Wereldlichtjesdag

Wat een weekend weer zeg. We rollen door de maand. Zaterdag ben ik heerlijk naar het Elysium geweest met één van mijn beste vriendinnen. Het was weer erg fijn samen en lekker ontspannen. Nog steeds ben ik me pijnlijk bewust van mijn litteken als ik in mn nakie rondloop, maar het hoort bij mij. Dit is nu wie ik ben, getekend. Zelfs een bloedhete sauna weerhield me er niet van om even te huilen, wat eigenlijk ook best wel weer awkward en lachwekkend was, want tja hoe troost je elkaar als je naakt bent? Haha. Maar ook dat kwam goed, veilig bij mijn vriendin die ik al ken vanaf dat ik vier jaar oud ben… een beetje bloot kan dan wel hihi.. Na deze dag, dacht ik dat ik me wel wat beter zou voelen, maar deze maand is echt meedogenloos! Ik slaap slecht, eet niet super lekker, heb spanningshoofdpijn en rugpijn en ik voel me constant moe. Ik kreeg al wat tips voor een osteopaat of een speciale genezingsmeester en daar sta ik absoluut voor open, maar nu, a la minute denk ik ook ergens dat het weinig uithaalt. Ik doe namelijk al best veel ter ontspanning en lichaamsverzorging: sauna, af en toe een massage, schoonheidsspecialiste, kapper, ademhalingsoefeningen, meditatie… deze maand is gewoon loei zwaar! Mijn therapie gaat ook pas weer verder in januari, want mijn therapeut zei ook dat nu niet echt iets helpt. Ze stuurde ons kaarsjes op als lichtpuntje in donkere tijd. Een tijd waar we doorheen moeten… Zondag stond ik dus, tegen verwachting in, weer slecht op en kon ik het niet opbrengen om mijn schoonfamilie te helpen in de zaak (de kerst moest erin). Worstelend met schuldgevoel, nee zeggen, je zwak voelen, maar ook gewoon niet kunnen, zo verdrietig en moe zijn. Ik bleef thuis terwijl Michel en Demian gingen helpen. Uiteindelijk na nog wat slaap kon ik dan toch ook weer de knop omzetten. Van in bed liggen wordt het namelijk ook niet beter. Een warme douche helpt me dan altijd enorm. Ik ben toen lekker weer gaan knutselen voor mijn ventje. We zouden die middag met mn zussen naar de boom gaan om te laten zien. Ik maakte houten ornamenten en hakte met een beiteltje en een hamer zijn letters erin. Lekker rammen… ook de lantaarns maakte ik af, ik zou de vlinder lantaarn dragen die avond (Wereldlichtjesdag)(ook al wilde ik op dat moment niet eens gaan)…

‘s Middags gingen we met zn allen naar de boom toe. Laarzen aan, maar inmiddels wordt er echt goed onderhoud gepleegd. Er lagen houtsnippers op het pad en aangekomen bij de boom hadden ze de takjes gesnoeid. Mijn familie vondt het mooi, een fijne plek. Mijn nichtje legde een steen in de vorm van een hart in de aarde. Ik knoopte mijn versiersels om de paaltjes. Er was een konijntje bij hm geweest, want er lagen allemaal keuteltjes. Het was fijn om alle kinderen er vrolijk rond te hebben rennen. Een levendige plek, ons zo dierbaar. Hopelijk wordt het snel voorjaar!

Na afloop zouden we samen gaan eten, maar ook dat trok ik niet. Steeds maar weer te erkennen dat iets te druk of te zwaar is, is vreselijk triest. Je voelt dat je faalt en je voelt dat je niet de persoon bent die je vroeger was. Ik voel me inmiddels wel sterk dat ik het kan toegeven en kan aangeven, maar het gaat nog steeds met veel emotie en ik raak er gauw van overstuur. Zeker als Mies en ik samen niet op één lijn zitten. We denken, voelen, vinden, doen alles verschillend. Dan voor mezelf opkomen kost moeite. Blijven praten, elkaar blijven begrijpen, het gaat niet zonder slag of stoot. Zo’n moe mannetje erbij die ook maar door alles heen gesleept wordt maakt het niet beter.

