstoet. Zo’n grote deprimerende zwarte auto voorop met een trage sliert auto’s er achteraan. Auto’s die normaal gesproken niet zouden opvallen, maar in zo’n optocht een kippenvel bezorgend tafereeltje zijn. En het is raar, want Alex* heeft helemaal geen rouwstoet gehad. We hebben hem niet in een lijkwagen vervoerd. Ik vond dat zoieso raar, zo’n limousine voor zo’n klein baby’tje. Daarnaast zou het bij ons ook nergens op hebben geslagen, aangezien hij naast het crematorium opgebaard lag. Dat is misschien ook de reden waarom deze stoet me zo raakte. Nog geen paar minuten ervoor was ik in de buurt van het crematorium. Ik ging mijn nichtje naar turnen brengen, de gymzaal ligt tegenover het crematorium en naast de begraafplaats. De zaal deelt precies dezelfde parkeerplaats als de 24-uurskamers er tegenover. Ik kijk naar de helling die naar de kamers leidt. Ik kijk, maar wil het niet zien, maar kan ook niet niet kijken. Met drie kinderen in mijn auto moet ik me beheersen, maar mijn keel zit dicht. Slikken gaat moeilijk, praten gaat haperend, dikke tranen prikken in mijn ogen en ik ben er niet meer bij. Ik probeer mijn gedachten te verplaatsen, me af te sluiten, niet te voelen of te kijken of te beseffen, maar dat gaat niet. Op mijn netvlies staat het gebrand; hoe wij ons kindje daar voor het eerst naar binnen droegen, hoe we het als babykamer inrichtten, hoe we daar met kerst zaten, hoe onze families kwamen kijken, hoe de december kou ons hart bevroor… het verdriet, het ongeloof, het verdoofde gevoel. Onze zoon, die daar lag, maar onze zoon niet meer was. Hij veranderde langzaam in breekbaar porselein. Een koud en hard kindje. Hij lag daar wel, maar hij was daar niet. Ik vond het daar ook niet. Maar als ik er niet was voelde ik me schuldig, wilde ik er zijn. En elke keer als we er naar toe reden die verdomde Justin Bieber in de auto. Nog steeds als Demian een bepaald liedje van hem hoort herinnert hij het zich ook. ‘Het liedje van Alex*’ zegt hij dan treurig. Laatst zei hij er ook nog achteraan ‘ik wil dood, dan kan ik bij Alex* zijn.’ Dat grijpt me dan ook naar de keel. Wat is dood? Ik snap het niet eens, laat staan een kind! Ik snap niet hoe ik bang was voor mijn eigen baby, ik snap niet dat ik hem niet meer durfde vast te houden, ik snap niet dat we hem niet gewoon thuis hadden, ik snap een rouwstoet niet. We maakten onmenselijke keuzes. Ik praat het goed door de shock waarin we verkeerden. Een shock waarin je alles bewust ervaart, maar waarin je jezelf niet bent. Ik weet en voel alles nog, alsof het gisteren was. Het is een levensecht trauma. En tegelijk ook de meest dierbare momenten die we hebben gehad. Zo verdomd weinig tijd!!!!!!! Nog even knapte hij op, werd hij volgens onze uitvaartbegeleider wonderbaarlijk weer wat rozer. Zijn dochter heeft onze zoon een ander pakje aan gedaan voor de crematie, wit met sterren. En daar lag hij dan en daar waren wij dan, erbij maar niet erbij kunnen.

De dag van het afscheid, iedereen in het blauw, iedereen liep op zijn tenen, bang dat ik zou breken. Maar dat deed ik niet, ik was belachelijk sterk, onmenselijk misschien. Dit moesten we doen, zo mooi mogelijk. Afscheid nemen had ik al gedaan, mijn kind verlaten nog niet. Hoe kun je als moeder je kind verlaten?! Ik kan je vertellen, dat kan niet… een stuk van mij, van mijn hart, is die dag mee gegaan. Nooit meer hetzelfde. En ik weet vooral nog het verdriet van die anderen, onze families. Dát is ook wat me het meeste pijn doet, want zij zijn mijn spiegel. Zij tonen mij mijn weggedrukte emoties. Als ik van hen foto’s zie van toen, dan kan ik mijn verdriet eindelijk doorleven. Het kon wat dat betreft ook niet anders, want anders had ik niet eens overeind blijven staan. Ik was een fort. Ik was zijn moeder, ik moest er staan!! Mijn lieve kindje, mijn lieve zoon. In die 24uurskamer, in het wiegje, in de oven…… het is in mijn hart gekerfd. Het sluiten van zijn afscheidswieg met de deksel vergeet ik mijn hele leven niet.

