Water voor gedachten

Lieve schat,

Morgen is het feest. Morgen wordt je kleine broertje gedoopt in het Apostolisch genootschap. Ik ben al de hele dag in de weer. Ik heb een mooie wolkentaart gemaakt en schaapjes-cupcakes. Ik ben zo vrolijk en blij en ik begin ook weer steeds fitter te worden. Ik begin mijn oude ik weer een beetje terug te krijgen. Ik geniet weer van het leven. Maar dan met geniepige steken in mijn hart. Gedurende zo’n drukke dag kan ik die steken heel goed negeren. Ik voel ze, maar ik besteed er geen aandacht aan, ik ga door. Maar als ik vanavond uitgeblust op de bank zit met Brian in mijn armen, krijg ik een enorme huilbui. Wat ik heb genegeerd komt er toch uit. Ik kus mijn tranen van zijn natte hoofdje af en troost mezelf met zijn warme knuffels, maar het water blijft stromen. Het voelt zo zwaar en oneerlijk!!

Ik had dit ook allemaal voor jou willen doen. Al dat eten maken en er een speciaal feestje van maken. Ik had ook aan jou willen beloven je op te voeden als een mooi mens, maar we mogen je niet groot brengen! Het breekt mijn hart. Bij elke mijlpaal, elk speciaal moment, ook al is het Brian’s eerste lachje, voel ik enorme trots en blijdschap, maar tegelijk ook zo veel pijn en verdriet. Juist dus ook als ik geniet. Jij had er ook gewoon moeten zijn, ik had ook alles met jou willen meemaken. Daarentegen vraag ik me nu constant af hoe jij had geweest. Ik mis je zo erg. Het gemis is zo groot.

Jij bent niet gedoopt. Wel kwam onze voorganger meteen na het vreselijke nieuws naar het ziekenhuis om ons, mijn ouders en mijn zussen te steunen. Veel weet ik er niet meer van, ik was in shock, maar ik weet wel dat het ‘goed’ voelde. Je werd toch ‘welkom’ geheten en de volgende dag ‘opgenomen’ in de gemeenschap. Je bent niet gedoopt voor de toekomst, maar je bent wel erkent als wonder, als deel van een groter geheel. Je was ook zo mooi, zo af, maar je leefde alleen niet meer. Voor mij nog steeds een groot raadsel, een mysterie van de schepping. Waarom jij niet en Brian wel? En hoe groter het feest, hoe groter de pijn, maar ook weer groter het feest… want ik ben zo dankbaar dat Brian bij ons mag zijn, maar ik ben ook zo ontzettend verdrietig dat jij dat niet mag zijn. En dus dopen we je kleine broertje net als Demian, omdat het kan en mag, omdat het zo’n mooi ritueel is. Ik wil stil staan bij het gegeven dat het niet vanzelfsprekend is, ook al zijn mijn beloftes aan hem wel vanzelfsprekend. Ik had ze jou ook gedaan. En ik doe andere nog aan je. Ik beloof je dat ik leef, dat ik geniet, dat ik je niet vergeet en dat ik altijd van je hou. Mijn god, wat hou ik veel van jou. Ik neem je mee in mijn hart, je hoort er bij. Ik zal je broers altijd over je vertellen. Ik zal Brian liefhebben en leren lief te hebben. Ik zal hem steunen en hem een thuis geven. Daar wij hij zich kan ontwikkelen als zich zelf en mag groeien en bloeien. Ook zal ik hem weerbaar maken en leren op te staan na een val. Want dat is wat wij doen, hoe moeilijk dat ook is. We gaan door…

Ja, ik had het zo graag anders gezien, ja het doet pijn. Maar we mogen wel liefdevolle ouders voor Demian en Brian zijn en die markering zorgt morgen voor een feestje…

Advertisements

Kinderbomenbos

De koude wind snijd in mijn gezicht, maar dit keer voelt het meer als een ruwe streling. Echt vervelend is het niet. In de verte zie ik ze. Ik hoor ‘mama!’. Hij ziet mij ook. Zijn schelle en enthousiaste stemmetje komt overal bovenuit. Hij zet het op een lopen. Rennend komt hij mijn kant op. Ik kan mijn tranen niet bedwingen, wat een geluk! Mijn eerst geborene, ons zonnetje in de zon, met muts en sjaal tegen de kou. Zelfs van een afstand zie ik zijn guitige rode neus en rode wangen, zijn glazige oogjes, of zijn het die van mij? Heel even stopt hij, draait zich om en zwaait nog even uitbundig naar zijn vader. Wat een rijkdom dat we hem hebben, hij is van ons. Hij heeft ons altijd op de been gehouden. En nu loop ik hier via een omweg met mijn nieuwste aanwinst. Zo trots als een pauw, maar het onzichtbare verdriet is zo aanwezig. Het voelt zo dubbel. Die rijkdom tekent scherp af tegen het gemis en zelden weet ik raad met dit gegeven. Hoe ik de pijn in mijn rijkdom kan weven. Mijn kinderen zijn mijn alles, kinderen krijgen is het mooiste wat er is. We vullen het zo goed mogelijk in, we doen ons best. Maar de afwezigheid van Alex* is als die koude wind, het snijd. Diep in mijn hart en ziel. Soms niet meer dan een ruwe streling omdat ik het combineer met al wat mooi is. Maar soms ook als een scherpe messteek, hard en meedogenloos, onverwachts. Een litteken dat nooit geneest. Het houdt de wond bij een, maar het is er, voor altijd. Oneven, vurig, strak…

Die trots en blijdschap houden me op de been en zorgt voor mijn doorzettingsvermogen. Het besef dat het leven zoveel moois heeft. Een prachtige sterke boom op een prachtige plek, op deze prachtige dag. Kijken naar de kleine dingen en me overgeven aan de overweldigende emotie die ik voel als ik mijn kind op me af zie komen rennen. Ik ben zijn mama. Dat jongetje in mijn jas, tegen mijn lichaam geplakt.. ik ben ook zijn mama. Vol van liefde. Maar ik mis een gedeelte van mezelf. Een stukje moederschap dat ontbreekt, dat bepaald wie ik ben dezer dagen. Martine, moeder, onwerkelijk ook soms. Maar nooit compleet. Godverdomme, gewoon nooit meer compleet! Ik rouw nog steeds om het verloren plaatje. Oh wat had ik graag drie zoons willen hebben! Nu heb ik twee zoons en een boom. Het blijft hard en ik begrijp het nog steeds niet. Waarom wij? Maar het zijn wij. Ouders van een Sterrenbaby. Ik raak er gewoon niet aan gewend. Het overvalt me iedere keer weer. Juist ook als ik geniet, als ik overstroom van liefde voor die andere twee. Juist dan ervaar ik het ondenkbare. Alex* verdiende die liefde ook. Ik heb weer kleur op mijn wangen en sterretjes in mn ogen, ik ben trots op mijn bijzondere gezin. Maar die kou om mijn hart kan zelfs de warmste zon niet doen verdwijnen. Dat maakt me in en in verdrietig, want mijn zon vliegt me in mijn armen wanneer hij mij vrolijk bereikt, maar die verdomde wind gaat gewoon niet liggen. Er is wel nóg een lichtpuntje, het gehum van mijn wolkje tegen mijn borst hoor ik boven de wind uit. Ik ben hun moeder. Ik huil van geluk en ik huil van pijn, hoe tegenstrijdig is het om hun mama te zijn…

Ik ben je niet vergeten

Ik denk nog steeds iedere dag aan jou

Als wind raast het door mij

Omhult mijn hart met scherpe kou