Sukkel

Je gaat door met je leven. Vraag me niet hoe.. ik weet het werkelijk waar niet. Het lijkt wel alsof de natuur er op bedacht is om dit soort dingen te door staan. In het begin dacht ik echt dat ik dood zou gaan aan een gebroken hart. Dat het zo’n pijn deed in die streek, dat mijn hart het gewoon zou begeven. Plus.. ergens wilde ik dat ook… ik wilde bij Alex* zijn…

Maar de tijd verstrijkt en je merkt dat je blijft leven. Alle eerste keren zijn zwaar, maar je gáat weer leven. Je hebt geen keus, je moet wel. Mijn hart bleef doortikken…

En nu lijkt het inmiddels of het ons niet gebeurd is. Alsof het een nare nachtmerrie is. Alsof het een slechte film is. Ik weet niet wat het is, maar dat voelt ook niet goed. Ik wist van te voren dat Alex* op de achtergrond zou verdwijnen als Brian er zou zijn, net als dat Demian even een treetje lager ging na Alex*. En ik ben echt blij dat ik weer kan lachen en genieten, maar het voelt niet goed dat het ‘gewoon’ lijkt te worden. Hij is er niet. Punt. Dat komt ook omdat ik weet dat ik niet terug wil naar de wanhoop, pijn en vragen, maar het lijkt nu soms meer op wegstoppen dan doorgaan.

Ik ben aan het opruimen. Een soort verlate nesteldrang zorgt ervoor dat ik alles aan kant wil hebben. Babyspullen moeten weg en er moet orde komen. Alex* zijn spullen zijn netjes opgeborgen in zijn speciale gedenk-kist, maar een aantal papieren slingeren nog rond. Ik wil het opruimen. Al een hele tijd staat op mijn to-do lijstje om het opgevraagde medisch dossier te bekijken. En ik weet niet waarom, maar ineens moet ik het dan inzien. Een hele hoop moeilijke termen vliegen me om de oren. Ik weet waarom ik me afsluit, dat is namelijk beter dan alles willen weten, maar er geen kaas van gegeten te hebben. Al woorden Googlelend rijzen er nog meer vragen. Waarom was ik zo in shock? Waarom heb ik niet alles uitgevraagd? Waarom heb ik dit niet gedaan en dat niet? En en? Schuldgevoelens en nog meer vragen. Huilend zit ik inmiddels over de medische papieren. Wat ik lees? Dat het mijn schuld is. Mijn placenta, mijn diabetes gravidarum en mijn polyhydramnion… en ik, ik moet hiermee gauw mee stoppen, want dit is niet wat ik wilde. Ik wilde niet de trauma’s boven halen, de ondenkbare pijn. Ik wil gewoon mijn zoon gedenken en eren. Maar hoe doe je dat, als je de enige bent die daar nog behoefte aan heeft? Het is niet zo dat ik het leuk ofzo vind om mezelf verdrietig te maken, maar het moet. Of het nu de vermoeidheid is, een aankomende menstruatie, afscheid van de babytijd of een teleurstellende Passion op tv, het verdriet moet eruit. Want het zit er, heel diep weggestopt. En ik voel me er alleen in, omdat de wereld doorgaat en ik Brian immers toch heb? Ik zet een lachend masker op, niet zo zeer voor de buitenwereld, maar voor mezelf. Ik kan niet functioneren en voor mijn kinderen zorgen als Alex* op één staat. Ik wil een fijne moeder zijn. Moet ik dan de spullen maar ver weg stoppen? Er nooit meer naar kijken? Er niet over praten? Dat gaat toch ook niet? Mag ik nog verdrietig zijn? En hoe zorg ik dat het een beetje gecontroleerd gaat? Waarom mag Alex* niet bij ons zijn? Wat voor ventje was hij geweest? Waarom lees ik zijn dossier?

En ik ben niet de enige met vragen. Een gesprekje met Demian in de auto:

“Ik wou dat de politie dood is, dan kunnen we sneller rijden.”

‘Het is niet zo lief om iemand dood te wensen, want als je eenmaal dood bent kom je niet meer terug.’

“Ik wou dat ik dood was.”

‘Waarom?’

“Omdat ik Alex dan kan zien.”

En dan sta je met een mond vol tanden. De steken in mijn hart negerend. Ik wil het goed doen en een voorbeeld geven, maar hoe kan dat als ik zelf niet eens weet hoe het moet? Je kan wel doen alsof het er niet is, maar het IS er. Hij was er, hij is ook onze zoon. En het doet me nog steeds zoveel pijn dat hij niet mag leven bij ons in het gezin. Leven is nu écht een uitdaging geworden.

