Starry starry night

Twee uur ‘s nachts. Ik ben in en in verdrietig. Er mankeert zoveel aan mij. Uren lig ik al te malen. De jeuk op mijn hoofd wordt steeds erger. Het stuk krabben van de eczeem op mijn hoofdhuid tussen mijn haren gaat steeds krachtiger. Ik voel me gefrustreerd, gestresst en gepijnigd. Ik lig te piekeren over kwetsbaarheid, de interactie met anderen, goed Apostolisch zijn en ten slotte een nieuwe bevalling. Tientalle denkfouten ten aan zien van keizersnedes: het is onnatuurlijk, het is een slechte start voor een baby, het geeft slechte binding, het is slecht voor mij. Ik, bovenal, moet toch weten dat dit allemaal onzin is. Dat de flesvoeding die Demian kreeg net zo goed is geweest als borstvoeding (oh wat wilde ik graag borstvoeding geven, het moest en het zou, maar het ging niet). Ik moet en zal natuurlijk bevallen, ik wil een sterke oervrouw zijn, het liefst ook nog zonder pijnstilling, want ook dat is niet goed voor een baby. Ik wil die baby op mijn borst. Maar tegen welke prijs? Hoeveel risico’s heeft een natuurlijke bevalling? Ik zal het mezelf nooit vergeven als door mijn toe doen, mijn beslissing, ons volgende kindje het ook niet redt. (Lieve help, ik ben nog niets eens zwanger). Doembeelden duiken op, het verlies van nog een kind. Schreeuwend zie ik mezelf weer voor me. Nee, dat kan ik niet nog een keer aan. Er is maar zo veel wat een mens kan doorstaan. Dan hoeft het van mij niet meer. Psychoses, suïcidale neigingen, opnames in een inrichting, plat gespoten worden met kalmeringsmiddelen, ‘de gelukkige huisvrouw’, het komt allemaal aan me voorbij in deze donkere nacht. En dan wordt het me te veel, ik moet uit bed, ik moet van me af schrijven, zo gaat het niet, want er is zoveel mis met mij……..
Het gaat niet goed met mij. Ik besef het al een aantal dagen. Ik slaap slecht, zweet veel, ben prikkelbaar en snel gekwetst. De angst, jeuk en stress doen me willen veranderen. Ik weet dat ik een andere aanpak nodig heb. Gistermiddag ben ik weer begonnen met meditatie, met Mindfulness. Ik heb het nodig om mijn lichamelijke klachten de baas te blijven. Het lukt, ondanks dat ik merk hoeveel spanning er werkelijk in m’n lichaam zit. Waar ik me steeds zorgen om maakte bij Michel is bij mijzelf er in geslopen. Waarom ben ik niet meer met mezelf bezig? Ik moet beter voor mezelf zorgen. Ik moet Michel loslaten en in mezelf investeren. Als dat lukt ben ik enorm trots. Als ik down ben en het lukt mezelf toch er uit te komen, dan voel ik me goed. Ik heb geen zin, maar ik ga toch hardlopen en daarna mediteren. Ik voel de positiviteit en kracht doorstromen. Bij de laatste meters rennen dreun ik mijn positieve mantra op ‘ik kan het, ik kan het, ik kan het’. En ik kan het ook, wat een enorme boost geeft dat. Dit wil ik, zo wil ik zijn: positief, lief voor mezelf, veerkrachtig. Maar ik ben kwetsbaar. Mijn hart open en bloot. Ontzettend makkelijk uit het veld geslagen. Bij elke positieve stap die ik neem voel ik me goed. Steeds kan ik weer opkrabbelen. Ondanks alles ga ik door. Maar het doet me veel pijn als anderen dat niet zien. Ik weet niet waarom ik die bevestiging zo zoek, maar ik wil gewoon graag erkenning. Juist als ik zelf trots ben en een ander vindt me zwak, komt dat hard aan. Ik loop tegen veel onbegrip aan (of tenminste dat denk ik). Het voelt dan alsof je jezelf niet mag zijn. Dat doet zeer. Ik vind juist dat kwetsbaarheid laten zien moedig is. Het is niet makkelijk om open, oprecht en eerlijk te zijn. Rouwen, verlies, verdriet, het is niet makkelijk. Het zou fijn zijn als men hun trots laat zien, zijn bewondering uitspreekt. Een negatief oordeel of mening hebben is namelijk niet leuk. Het is niet fijn als de ander zich niet in je kan verplaatsen. Ik voel me dan geraakt in mijn tere ziel, wat zelf dan ook weer als enorme zwakte voelt. Terwijl ik ondanks dat er toch ook weer steeds boven op kom. Maar ook dat ziet niemand toch echt (ook Mies niet). Ik weet niet waarom ik me snel aangevallen voel. Zelf ben ik ook een kritisch persoon naar anderen. Uiteindelijk is het mijn eigen probleem dat ik me gekwetst voel. Ik weet dan ook dat ik mijn weerbaarheid moet vergroten. Ik werk aan mijn zelfvertrouwen. Toch is het fijn als iemand mijn worsteling ziet, mijn verdriet erkent, mijn pijn niet verwerpt, mijn kracht waardeert. Gewoon eens zegt: ‘ik ben trots op je’. Want als ik mijn muur laat zakken verlang ik naar respect. Geduld, begrip en echte troost maakt de interactie met mensen een stuk makkelijker. Zonder dat kan ik gesloten raken, en ik wil juist niet verbitteren… Ik tracht dit zelf ook zoveel mogelijk te zien. Liefdevol reageren, niet te snel te oordelen, een stukje proberen te wandelen in andermans schoenen en vooral respect hebben voor zijn of haar weg. Want pas als je mee maakt wat een ander heeft meegemaakt begrijp je het zelfs nog maar een fractie. Onbegrip hoeft overigens nog steeds geen veroordeling te betekenen. Ik snap ook wel dat niemand het écht begrijpt wat ik door maak. Oordeel daar dus dan ook maar niet over. Een kwetsbaar persoon (= niet zwak) is namelijk wel snel uit zijn balans. Misschien heb ik te hoge verwachtingen. Misschien leg ik de lat te hoog bij m’n medemens. Ik focus me dus maar meer op mezelf. Als ik mediteer vraag ik ‘wat is er nu?’ Observeren, voelen, doorleven, zonder te oordelen. Een positieve gewaarwording als het me lukt lief voor mezelf te zijn. ‘Ik kan het’. Als ik mijn ogen open zie ik een vlinder voorbij fladderen en ik weet: het is goed zo, ik doe het goed, dit is mijn weg. Mijn Alex* is er. Rouwen heeft me zo veel gebracht, ik ben een ander mens. Soms moet ik het licht aan doen om eruit te komen. Dan moet ik het bed uit om te vluchten van Michel’s gesnurk en mijn donkere emoties/beelden. Dan moet ik rustig worden, mezelf worden. Om er weer achter te komen, dat ik mezelf telkens uit dat donkere dal kan halen. Daar mag ik best trots op zijn!!!! (En ik blijf toch hopen dat anderen dat ook zijn). Het grootste compliment dat ik ooit gekregen heb toen ik 17 was, is dat iemand mij zo oprecht, open en eerlijk vond. Hij zei: ‘blijf zo (kinderlijke onschuld)’. Ik wil ook graag zo blijven, want de wereld heeft échte mensen nodig. Echte mensen, die durven te laten zien wie ze zijn en het beste voor hebben met anderen. Want kwetsbaarheid geeft puur menselijk contact….
“Ik hou niet van kille mensen