..over wat erna moest gebeuren kan ik nauwelijks praten..

Ik weet nog dat ik opgelucht was na de crematie. Nu konden we verder, soort van. Maar verder betekend dus ook, elke dag meer verwijderd van hem. Bijna drie jaar geleden is het alweer. En als ik het allemaal over zou kunnen doen, had ik het anders gedaan. Dat is ook wat me zo veel pijn doet. Die rouwstoet had er wél moeten zijn. Hij had thuis moeten komen, er hadden foto’s met Demian moeten zijn, ik had hem zelf moeten verzorgen… hij had niet eenzaam en verlaten in de vriezer moeten liggen. Hij had nooit weg mogen gaan… de dood had nooit zo bezit van hem mogen nemen…

Hij heeft alle liefde gekregen waarin ik toen in staat was, dat weet ik, maar achteraf wil je altijd meer keuzes en vooral meer tijd. Wil je weten hoe je je er nu over zou voelen. Getraumatiseerd dus…

Laatst keken Michel en ik naar onze trouwvideo. Het was enorm confronterend om te zien dat we die twee mensen niet meer zijn. We zijn veranderd. En ik besef dat iedereen altijd veranderd, want ook daarbij denk ik vaak ‘had ik maar zo of zo..’, maar toch, het ingrijpende verlies van ons kind heeft er flink in gehakt. Terug is geen optie, maar vooruit is pijnlijk. ‘We moeten zeilen op de wind van vandaag’… (super mooi gezongen door een dierbare vriendin tijdens de afscheidsdienst). Daarom vieren we vandaag maar dat we zes en een kwart jaar getrouwd zijn. Omdat wij weten dat het leven te kort is om dingen niet te vieren, omdat ik elk moment aangrijp om te vertellen hoeveel ik van Michel hou. Tegen Alex* heb ik het immers nooit kunnen zeggen…

“Toen je dacht, ik word gedragen

moest je sjouwen

Toen je dacht, ‘t is even slikken

moest je kauwen

Toen je dacht, ik wil wel stoppen

juist beginnen

en toen je net naar buiten wou

naar binnen

Toen je dacht, ‘t is me teveel

toen werd het minder

Toen je dacht, ik ben een rups

bleek je een vlinder

Toen je dacht dat je iets won

had je verloren

Toen je dacht, nu ga ik dood

werd je geboren

Je moet zeilen op de wind van vandaag

De wind van gisteren helpt je niet vooruit

De wind van morgen blijft misschien wel uit

Je moet zeilen op de wind van vandaag

Toen je dacht, nu wordt het beter

werd het slechter

Toen je dacht, ik geef het op

bleek je een vechter

Toen je dacht een realist te zijn

een dromer

Toen je dacht, nu wordt het winter

werd het zomer

Toen je dacht, het wordt gebracht

moest je ‘t halen

Toen je dacht, ik krijg iets terug

moest je betalen

Toen je dacht, ik sta alleen

toen kon je schuilen

Toen je dacht ‘t is om te lachen

moest je huilen”

Ik Hou Van Jou, stoere man, onze zoon, Alex Jaron, nu een ster…

Hoe anders had ik gedacht dat het zou zijn..