Advertisements

Kintsukoroi,

“To repair with gold”: the art of repairing pottery with gold or silver lacquer in understanding that the piece is more beautiful for having been broken.

Met Brian er bij voel ik me meer een gezin. Omdat ik zo blij ben dat hij er is voel ik me over het algemeen best goed (op de zware vermoeidheid na). En toch blijft het gemis van Alex* aan me knagen. In onze dagelijkse activiteiten valt het misschien niet zo op, maar met bijzondere dagen zoieso wel. En toch ook in gesprekjes met mensen over allerdaagse dingen komt Alex* zijn afwezigheid sterk naar voren. Zo is de vraag ‘hoeveel kinderen heb je?’ en de meestal daarop volgende vraag ‘hoe oud zijn ze?’ bijzonder pijnlijk en verwarrend. Met hoeveel zijn we thuis? 4? 5? Zelf ‘vergis’ ik me ook regelmatig omdat ik in het echt twee kindjes in mijn hand heb en eentje in mijn hart (dat is zo ontastbaar). Ons naambordje thuis is veranderd in “Familie van der Burg” in plaats van al onze voornamen. Hij is versiert met drie bloemetjes en een familie-boom. Demian is er inmiddels wel duidelijk over. In zijn vriendenboekjes moet ik schrijven dat hij twee broertjes heeft. En op de vraag ‘wat is je grootste wens?’ antwoord hij: ‘dat Alex* er ook is’. Als we langs een aantal gekapte bomen aan een lange laan rijden legt hij uit waarom ze om gezaagd moesten worden: ‘ze groeiden te hoog de hemel in en gingen Alex* aanvallen’. Een hele logische verklaring voor het omkappen toch? Dus ja, ook in de dagelijkse gesprekken is hij opgenomen en wordt hij gemist. Onzichtbaar voor anderen, voor ons altijd voelbaar.

Afgelopen donderdag moest ik voor het eerst weer iets voor mijn werk doen. Een congres dat 1 keer in de twee jaar verplichte aanwezigheid vereist. De vorige keer dat ik ging was dus twee jaar geleden, 3 maanden na Alex*. Op het moment dat ik vroeg de auto in stap komt dat knagende gevoel boven. Omdat ik in Zoetermeer werk hoef ik bijna nooit lange afstanden te rijden en ik hoef ook nooit zo vroeg al op pad. Ik herinner me dus gelijk het gevoel wat ik 2 jaar geleden had. Toen was het namelijk ook het eerste wat ik weer na mijn verlof moest doen. Het eerste wat echt mijn concentratie vroeg na Alex* en vertoning in de menigte. Donderdag voel ik me weer even net zo verloren als toen, alleen dit keer zitten er wel twee kindjes op me te wachten. Het is ook de eerste keer dat ik Brian de hele dag achter moet laten, ook geen prettig gevoel. Dus ik rij in mijn auto al voelend en piekerend, flashbacks en bijhorende emoties passerend. Met een muziekje aan en een opkomend zonnetje, het rijden zelf vind ik altijd heerlijk, mijn “zonden” overdenkend, maar het voelt nu zo stug. Op het congres zelf gaat het best, ik voel het, ik voel het net als toen en toch is het ook anders. Er is toch in twee jaar veel veranderd. Ik ben sterker en dankbaar. Toch ben ik me constant bewust van mijn litteken(s). Mijn lichaam is nog steeds flink herstellende en zo een hele dag zitten is best zwaar, maar ook het psychische van de wond, het trekken en knagen van Alex* zijn afwezigheid is altijd aanwezig, dan weer op de voorgrond dan weer op de achtergrond. Als ik in de spiegel kijk op het damestoilet zie ik het verdriet in en rondom mijn ogen, het is met geen make-upje te verhullen (toch heb ik het geprobeerd). Een workshop Mindfulness geeft mij weer allerlei wilde ideeën over meditatie en bewegen. Naar mijn idee een goede combo tijdens rouw (depressie, stress en angst), waarbij ik anderen zou kunnen ondersteunen met mijn fysiotherapeutische kennis. De wens om verder te studeren, maar weten dat ik dat nu nog niet op kan brengen. Een andere hilarische cabaret-achtige lezing over de (cliché) verschillen tussen man en vrouw, brengt me terug naar de therapie die Michel en ik destijds samen hadden. De maatschappelijk werkster gaf ons inzicht in hoe verschillend seksen rouwen en dat communicatie daarbij de key is. Ook deze spreekster legt de nadruk op communicatie en ik voel ondanks de over-the-top grapjes herkenning maar ook trots en berusting. Weer even een ander perspectief, me rot lachen en mezelf wat minder serieus nemen. Ik een échte vrouw, Mies een echte man. Maar Michel en ik zijn sterker dan ooit te voren. Als team en individueel, Ik ben sterk. Wat dat betreft is er in twee jaar zovéel veranderd. De barstjes zullen er altijd zijn en blijven en ik ben me pijnlijk van ze bewust omdat ze knagen, maar ik geniet ook en het maakt ons ook ‘beter’. Als ik op de terugweg een bijna doodervaring heb door een afsnijdende idioot voel ik me kwetsbaar en dankbaar. Dat ging maar net goed, een fractie van een seconde, door het oog van de naald. Wij wel en Alex* niet, het is random, wij leven en proberen dat ook, zo goed als we kunnen… en we kunnen het.