Ik hou niet van verbittering

Ik hou niet van gesloten mensen

Ik hou van openheid en schittering
Want kwetsbaarheid is moedig

Natuurlijke kracht

Oprecht- en eerlijkheid 

Maakt het denken zacht…”
Ik weet het, dit gedichtje heeft een oordeel, het is kritisch en hard. Maar het geeft mijn gevoel weer. Positief zijn over jezelf, kan soms door negativiteit naar anderen. Ondanks dat ik van m’n hart geen moordkuil wil maken, maar wel een boodschap heb. Ik wil het niet beter weten, want ik ben verre van perfect. Ik wil gewoon zeggen wat ik vind. Moeilijk is dat hé? Gij die zonder zonde is, werpe de eerste steen, maar we werpen allemaal wel eens een steen. Het gaat er uiteindelijk om hoe je hem opvangt en hoe je dat met elkaar bespreekt……

Pfff half vier, ik moet nu echt gaan slapen!! 

Vincent (starry starry night) – Don Mc Lean:

Starry, starry night

Paint your pallet blue and grey

Look out on a summer’s day with eyes that know the darkness in my soul
Shadows on the hills

Sketch the trees and the daffodils

Catch the breeze and the winter chills in colors on the snowy, linen land
Now I understand what you tried to say to me

And how you suffered for your sanity, and how you tried to set them free

They would not listen – they did not know how

Perhaps they’ll listen now
Starry, starry night

Flaming flowers that brightly blaze

Swirling clouds in violet haze reflect in Vincent’s eyes of china blue
Colors changing hue

Morning fields of amber grain

Weathered faces lined in pain are soothed beneath the artist’s loving hand
Now I understand what you tried to say to me

And how you suffered for your sanity, and how you tried to set them free

They would not listen – they did not know how

Perhaps they’ll listen now
For they could not love you – but still your love was true

And, when no hope was left inside on that starry, starry night, you took your life as lovers often do

But I could have told you, Vincent, this world was never meant for one as beautiful as you
Starry, starry night

Portraits hung in empty halls

Frameless heads on nameless walls with eyes that watch the world and can’t forget
Like the strangers that you’ve met

The ragged men in ragged clothes

The silver thorn, a bloody rose – lie crushed and broken on the virgin snow
Now I think I know what you tried to say to me