Op Mallorca

Verveeld kijk ik omhoog naar de witte muur die rond afloopt in een toog. Ik zit op de wc en voor het eerst deze vakantie neem ik er de tijd voor. Dat wil zeggen, ik zit en kijk rond in plaats van snel snel mijn ding doen en dan weer verder met de dingen die ik moét doen. Dat is toch raar? Ik moet helemaal niets deze vakantie en toch voel ik me de eerste week opgejaagd. Jammer genoeg duurt deze vakantie maar negen dagen en gaan we morgen alweer naar huis. Een diepe zucht, en terwijl ik nog steeds rustig zit en kijk naar de boog/toog, die ik eigenlijk ook in mijn huis wil hebben, bedenk ik me dat het leven echt gek is. Míjn leven is gek. Hoe ben ik hier beland? Letterlijk in een vreemd land en morgen ineens weer thuis, maar vooral ook spreekwoordelijk: hoe ben ik op dit punt in mijn leven beland? De afgelopen jaren waren zo hectisch, zo turbulent, dit momentje op de wc, diep in gedachten verzonken, is een markering. Ik ben me zo bewust van mezelf en mijn omgeving, maar ik heb werkelijk geen idee hoe ik me daarbij voel. Melancholisch? Sentimenteel? Vrij? Opgewonden? Wat gaat ons leven nog meer brengen? Wat hebben we nu eigenlijk al doorstaan? Ik ben trots, maar ook snap ik er nog steeds niets van. Ik kan de vinger er niet op leggen. We gingen van onbezorgd naar de hel en nu kabbelen we weer een beetje voort.. wachtend op weer iets onheilspellend? Wachten tot we weer een dierbare verliezen? Het is een verborgen angst die onophoudelijk mijn ziel plaagt. Het zwembad (verdrinkingsdood), het wiegje (wiegendood), met een huurauto de bergen in (verongelukken), mijn familie en sommige vrienden ver weg. En ik kan het niet helpen, maar ik voel me kwetsbaar. Kennelijk is het wel iets waar ik goed mee kan leven. Ik laat me niet leiden door de angst. Wel merk ik dat emoties als angst, verdriet en boosheid, die er áltijd zijn, me uitputten. Ze kosten energie, om nog maar te zwijgen over de waarom-vragen die van tijd tot tijd op komen borrelen. Net als nu hier op de wc. Is dit een pieker-moment? Een stilte-moment? Bewust zijn van het hier en nu en mezelf? Een eye-opener? Kost dit energie of geeft dit energie? Ik weet het niet. Ik voel dus vooral nieuwsgierigheid naar de rest van ons leven. Komt er ooit zo’n mooie boog in ons huis? Komen er nog meer van deze heerlijke vakanties? Zal ik het ooit leren om te onthaasten? Om lief te zijn voor mezelf? Om mezelf rust momenten te gunnen? En is dat eigenlijk wel verstandig? Kan ik niet beter gewoon doorgaan en bezig blijven, zodat ik niet te vaak alleen ben met mijn gedachten? Want die gedachten schieten alle kanten op, die geven me ook onrust en een gehaast gevoel. Maar ook de kinderen en Michel, het moeder zijn, altijd bezig en gestresst, mezelf wegcijferen. Het denken beter te kunnen, controle willen houden, perfect willen zijn en aardig gevonden willen worden… man man, wat is er toch een hoop mis met mij. Zou ik me nou toch niet eens een keer moeten laten testen? Maar ik doe het goed (vindt ook Michel als ik hem deze vraag even later voorleg). Het is niet misselijk wat wij hebben meegemaakt. Drie heftige zwangerschappen, ouders worden, onze prachtige zoon verliezen, door gaan en hard werken. Leven met angst, verdriet, boosheid en pijn. En de vragen.. WAAROM? Hoe had het geweest? Hoe gaat het nog worden? Het eeuwige gemis. Ik ben en blijf er mee bezig. Ergens las ik ‘de dood hoort bij het leven’. Dat is voor mij een geruststelling, kracht, ik mag zijn wie ik ben. En wat er ook gebeurd het hoort er bij. Het is niet normaal, maar het is er wel in mijn leven. Als ik kan accepteren dat de dood bij het leven hoort, kan ik misschien wat meer rust vinden. Ik ben op weg hiermee, want de boosheid voel ik steeds minder vaak, en ook de angst neem ik waar en zet ik aan de kant. Maar accepteren dat het verdriet áltijd in me zit, dat ik voorgoed veranderd ben, daar heb ik het nog steeds vreselijk moeilijk mee. Ik wil van alles en ik wil ook van alles zijn. Maar het is zo verdrietig in mij (het is zo stil in mij). Toch.. leven in het nu, genieten van de tijd tussen het leven in, dát moet ik vaker doen. En als ik dat op een vreemde wc, in een ander land besef, voel ik me bevoorrecht… en nu weer door met doen, want er staat er alweer één te vragen waar ik Uno gelaten heb (sorry die zit al in de koffer)! Morgen weer thuis, ik zie er als een berg tegen op en toch is het ook fijn. Die tegenstellingen.. díe zijn het ergst. Dat is voor mij nog steeds rouw. Tegenstrijdig dat ik me zo rijk en tegelijk leeg kan voelen…

De vakantie was heerlijk, vol plezier en gezelligheid maar ook met tranen die opeens stromen. Ik mis Alex*, hij had met zijn nichtje moeten boeven. Twee draakjes van 2,5 jaar. Hij hoort er bij, maar hij is er niet. Maar ik voel hem wel, want hij is ook mijn kind. We zagen veel veertjes en olifantjes en ook kocht ik dan maar weer een armbandje met olifantje. Demian zag de mooiste en felste ster net als in Spanje afgelopen mei en riep blij: ‘Alex zijn ster is hier ook!’ Samen hebben we schelpjes en steentjes gezocht voor bij de boom en ik heb intens genoten van ons regenboogkind. Maar tjonge wat voel ik me soms machteloos en wanhopig. Ik mis hem gewoon!!! Altijd..