Het ziekenhuis

We lopen een kamertje in, er staan olifanten op de muur. Hoe bestaat toch zoiets? Het is al een aantal weken verder en we krijgen een gesprek over alles wat er is gebeurd. De twee vrouwelijke kinderartsen zijn aangedaan, verdrietig? emotioneel? Ze hebben dit ook niet gewild en het zware gesprek, het hoe en waarom, willen ze denk ik liever ook niet voeren. Wij ook niet, maar antwoorden willen we toch, antwoorden die we niet gaan krijgen…

Ik loop de verpleegkundige achterna een kamer in. Er staat een boom op de muur geschilderd. Een levensboom. Hoe bestaat het toch? Nog een aantal weken en ik ga bevallen. Ik heb aangegeven meer controles te willen hebben. Ik wil me gerustgesteld voelen. Het is één van dezelfde verpleegkundige als toen. Ze kijkt me medelevend en begripvol aan. Ze heeft rekening met me gehouden door een andere kamer dan destijds te nemen. Zoieso zijn alle kamers opgeknapt. Het oude gele is vervangen door fris wit. In de hoek staat zo’n plastic wiegje, wel nog met bekend geel dekentje. Mijn mantra: “het doet geen pijn, het doet geen pijn, Demian heeft ook daarin geleden, positief denken!” Maar natuurlijk doet het wél pijn.. ..Alex* lag er levenloos in… 
Schichtig kijk ik de kamer verder rond en neem het in me op. Het onheilapparaat, check! Hard ziekenhuisbed, check! Nachtkastje, check! Gastenstoelen, check! De zelfde verpleegkundige, check! Ze legt me aan de blauwe band en we praten. Gelijk hoor ik de regelmatige, luide hartslagen van het drukke kindje in mijn buik. Oei, wat confronterend!! Het is zo raar… Vijf jaar geleden moest ik bij Demian ook een keertje aan de band door een te hoge bloeddruk en wat middenrif klachten (kan duiden op zwangerschapsvergiftiging). Maar bij Alex* aan de ctg kon ik me helemaal niet herinneren hoe dat toen geklonken had. Ik was in de veronderstelling dat het bij Alex* goed zat. Maar nu ik dít hoor, zo krachtig en consequent, het zat bij Alex* al niet meer goed… heftig.. En deze.., deze doet het perfect! Het bonst, het beweegt, het gevoel is goed. Ik wil zeggen ‘zet maar uit, ik heb het al gehoord’, maar ik weet dat nu mijn trauma spreekt. Ik wil hier niet zijn, ik wil niet dat de kans bestaat dat de verloskundige zo binnen komt en me vraagt of ik toch nog even op mijn zij wil gaan liggen omdat het toch nog niet helemaal goed is…

‘Hoelang zijn we hier nu al mam? Ik moet plassen’ Ik dacht dat het goed was, maar nadat ze binnen was gekomen en het langer ging duren was mijn geruste gevoel toch weer verdwenen. Voelde ik hem nou wel of niet? Het duurde nu toch wel érg lang. De gynaecoloog wordt erbij gehaald. Het echo apparaat er ook bij. Weer plassen. ‘Ga je man maar even bellen’. Een opbouwende spanning, “het is toch mis, mijn slechte gevoel is toch terecht..” ‘We gaan hem halen’. Ik wil het niet, ik wil geen keizersnee, ik wil een gezond kindje vasthouden op mijn borst, net als toen bij Demian. Maar ik héb niets te willen, het moet gebeuren. Één ding is zeker, we worden weer ouders en die helse zwangerschap is voorbij! “Ojee, de camera, kleertjes, een laatste buikfoto! Mijn buik, neem een foto!!!!”

Ik pak mijn boek, maar ik kan me niet concentreren. Ik blijf de kamer rondkijken, flashbacks op mijn netvlies. Ik probeer te focussen op de levensboom op de muur, maar gedachtes en emoties overspoelen me. Hij is bij me, maar wat is dit moeilijk!! Wat is dit zwaar! Weten jullie wel hoe zwaar?! Zie mij! Herbeleven telkens weer…… Drie kwartier gaan toch snel, ik heb een afleidings-emotie-manoeuvre gevonden. Ik ben verdrietig en teleurgesteld om andere (bij)zaken, maar het gestage gebonk op de achtergrond kalmeert tegelijk ook. Toch komen de tranen, nét als de lieve verpleegkundige weer binnen komt gevolgd door de verloskundige. Alles is goed, ik kan gaan, volgende week weer opnieuw, maar voor nu vlucht ik dat helse ziekenhuis snel uit!! Te veel herinneringen, te veel beelden… Schuldgevoel. Het lijkt alsof ik Alex* geen kans heb gegeven. Hoe gelukkig, blij en dankbaar ik nu ook ben, het verdriet van zijn afwezigheid en de pijn van de manier waarop zal nooit verdwijnen… Ik besef na deze goede ctg dat het met Alex* misschien nooit goed is geweest, maar waarom? Dat antwoord zal ik nooit krijgen…