And how you suffered for your sanity, and how you tried to set them free

They would not listen – they’re not listening still

Perhaps they never will


Advertisements

Mijden en strijden

Ik voel me schuldig, zo verschrikkelijk schuldig! Het voelt als verraad. Ik weet me echt geen raad met m’n gevoelens, gedachtes en emoties. Ga ik te snel? Is het normaal dat ik door wil? Is het erg dat ik m’n leven weer op wil pakken? Gister wilde een patiënt weten of ik kinderen had. Ik heb trots verteld over Demian. Een steek gaat door me heen als ik over Alex* zwijg. Hij is ook mijn kind, mijn tweede zoon. Ik waag het erop en begin met ‘niet schrikken, maar ik heb nog een kindje, hij leeft niet meer’. Gelukkig reageert de man goed. Ik schatte in dat het wel kon, ik doe dit namelijk echt niet bij elke patiënt. Mijn werk bestaat deels uit kletsen en men wil je leren kennen, want zij geven zich immers ook letterlijk half bloot en voelen zich kwetsbaar. Als ik wat over mezelf vertel, ze merken dat ik mens ben, groeit hun vertrouwen en werkt de behandeling vaak beter. Het gesprek gaat op een goede manier door en deze man weet wel een geval of twee waarbij het ook (bijna) gebeurd is. Aan het eind van de behandeling wenst hij me sterkte. Ik weet eigenlijk al niet eens meer wat hij bedoeld, want het ging al weer ergens anders over, dus ik kijk hem schaapachtig aan. Hij zegt ‘ja over wat je me net vertelde, je praat er in ieder geval wel makkelijk over’. Ik sta met een mond vol tanden. Tja die hoor ik (helaas) vaker… Het voelt als een oordeel. Uiteraard is het vaak verbazing omdat zij het voor het eerst horen als ik die bom laat vallen, ik weet het zelf natuurlijk al wat langer. Ik reageer zelf ook vaak zo als ik iets schokkends hoor waar iemand nuchter over kan praten. Toch bekruipt me een naar gevoel, en ik twijfel gelijk aan mezelf. Hoor ik er dan niet (goed) over te praten? Een strijd in mezelf barst los. Wat hoort? Wat maakt het me eigenlijk uit? Stop ik het weg? Ben ik er al overheen? Ik snap er zelf ook allemaal niets van, maar ja, ik heb dit ook nog nooit eerder mee gemaakt. Ik haal dus ergens mijn schouders op en zeg verdedigend ‘tja je moet wel, want het leven gaat door’. Ik ben lief voor mezelf, maar toch doet het oordeel van anderen me heel veel. Als men vindt dat ik sterk ben en er goed mee om ga, voel ik me rot, want wat ben ik dan voor harteloos persoon in hun ogen? Als men vindt dat ik er nu wel over heen moet zijn, voel ik me rot, want hoe zwak ben ik dan in hun ogen? Het is nooit goed. Tegenwoordig kan ik de mening van anderen best snel naast me neerleggen, maar mijn eigen oordeel niet. Ik raak ontzettend in de war van mijn eigen gevoelens. Mijn schuldgevoel en het gevoel dat ik mezelf en Alex* verraad. Ik heb net namelijk de baby-kamer opgeruimd. Alex* zijn kamer (voorheen Demian’s) is weer gewoon babykamer. Te wachten op de volgende baby. Alsof ik straks een nieuwe goudvis koop ter vervanging. Deze niet gelukt? Dan proberen we het toch nog een keer? Maar moet ik dan wegkwijnen van verdriet en nooit meer een ander kindje willen??? Dat kan toch ook niet? STRIJD! Sommige spullen kan ik hergebruiken, zoals ook Alex* dingen van Demian zou krijgen. Sommige spullen mag nu juist Demian hebben. Sommige spullen krijgen een mooi plekje in mijn eigen kamertje (ja ik heb een eigen kamertje vol met shotglaasjes, fotoalbums, snuisterijen en nostalgie). En sommige spullen gaan in de speciaal gemaakte kist om er hopelijk niet meer te veel naar te kijken. Sommige dingen wil, kan en moet ik bewaren, wil, kan en moet ik blijven zien. Sommige dingen kan en wil ik niet meer naar kijken, die wil ik heel ver weg stoppen. Sommige dingen wil ik zelfs weggooien of weggeven, wat moet ik met al die knuffels van de crematie? En daar treed het nare gevoel binnen. Hoe kan ik nou dingen weg willen doen van mijn overleden zoon? Wat ben ik voor harteloze moeder? Ik heb al moeite met knutsel-werkjes van Demian weggooien! Maar sommige dingen zijn te hard, te moeilijk. De sieraden draag ik momenteel niet, want het is te confronterend het doet te veel pijn. Had ik eerst steun aan bepaalde zaken, doen ze nu ontiegelijk zeer. MIJDEN! Tranen komen op nu ik dit schrijf. Al schrijvende erachter te komen wat je voelt, hoe je denkt en wat er allemaal speelt. Breken omdat je hem zo mist en het anders had gewild. Maar tegelijk wil ik zo graag sterk zijn, ik wil zo graag door… Dat lukt me keer op keer, maar bij elke stap die ik neem naar de toekomst lijk ik verder verwijderd van m’n kind. Ik kan niet beschrijven hoeveel pijn dat doet!! Hoe slecht je dan over jezelf denkt. Hoe kan het nou lukken door te gaan na zoiets? Maar de wil, moed en kracht om door te gaan, het verlangen naar toekomst, blijheid, vrijheid zijn er. De pijn van de afstand die volgt helaas ook. De afstand die ontstaat tussen mij en mijn zoon Alex*. Ik heb het ook bij het ouder worden van Demian, de weemoed en tranen, maar dat kun je relativeren, want hij leeft en groeit, is er. Maar Alex* leeft niet, gaat hij ook nooit doen (die wetenschap maakt mij hard en nuchter, wegkwijnen is geen optie). Hij is er alleen nog maar in mijn hart en in mijn stem, maar zelfs daar wil ik hem blijkbaar soms buiten sluiten. Ik doe het goed, dat weet ik wel, en het zal altijd een geworstel blijven. Enerzijds het gevoel dat hij er is via mij, mijn woorden en de spullen, maar anderzijds het totale gemis van het kind zelf. De doden kunnen ons niet horen, maar ik ben telkens bang dat Alex* degene is die mij veroordeeld. Hoe kan mama nou verder gaan? Hoe kan het dat mama zo makkelijk over mij praat? Mijn spullen op ruimt? Hoe kan het dat mama na 6 maanden weer anders denkt over bepaalde zaken? Ik weet gewoon niet wat ik moet doen. Niets geeft echt een goed gevoel… Opruimen niet, laten staan ook niet. Sieraden dragen niet, maar in de la laten liggen ook niet. Een mens is denk ik niet gemaakt om in het verleden te blijven hangen. Wij zijn uitgerust met veerkracht, met doorzettingsvermogen, met hoop. Positieve natuurlijke elementen (levenslust en overlevingsdrang), die heel zwaar worden tijdens het rouwen om je baby. Want wanneer is het normaal om door te willen gaan? Welke taboes overvallen mij? Het leven gaat door. Ik heb in zoveel dingen weer plezier. Het vrijgezellenfeest afgelopen weekend was echt top (6 maanden geleden niet gedacht dat ik mee zou kunnen). Dit is echt een kwestie van leren leven met… Ik weet niet hoe, dus ik doe maar een beetje van alles. Uitstallen en wegstoppen, bewaren en weggooien/weggeven. Praten en zwijgen. Lachen en huilen. Feesten en in mijn bed dweilen. Ruzie maken en extreem liefdevol zijn. Rouwen gaat om tegenstrijdigheden, uitersten. De balans vinden. Het lukt me aardig, als ik vooral niet te streng voor mezelf ben. Als ik mezelf vergeef en weet dat de meeste keuzes omkeerbaar zijn. Rigoreuze keuzes maken durf ik nog steeds niet door de instabiliteit, maar ik maak me zeker minder druk dan voorheen. Is het A niet? Dan toch B! Proberen, vallen en weer opstaan. Daar hoef ik me toch niet schuldig over te voelen? Ik praat over hem wanneer en hoe ik dat wil, het is mijn kind. Ik doe wat ik moet doen om dit te dragen. Mijden en strijden in harmonie…