Dit weekend waren we ter afsluiting van mijn verlof in Centerparcs. Anderhalf jaar geleden waren we ook in park de Eemhof. Weer een “feest” van herkenning dus omdat het niet vaak gebeurd, maar dit keer dus wel met een baby er bij. Demian weet van de vorige keer niet veel meer, tot hij opeens weet dat er olifanten-beelden in het zwembad zijn (voor dat we het zwembad betreden). Ik voel die pijnscheut. Toen geen baby, nu wel een baby, met ze 4en of 5en, zelfde locatie, minder verdriet, niet compleet, wel gelukkig. Het olifantje wat ik altijd met me mee draag. En alles komt terug, hoe ik me toen voelde en hoe ik me nu voel. Hoe zal het Demian vergaan? Wat heeft het gemis van zijn broertje voor een impact op hem? En wat zal Brian er van meekrijgen? Voordat we vertrokken gingen Michel en ik nog even naar de boom waarin alweer nieuwe knoppen zitten, ons plekje wat zo mooi en fijn is, maar die ik liever niet zou willen hebben.

Ons leven is zeer zeer complex geworden, dat is nu voornamelijk mijn conclusie en iets wat ik wil delen. Rouw en verlies, gemis en een regenboogbaby, het is ingewikkeld, dubbel.. voor ons, voor mij, voor een vrouw:

Ik ben een vrouw die alles onthoud en opslaat, elke geur en kleur, herinnering en bijhorende gevoelens. Ik ben een vrouw met sterke zintuigen, die voelt en alles wíl doorvoelen en doorleven. Ik praat en schrijf graag over mijn gevoelens en emoties, ik analyseer en ik denk. Ik maak het mezelf daarmee soms verschrikkelijk moeilijk, ik vergeet niet en ik voel. Het is zwaar, maar als ik kijk naar hoe ver ik al gekomen ben dan voel ik me trots! Elke dag is een mengeling van pijn en geluk, verdriet en blijdschap, gemis en dankbaarheid. Het is er elke dag, de littekens zijn altijd voelbaar, voor mij ook letterlijk zichtbaar (voor de buitenwereld alleen voor de oplettende kijker?). Maar ik draag ze met kracht. Alex* is ook mijn zoon, een met goud gevuld barstje in kwetsbaar porselein. De schoonheid er van.. ongekend, maar.. incompleet.

Ik kan bijna niet uitleggen hoe ik me voel, ik voel me gebroken en geheeld, ik voel me gelukkig en gepijnigd, ik voel.. zoveel, zo dubbel. Het is liefde die van mij alle ruimte krijgt, alleen is liefde soms nét niet genoeg…

Het verlies van je kind is proberen het ondragelijke dragelijk te maken. Leven met schuldgevoel en een knagende pijn, maar wel léven. Het barstje zo mooi mogelijk invullen. Alleen, met goud repareren is ook eigenlijk maar een façade… het blijft toch stuk.

Ps. Resumé, voetnoot, appendix: ‘Mama is stuk’ zegt Michel voor de grap tegen Demian tijdens het ontbijt, omdat ik voor de miljoenste keer onhandig iets laat vallen waar we samen om moeten lachen, maar waarbij Michel tot de conclusie komt dat het op dat gebied nooit meer goed zal komen met mij. Ik weet dat hij het als geintje zegt en er helemaal niets mee bedoeld, maar na het schrijven van deze blog barst ik in hysterische tranen uit (Michel schrikt er van, hormonen!). Hij legt weer even precies, zonder dat hij het weer, de nadruk op wat ik net beschreven heb en hoe ik me voel. Ik heb er een hele blog over gedaan, hij (een man) heeft maar drie woorden nodig: ‘mama is stuk’…