Na het eten kwamen mijn zwager en mijn oudste nichtje bij ons oppassen. Wij gingen naar Wereldlichtjesdag in Zoetermeer, Pff wat zag ik er tegenop. We moesten om half 7 verzamelen bij de Meerbloemhof. Het was de eerste keer weer dat we daar waren sinds de crematie. Het was al donker, overal stonden fakkels en vuurkorven en er was mooie muziek met klankschalen buiten. Het was warm, maar het maakte de ruimte binnen niet anders. In de ontvangstruimte verzamelden een heleboel mensen. Ik zag ook bekenden en maakte met sommige een praatje en we knuffelden elkaar. Toen was het tijd om in een rij op te stellen voor de stille tocht over de begraafplaats. We hadden allemaal lantaarns meegenomen en gingen naar buiten. Michel bleef met zn vader en broer achter, hij wilde niet. Ik zelf vond het prachtig, het pad was sfeervol verlicht met fakkels en vuurkorven. De maan piepte door de bewolking en bomen heen. Zoveel mensen in de tocht. Mijn zus pakte mn arm. Bij de kindergrafjes was het verdrietig. Zoveel families en kindjes, net gebeurd of al weer zes jaar geleden, het blijft diep triest, voor altijd een gemis. Ook daar knuffelde ik wat lotgenoten, maar zelf hebben we daar natuurlijk niets. Ik draag hem bij me, in Mn hart en in Mn asketting. ‘Hoe gaat het?’ wordt er gevraagd ‘Het blijft onwerkelijk, als in een roes, wat ben ik nou eigenlijk aan het doen? Het komt niet bij me aan.’ Dan ben ik het ook weer zat en ga terug naar het crematorium met Mn moeder. ‘Heb je spijt dat je geen grafje hebt?’ ‘Nee, ik vind het absoluut heel mooi, maar het past niet bij me, een baby in de koude aarde, ik kijk liever omhoog dan naar de grond. De sterren en de boom zijn ons plekje.’ We zetten de lantaarntjes allemaal op een tafel buiten. Binnen komt Michel me tegemoet, zijn kaken strak op elkaar. Ik stel zo lang ik het kan het binnentreden van de zaal uit en schrijf op een sterretje eerst nog zijn naam. Ik moest eerst zijn naam opschrijven en ophangen op het sterrenbord, daarna voelde het pas ‘goed’. We gingen samen de donkere zaal binnen en toen ik naar de baar keek, vloog het me direct naar de keel. Wat was dit zwaar! Ik kreeg het Spaans benauwd en raakte hevig in emotie. Je eerste reactie is vluchten, maar je móet vechten, het moederinstinct vecht voor haar zoon, want ook dit is mijn kind, ook dit kind verdiend mijn liefde en aandacht. Hoe zwaar het ook is. In eerste instantie liepen we naar achter, maar ik bedacht me dat we zijn foto nog neer moesten zetten vooraan. Ik liep naar de baar, (er stond natuurlijk geen kist), en het zag eruit zoals wij het toen ook hadden. Ons wiegje had namelijk ook niet op de baar gestaan, maar op een tafeltje vlak bij ons. Tijdens onze afscheidsdienst hadden er bloemen, knuffels, kaarsjes enz. op de baar gestaan. Nu stonden er kaarsjes en foto’s van talloze kinderen met witte rozen in vazen er omheen (net als bij mijn opa). Het was niet hetzelfde, maar het was toch het zelfde. Ik verstijfde, ik kon geen stap meer verzetten. Ik keek naar de baar, onze baar, onze afscheidsdienst, ons kindje, onze Alex*, hoe ik alles toen netjes rangschikte en verzorgde, ik keek naar het verleden, als een film, het rumoer langs mee heen gaand wachtend tot ik mijn foto geen neerzetten. Één van de dames zag mijn strijd, mijn emoties, mijn tranen en sloeg een arm om me heen. Michel nam het over en plaatste zijn foto er bij op een mooi plekje vooraan bij een kaarsje. Mijn vader wees ons onze plekken rechts vooraan. Ik wilde absoluut niet in het midden zitten, dus dat ging goed. Onze familie zat achterin de zaal. De paniek was er nog steeds, dat schilderij vooraan, die banken en stoelen, gelukkig niet die enorme kerstboom die er toen wel stond. Ik kon de foto niet zien vanwaar wij zaten, dus liep terug om hm nog ee stukje te draaien, Michel knikte. De muziek van de klankschalen kalmeerde ons toen we zaten. En toen begon het. Mooie openingsspeech en het aansteken van een aantal kaarsen. Er was mooie harpmuziek en daarna werden de namen genoemd. 66 namen van kinderen en ook werden de naamlozen herdacht. Alex werd al als tweede genoemd en het viel me tegen dat zijn tweede naam niet werd gezegd (bij niemand hoor, maar ik had het wel verwacht, hij heeft zo’n mooie tweede naam). Ook zat ik er nog niet ‘in’, dus het moment was snel voorbij. Meerdere namen herkende ik van lotgenoten, en het zijn er te veel. Ook werd er een naam verkeerd uitgesproken en dat maakte me boos. Ik zat er met al mijn emoties, die ik nu voor de verandering eens toeliet en accepteerde. So what als ik boos ben?, ik heb daar alle recht toe, misschien onredelijk naar sommige mensen toe, maar dat vergeven ze me wel. Het is namelijk een plek waar iedereen het zelfde mee maakt. Veilig. Een minuut stilte. Daarna kwam er ook echt een prachtig gedicht wat me enorm ontroerde:

Er zijn geen vaste kleuren

Het is niet blauw of geel

Je kunt in rood ook zeggen

Ik mis je heel erg veel
Er zijn geen strakke lijnen

Soms is het bruin, soms groen

Verdriet past niet in hokjes

Van hoe je het moet doen
Soms schilder ik dat ik je mis

En kies ik glanzend goud

Omdat ik daarmee zeggen kan

Hoeveel ik van je houd
Soms verf ik dwars door het papier 

Met inkt zo zwart als roet

Omdat ik echt niet weten zou

Hoe het nu verder moet
Ik klieder vaak ook maar wat aan

En het wordt een bonte boel

Als ik me soms meer pimpelpaars

En dan weer knaloranje voel
Soms teken ik een witte stip

Met grijze cirkels er om heen

Ik zit er ergens midden in

En voel me helemaal alleen
In alle kleuren van mijn tranen

Denk ik elke dag aan jou

Dus als de zon weer schijnen gaat

Heb ik een regenboog van rouw
Ik zat er ook met al mijn kleuren: liefde, ontroering, irritatie, woede, stress, rust…

De zaal was vol en onrustig, er was veel harpmuziek met soms dwarsfluit en dat werd een beetje te veel. De meditatieve klankschalen waren prachtig, maar toen er één van de mannen een beetje er doorheen ging zitten zingen werd het minder. Ook de harpiste zong niet helemaal zuiver. Het raakte me allemaal nét niet. Als onze eigen uitgekozen liederen werden afgespeeld hadden we gebroken, dus misschien was het ook maar goed zo. Er kwam een verhaal van een nachtegaal, maar daar kreeg ik niets van mee. Het duurde lang, maar het was vooral het gehuil van een baby die door merg en been ging. Gelukkig liep de moeder gauw de zaal uit. Daarna begon er een ander kind te ‘jammeren en klagen’ maar die ging niet de zaal uit. Dat was behoorlijk hinderlijk. Ook het hoesten van één van de dames was irritant. Normaal ben ik niet zo’n zeikerd, maar ik zat er echt met al mijn kleuren en liet alles toe wat er voorbij kwam. Het stuk van de harp wat daarna weer kwam ‘The Nightingale’, was weer prachtig, het was een ware achtbaan. Toen kwam er een gedicht over een ster en dat was super mooi:

Mijn broer is een ster

Aan de hemel van de nacht

Hij schijnt

Laat zijn licht zien

Als de wolken er niet zijn
Prachtig aan de lucht

Schitterend en glinsterend

Zo mooi

Kijk hem dan eens

Trots ben ik op hem, mijn broer!
Verdriet doet zo’n pijn

Kijk naar de sterren en zie

Verre ster

Lijkt vlak bij mij

Als warme armen van troost
Soms wil ik het niet

Sluit mijn ogen, doe alsof

Geen ster!

Niet van de nacht

Ik denk hem ver weg.. weg, weg
Mama houdt mij fijn vast

Vertelt over een hart vol sterren

Van liefde

Zegt zacht tegen mij

Ik heb een ster van de nacht

Én jij bent mijn ster van de dag
Demian was er ook een beetje bij. Na het zoveelste lange harp stuk was ik er wel klaar mee (er staat ook een prachtige vleugel, variatie?). Gelukkig was het toen ook klaar. Na afloop pakte ik de foto terug en maakte nog wat korte praatjes met lotgenoten. Ik wilde weg, het was goed zo. Één woord bleef in eerste instantie bij me hangen vér-schrik-ke-lijk, maar het is denk ik standje overleven. Het was té heftig om daar weer te zijn, en het was té akelig om alles toe te laten. Verdriet maskeerde ik met woede en irritatie, opstandigheid, rebellie. En ik was er trots op, ik mag wel eens wat harder worden, ik mag ook al die andere dingen nou es laten zien en voelen. Ik heb mijn kind verloren! Daarom vertel ik nu ook eerlijk hoe ik het beleefde, het was mijn beleving. Ik wil ook echt geen kritiek hebben op de organisatie of op de muziekkanten en absoluut niemand kwetsen, want het was allemaal prachtig en mooi aangekleed, maar dit is hoe het nu voor mij was: dubbel. Mooi en stom tegelijk. Dit is rouw om je kind, alles. We kregen een witte roos bij het weggaan, pakte de lantaarns op en namen afscheid van onze familie. Het was goed zo, het was fijn, ik ben blij dat ik gegaan ben. Ik kreeg weer de bevestiging dat het goed is geweest dat ik niet bij de crematie van mijn opa ben geweest. Ik had dat niet aangekund. Dit kon ik al bijna niet aan. De volgende keer als we er moeten zijn zal het ‘makkelijker’ zijn. De volgende keer zal Wereldlichtjesdag rustiger voor me zijn. Ik heb enorme troost gehaald uit de Facebook berichten van iedereen die kaarsjes aan het branden waren, voor alle engeltjes maar ook voor Alex*. Hij wordt niet vergeten en dat heeft me enorm goed gedaan! Het maakt me blij en gerust dat men aan hem denkt. Het was een gedenkwaardig weekend. 

 

Advertisements

One thought on “Wereldlichtjesdag

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s