19 dec – 19 jun – een half jaar – Vaderdag

Vandaag, de 19e, vroeg Martine aan mij of ik misschien ook wat zou willen schrijven voor haar blog. Voor Vaderdag. In eerste instantie zei ik tegen haar dat ik daar geen zin in had op mn vrije dag en met dit lekkere weer vandaag. Ik ben namelijk niet zo van het schrijven. Nu wat later zit ik lekker in de tuin en dacht ik: waarom ook niet, het is ten slotte Vaderdag. Wat voor de meeste vaders waarschijnlijk een mooi dag is, is dat voor mij ook zo, maar voor een deel ook heel lastig. Voor de eerste keer zonder Alex*. Ik ben al lekker verwend vandaag met een mooi nieuw trainingspak, een douchegel en een mooi knutsel werkje van Demian (dit had hij al een hele week heel trots onder zijn bed verstopt haha). Dat mijn andere zoon er niet is, is nu extra moeilijk. Ik had graag vandaag ook met hem lekker leuke dingen willen doen. Nu dat ik zo lekker buiten zit en naar mijn arm kijk met de tatoeage waarop mijn hand de hand van Alex* vast houdt, doet dat pijn. Ik had hem zo graag in het echt vast gehouden. Demian ligt nu effe lekker te slapen en als hij straks wakker wordt ga ik met hem lekker buiten fietsen en er toch ondanks dit een mooie dag van maken. Fijne Vaderdag voor alle vaders…

Liefs, Michel
Hier laat ik het vandaag bij, mijn lieve man kan precies vertellen hoe zwaar deze dag voor ons is. Meer woorden zijn er niet nodig, dan de zijne (van een echte man). Behalve dan nog deze, om te zeggen hoe sterk ik hem vind en hoe trots ik op hem ben:

“Ik zie jouw kracht

Hoe sterk je bent

Je verbergt de pijn

Want jij bent een vent

Met onzichtbare tranen

Ga jij door het leven 

Maar je had nog zoveel

Meer liefde te geven 

Je zorgt voor mij

En voor je oudste kind

Maar ik zie dat het gemis

Van je zoon jou telkens verslind…”

Me against the univers

Pfff dat is heftig en zwaar. M’n eerste nieuwe patiënt van gister was een vrouw, 35 weken zwanger. Ik wist het van te voren niet, dus het is slikken als ik haar zie. Een worsteling tussen de paniek die in mijn lichaam ontstaat, waardoor ik het liefst weg wil rennen en het gevoel van willen door zetten. Strijdlust, omwille van mijn professionaliteit, maar ook een belofte die ik heb gedaan, mijn medemens te willen helpen. Ik zit in de zorg. Zij kan er niets aan doen, niemand kan er wat aan doen. Dit is mijn probleem, mijn gevecht! Ik ben dan keihard voor mezelf. Ik probeer helder na te denken, te relativeren. Waarom kan ik wel tegen zwangere vriendinnen en niet tegen onbekende zwangere vrouwen? Ik doe mijn best en ik slaag, maar het is moeilijk. Thuis blijf ik haar dikke buik op m’n netvlies zien. Ik wist het van te voren. Ik heb niet echt een lekkere week en gister ging het beter. Toen dacht ik bij mezelf er zal nog wel weer wat gebeuren. Het was opvallend rustig en ik dacht ‘er is altijd wel wat, dus het komt nog’. Dan zo’n zwangere vrouw te krijgen en notabene ook nog precies 35 weken zwanger (verder ben ik bij Alex* niet gekomen) is dan gewoon té toevallig. Ondanks de pijn die zich dan meester van mij maakt moet ik dan ook ergens heel hard (weleswaar cynisch) lachen. ‘Hoe kan het ook anders?!’ denk ik dan. Dan schreeuw ik in gedachten naar de lucht… Dat universum waar ik het laatst al over had. Het probeert me klein te krijgen, maar ik doe daar niet aan mee. Ik dacht: ik ben ook prima zwanger geweest van Demian tot 39 + 2 weken! Ik zal positief blijven denken. Nou ja prima zwanger… Ik slaap momenteel erg slecht, Demian heeft nachtmerries, en ik was van de week heel misselijk door te weinig nachtrust. Dan krijg ik weer even een voorproefje van een nieuwe zwangerschap. Mentaal zakt de moed me dan gelijk in de schoenen. Mentaal sterk zijn als het lichamelijk niet mee werkt is super lastig! Daarom ben ik ook blij dat er met mijn hartje fysiologisch niets aan de hand is. Een zorg minder. Ik ben bij de cardioloog geweest en hij heeft alles nagekeken, een ECG (hartfilmpje) en een echo. De echo was prachtig om te zien, mijn eigen hart, compleet in tact, nog steeds zuiver kloppend. Het gaf me moed en kracht. De levenspier. Ondanks de denkbeeldige littekens en het ‘gebroken’ idee doet hij het nog perfect. Krachtige slagen die mijn bloed laten stromen. Ik moest ook 24 uur met een kastje lopen (heel irritant, de blaren zitten op m’n huid en slapen was onmogelijk) voor volledige registratie, maar ook daar kwam niks ernstigs uit. Het is dus echt een ‘psychisch’ probleem. Functioneel. De arts legde me uit dat de klachten (gevoelens, gewaarwordingen) komen door de zwangerschap, de hormonen en de stress (komt vaker voor). Hij was heel vriendelijk en nam me heel serieus. Ik was opgelucht. Ik zal me dus weer meer op mijn ademhaling en op meditatie moeten concentreren. Kan voor mijn prikkelbare darmen ook geen kwaad trouwens, want ook dat gaat niet zo lekker. Het lichaam en de geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Iets waardoor ik nog meer interesse krijg in psychosomatische fysiotherapie. Een specialisatie studie (master) waar ik eigenlijk in september mee had willen beginnen als Alex* gewoon had geleefd. Dat stel ik nog maar weer uit, want ik heb nu eerst andere prioriteiten. Alles eraan doende om een sterk en gezond lichaam te krijgen. Behalve de chocola en dat het sporten even iets rustiger moest, gaat het nog steeds goed met m’n levensstijl aanpassingen. Nu er niets aan de hand is, kan ik weer verder met bewegen. Ik zal in beweging moeten blijven. Door Demian lukt dat, en ook door mijn werk. Ik bezit een ongekend doorzettingsvermogen, waarvan ik het bestaan niet af wist. Logisch dat ik mijn hart soms iets te veel onder druk zet. Ik moet goed de balans zoeken tussen mijden en strijden. Je kunt niet constant op de top van je kunnen zitten. Iets wat ik steeds meer begin te begrijpen. Het draait allemaal om balans en evenwicht! De tegenstrijdigheden wisselen elkaar af, en ik moet de middenweg vinden. Ik leer zo veel van dit proces en dat is ook iets waar ik steeds meer mee bezig ben. Wat kan ik hierin voor anderen betekenen? De ideeën voor boeken schrijven zijn nog steeds levend en nu dus ook begeleiding geven bij lichamelijke klachten door psychologische achtergronden wekt m’n interesses. Genoeg inspiratie (en vaak geestelijke energie en onrust) nog steeds, maar ik ben er nog niet. Ik zal mezelf nog zoveel meer tijd moeten geven. Ik weet wat dat betreft dat het universum nog meer in petto heeft (positief en negatief). Alex* heeft me al zoveel gegeven. We hebben voor hem een mooie herinneringskist laten maken. Beschilderd door een hele lieve dame van
Timmy’s Speelgoedkisten. Een prachtig olifantje die bellen blaast, zijn naam in de sterren, terugkerende aspecten in ons rouwverwerkingsproces wat helpt. Ik ben er super blij mee! Hierin gaan we al zijn spulletjes opbergen, het wordt tijd om ruimte te maken in zijn kamer. We zullen het opnieuw in richten voor een ANDERE baby, want er is nog zoveel meer voor ons in te toekomst… 