Advertisements

Vol verwachting

Lieve Alex*

Als ik tegen jou praat, praat ik ook tegen ons ongeboren kind. Als ik tegen het kindje in mn buik praat, praat ik ook tegen jou. Dit kindje vervangt jou niet, maar het weeft zo door elkaar heen. De verschillende emoties en gedachtes lopen door elkaar heen. Het is verwarrend. Het blijft ook gewoon onwerkelijk dat ons kindje straks precies twee jaar na jouw geboorte en overlijden bij ons komt. De zelfde tijd, maar dan later. Alsof de plannen en ideeën die we met jou hadden twee jaar later alsnog worden voorgezet. We zijn daar mee gezegend, maar het vervult me ook steeds van een schuldgevoel. Hoe kun je nou ooit evenveel van drie hele bijzondere kinderen tegelijk houden? Mijn eerst geborene, die mij moeder maakte, mijn ster, die mij zoveel heeft geleerd én ons onverwachte regenboog wonder, dat we koesteren? Onze droom voelt nu soort van uitgesteld, maar komt uiteindelijk wel uit… dat voelt heel gek. We krijgen toch het ‘plaatje’, maar ondertussen missen we jou, maar we wéten ook niet eens precies wat we missen, want we kennen je niet goed. Zal ik dan straks alles gaan vergelijken? Me steeds bij de baby afvragen of jij ook zo was geweest? Ik probeer me dus heel erg vast te houden aan het beeld van drie verschillende kinderen. Allemaal uniek, allemaal hun eigen stempel. Op dit moment doe ik dat vooral nog steeds in materialen en symbolen. De babykamer hebben we weer opnieuw ingericht en Demian en Alex* hebben allebei hun sporen achter gelaten. De blauwe meubels van Demian, de grijze sterrengordijnen van Alex* en dan nu mintgroen voor de derde erbij. Een lekker bij elkaar geraapt zooitje en toch voor mij één compleet geheel. Demian ons zonnetje, hartje, (panda)beertje en dino. Alex* ons sterretje, veertje, olifantje en vlindertje. De baby ons wolkje, regenboogje, schaapje en pluisje. Allemaal heb ik ze hun eigen kenmerken en kleuren gegeven, zoals ze alledrie hun naam hebben gekregen/gaan krijgen. Drie kids, onderscheid, alledrie even belangrijk, alledrie even geliefd. Maar nooit hadden we ons dit bijzondere gezin zo voorgesteld en in de praktijk met straks maar twee kinderen in de hand, zal het denk ik moeilijk zijn om Alex* zijn speciale plekje te blijven geven. Omdat wij nu eenmaal leven en niet goed verbinding kunnen maken met iemand die er niet meer is. Niet dat we hem vergeten, maar het zal zeker wel een beetje op de achtergrond verdwijnen als we weer mogen proeven van geluk of toch niet? En die twijfels maken me verdrietig, want hoe hou ik hm levend? Het jongetje waar ik bijna niets van af weet, waar ik nauwelijks iets over kan vertellen, waar we niets nieuws mee beleven en ook geen nieuwe plannen meer voor maken. Dat gat gaat de baby namelijk nu toch weer vullen of niet? Ik voel me zo schuldig… ook over het feit dat we er bij de tweede zo ‘licht’ over dachten. Bij Demian hadden we de box met 4 maanden al staan, bij Alex* nog niet eens bij 8 maanden. We hadden nog geen geboortekaartje, het kamertje was nog niet helemaal af, de kleertjes nog niet allemaal gewassen en pas heel laat hadden we een naam. De tweede was toch minder spannend, minder nieuw, en meer vanzelfsprekend/gewoon, het komt wel.. En jeetje wat voel ik me daar nu schuldig over, ik was onbevangen ondanks mijn twijfels of stelden we uit omdat ik juist het gevoel had dat het niet klopte? Binden we niet goed omdat het niet goed zat of omdat dat zo gaat bij een tweede? En nu probeer ik dat dus wel weer goed te maken, niet meer uit te stellen. De box staat, de gordijnen hangen, begonnen met de kleertjes en hij heeft een naam. Dit kind voelt weer alsof het de eerste keer is dat we ouders worden. We zijn zo blij en we kijken er zo naar uit, en dat geeft een rotgevoel naar jou. Ik ben zo bang dat je kijkt en er van baalt dat we doorgaan met ons leven. Met de dooddoener ‘dat zou hij gewild hebben’ kan ik niets, want ik denk echt dat je liever bij ons had willen zijn. En wij hadden niets liever gewild dan jou bij ons te hebben gehad. Maar nu je broertje voor de deur staat, zal ik ook hem met liefde naar binnen moeten laten. Niet ten koste van jou, maar ter ere van het leven. Dat we toch weer geluk mogen gaan proeven. Dat onze wensen toch nog in vervulling mogen gaan… maar nooit nooit nooit vergeten dat jij deel uit maakt van mij en van ons gezin. In de boom, in ons huis, in mijn hart. En ik zal manieren blijven vinden om de liefde voor jou een plek te geven. Het zij in materiaal, het zij in woorden/schrijven, het zij in mijn doen en laten. Want jij hebt mij veranderd, mij zoveel gegeven; wijsheid, kracht, inzicht, liefde, kansen, goedheid, licht… en dat maakt jou mijn unieke middelste zoon, zo niet gewoon. Ons engeltje, raadgever en beschermer… ik hoef alleen maar naar je te luisteren en ik zal je vinden. Jij hoort erbij..

Het is zéér onnatuurlijk om je kind te moeten missen.. ..het druist tegen al je moedergevoelens in. Het zorgen voor, liefde geven en leven schenken. En nu ik dat wel weer mag doen voor deze knul voel ik me bang, onzeker, schuldig, blij en hoopvol tegelijk. Mijn lege handen worden straks als het goed is weer gevuld, maar ik zal me incompleet blijven voelen… of toch niet?