‘Zo stil’

Oh mijn god, sta je dan in de Albert Heijn om 8.15 uur ‘s ochtends je tranen weg te slikken. Ik geloof dat ik nog nooit zo snel boodschappen heb gedaan, gelukkig was het vroeg! Is het de stromende regen, is het door mijn tijd van de maand? Ik ben in ieder geval niet bestand tegen dit nummer van Bløf, dat door de speakers van de winkel galmt:
Zo stil,

Dat iedereen wel weet dat dit zo blijft,

Voor altijd, voor altijd en een leven lang, het was,

Zo stil,

Dat iedereen het voelde in zijn lijf,

Geen pen, die ooit nog dit gevoel beschrijven kan.
Zo Stil,

Dat alle klokken zwegen ja,

De tijd stond onbeweeglijk,

Zo stil en zo verloren ging je weg,

Zo stil en zo verloren ging je weg.
Ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan,

En dat is dus waarom ik ‘s nachts niet slapen kan,

Al schreef ik duizend liedjes over dit gemis,

Dan nog zou ik niet weten,

Waarom toch, dit gevoel voor altijd is.
Zo hard,

De uren na de klap dreunde zo na,

Dat niets nog, te bevatten en begrijpen was, het was,

Zo hard,

Dat alles wat we dachten, ons alleen maar leegte bracht,

Zo moe en zo verslagen waren wij,

Nu de stilte bij ons was in plaats van jij.
Ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan,

En dat is dus waarom ik ‘s nachts niet slapen kan,

Al schreef ik duizend liedjes over dit gemis,

Dan nog zou ik niet weten,

Waarom toch, dit gevoel voor altijd is.
Zo stil,

Hoewel ik je nog iedere dag mis,

En waar je nu ook zijn mag,

Echt het is,

Me helder,

Dat stilte nu jouw vriend geworden is.
Ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan,

En dat is dus waarom ik ‘s nachts niet slapen kan,

Al schreef ik duizend liedjes over dit gemis,

Ik zou het echt niet weten,

Ik zou het echt niet weten.
Ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan,

En dat is dus waarom ik ‘s nachts niet slapen kan,

Al schreef ik duizend liedjes over dit gemis,

Dan nog zou ik niet weten,

Waarom toch, dit gevoel voor altijd is

😭😭😭😭😭😭😭😭😭😭😭😭😭😭

Resultaat: 4 repen chocola….. Het begon vanmorgen al in bed. Die regen, die regen, ik kan er niet tegen. Alles kost moeite, ik wil Demian gauw wegbrengen (verschrikkelijk schuldgevoel). Op het kinderdagverblijf komt de z’n oude leidster van de babygroep naar me toe ‘hoe gaat het nu met jullie?’ ‘Ups en downs’ zeg ik, mijn standaard antwoord tegenwoordig. Het is zo dubbel, enerzijds wil je wegrennen van relatief onbekende mensen, anderzijds wil je je in iemands armen storten. Alles voor een beetje troost. Sommige mensen prikken daar feilloos doorheen. Prachtig vind ik dat!! Ze vraagt door, ik hou nog steeds afstand, maar ze ziet gewoon dat ik het gesprek nodig heb. ‘Ik vindt jullie zo sterk’, ze ziet me worstelen. ‘Och mens, ik wil je even beetpakken’ en godzijdank doet ze het. Ze geeft me een stevige knuffel en ik breek. Tranen komen. ‘Ik wil je niet verdrietig maken’. Ik ben weer mezelf, ze heeft me geopend en ik vertel dat ik het juist prettig vind. ‘Ik ben altijd verdrietig, dit is juist fijn, het moet er toch uit..’ Dankbaar voor haar aandacht en oprechte medeleven zeg ik gedag. Demian komt de dag wel door bij deze lieve vrouwen. Ik ga door de regen naar de AH, waar het dus ‘zo stil’ is. Maar mijn binnenste schreeuwt het uit, toch kan/mag/wil je het niet altijd laten zien. Je weet niet hoe de ander reageert. Je wilt de nietsvermoedende caissière niet laten schrikken. Mensen die kunnen zien hoe de ander zich voelt hebben een gave. Gelukkig kom ik ze af en toe wel tegen en kan ik me laten gaan. Deze dagen zitten er helaas tussen. Het gemis zo groot en het verdriet zo aanwezig als ook de hemel onverbiddelijk huilt. Lieve Alex*, ik hoop dat je getroost wordt. Ik voel je vandaag, ik voel je eenzaamheid, ik voel je stilte. Of is het mijn eigen onrust? Mis je ons? Wij missen jou. Ik huil om jou, ik huil met je mee. Mijn tranen vermengen zich met jouw stromende druppels als ik over de parkeerplaats loop, met een haast lege boodschappentas. Thuis.. Ik kruip nu het liefst weer terug in bed met mijn chocola, deze dag is voor jou..


De Panne

Ik ben behoorlijk emotioneel nu ik dit schrijf. Het begint op de weg langs de Belgische kust. Lichte spanning als ik de omgeving niet herken. Zal het net zo zijn als vroeger? Wat als mijn voorstelling niet klopt? We rijden door het centrum en dan, ‘jaaa ik zie het!’ ‘Het bakkertje waar we altijd broodjes haalden!’ Opgetogen en opgewonden kijk ik mijn ogen uit. Meer herkenningspunten, ik zit op het puntje van de bijrijdersstoel. De bekende rotonde, ‘hier rechtsaf schat’ en we rijden het straatje van de appartementen-flats in. ‘Hier kunnen we parkeren’, in de verte zie ik de eierdoosflat. Als ik het aan Mies uitleg zit ie me aan te kijken of ik gek ben. ‘Ja maar je ziet er toch wel een eierdoos in?’ Voor het gemak zegt ie maar ‘ja’ en laat me in mijn blije stemming. Demian tillen we al slapend over in de wagen. We lopen het heuveltje op en mijn euforie maakt plaats voor ontroering. Emotioneel, traantjes weg slikkend, denk ik aan alles wat deze plek met zich mee brengt. Zoveel fijne herinneringen, een intens gelukkige kindertijd en zo veel gemis. Wat mis ik mijn beide opa’s, het lijkt net alsof ze naast me lopen. Alsof ze elk moment uit de flat die voor me opdoemt kunnen komen lopen. Hoe graag wil ik mijn oma’s nu vertellen dat ik hier ben en waarom! Waar zijn mijn ouders en zussen om dit mee te delen?! Een gelukzalig en week gevoel overmant me. Het bord met “KLIF” en de flat staan er nog precies het zelfde bij. Ik maak foto’s en vertel honderd uit over hoe leuk het hier altijd was met mijn hele familie van moeders kant in mijn jeugd. Michel luistert geduldig en vraagt wat dingetjes over toen en sjokt daarna voor me uit met de buggy waarin Demian verder ligt te slapen. Het is nog vroeg, maar de zon schijnt door de lichte sluier bewolking en de temperatuur is heerlijk. We lopen langs de bootjes over het pad door de duinen. De zelfde tegels liggen er nog, nog steeds is alles het zelfde. Er is niets veranderd, de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Het ziet er hetzelfde uit en herinneringen komen boven. Hoe we met mijn nichtjes en neefje in de duinen struinde, een ‘huis’ bouwde in het zand als de volwassenen naar Frankrijk liepen en de talloze strandwandelingen en meeuwen voeren. We bereiken het brede strand, met links een stenen pad en rechts het strand richting het Noorden. Ik herken het nog net zo. We lopen over de stenen dijk en we kunnen Frankrijk al zien liggen. Het is eb, en overal liggen schelpen, van die ‘scheermesjes’ ook precies zo als vroeger. We lopen tot aan de paal die de grens markeert. Ik heb inmiddels wel tien keer gezegd hoe leuk dit is voor mij, ‘en wat een mooi weer he?!’ Ik voel me een bofkont. ‘Tot hier liepen de kinderen vroeger ook altijd als onze ouders drank gingen halen in Frankrijk. Toen leek het zo ver, nu lijkt alles kleiner.’ We lopen weer terug, ik met een constante ‘big smile’ op m’n gezicht. Dit was het geluk wat ik zocht. De ontspanning, weer kind zijn, vertrouwd in een tijd waarin ik me zo onzeker voel. Niet wetende hoe ik dingen een plek moet geven. Ik mis mijn ene opa zo erg, meer dan de andere opa, dat is ook al langer geleden. Michel heeft hij nooit gekend, Demian en Alex* ook niet. Wat had ik toch graag dat ze elkaar ontmoet hadden. Maar hij is hier, hopelijk met onze kleine man. Bij het appartementen complex glip ik even naar binnen. Foto’s en beelden komen boven, het rode glas in lood raam staat nog steeds in de hal. Het is lichter in de hal dan ik me herinner. Ik zie ons nog in onze badjasjes staan om te gaan zwemmen in het badje op de begane grond. Ik kan de bitterballen van opa’s broer bijna ruiken. Garnalen pellen, in bad (toen een hele happening), hutten maken van het stapelbed, deuren gebruiken als eettafel als we gingen fonduen, de chocolaatjes van de vriendin van oma en nog veel meer. Het is teveel om op te noemen. Spontaan krijg ik zin om de video uit de jaren 90 terug te kijken. Ik mis mijn opa’s stem, ik mis mijn kinderlijke onschuld. We lopen de route die we elke ochtend namen als we naar het bakkertje gingen. Alles is goed onderhouden, totaal niet vervallen, dat had ik niet verwacht. Ik weet niet eens meer wanneer de laatste keer was dat we er met z’n allen waren in de herfstvakantie. Was ik 10, 12 of 14? Elke jaar in oktober gingen we hierheen. Eén keer ben ik met m’n ouders terug geweest in de zomer toen ik denk ik een jaar of 16 was (zeker 14 jaar geleden). Toen reden we vanaf Normandië terug naar Nederland en hadden we een kleine tussenstop in de Panne. Wat ben ik blij dat ik hier nu weer terug ben met m’n eigen gezin. 
Weer verbaas ik me erover dat je als volwassenen alles kleiner vindt. De steile helling waar ik vroeger met skeelers van af moest, lijkt nu niet meer dan een onschuldig drempeltje. Wat een lol hadden we toen. We komen uit op het grote plein, in de verte zie ik het standbeeld van Leopold staan. Meteen moet ik denken aan de jongste broer van mijn moeder die de camera hanteert en waar mijn oma groot in beeld komt om hem een dropje in z’n mond te stoppen. Van binnen lach ik om al het moois wat in me op komt. Warme gevoelens bij zoveel jaren pret. Het bakkertje is ook nog steeds het zelfde. Eén van mijn eigen laatste herinnering aan mijn opa is hier gemaakt. Een foto waarop hij voor de deur van de bakker staat, door mij gemaakt, toen nog met een rolletjes camera. Nu heb ik mijn digitale bij me en schiet eindeloos. Ik wil straks thuis alles aan mijn familie laten zien. Wat zou ik graag mijn oma hier nog een keer mee naar toe willen nemen. Als we verder richting het centrum lopen zie ik een souvenir winkeltje. Mijn gekte gaat door, ‘even kijken of ze een shotglaasje hebben’ (die spaar ik van de bestemmingen waar ik ben geweest). Ze hebben er één en ik neem ook iets voor mijn oma’s mee. Demian is weer wakker geworden en we lopen naar de boulevard. Af en toe peil ik bij Michel of hij het nog leuk vindt. Hij is rustig en relaxt en zegt te genieten van mij. In de speelhal ‘Funland’ (waar we vroeger niet in mochten) proberen we een Lion King-knuffel te grijpen, maar dat mislukt. Dan wil Demian voetballen op het strand. Hij houdt niet van zand, dus sjouwt hij er een berg van mee in zijn schoenen die hij aan houdt. Ze trappen een balletje, het wordt steeds warmer en ik maak foto’s. Ze gaan verder het strand op en ik sleep de buggy door het mulle zand. We vinden een plekje bij van die leuke houten strandhuisjes en ik leg de handdoeken neer. Al snel wil Demian naar het water, maar Michel moet hem tillen. Op aandringen van zijn ouders zijn z’n schoenen nu uit, maar no way dat hij met blote voeten op het zand gaat staan. Hij lijkt op z’n vader, die klaagt ook al. Ik neem mijn kleine olifanten-knuffeltje met me mee richting zee. Het is een stuk lopen en we moeten door een stroompje waden. Weer komt er van alles boven. Met onze kaplaarzen over het strand, met opkomend tij klem geraken tussen de zee en vennetjes, natte voeten/broeken. Papa’s vader die met z’n hakken over de sloot met opgetrokken broekspijpen gaat en weer mijn moeders jongste broer met grote sprongen erover heen aangemoedigd door zijn vriendinnetje (roze is fietvieuw!). Oja! De fluoriserende trainingspakken!!! Demian vindt het prachtig en het is heerlijk weer. Michel vindt het water koud. ‘Het is helemaal niet koud!’ Ik ben zo vrolijk en geniet van Demian. De golven van de grote zee vindt hij prachtig en nadat ik beide mannen heb verzekerd dat ik droge kleren heb meegenomen komen ze los. We springen over de golfjes en we ontspannen. De lach van Demian is goud waard. Dit moment met z’n drieën is een nieuw moment, een nieuwe herinnering. Met pijn in mijn hart, omdat het anders had moeten zijn. Het is echt zo, ondanks dat je pure blijheid, geluk en dankbaarheid voelt, kun je precies tegelijk ook verdriet voelen. Alex* is er niet. Foto’s maken is geweldig, maar het doet ook zeer. Ik probeer het te verlichten door ons drieën vast te leggen samen met het olifantje. Nu zijn we toch met z’n vieren. Ik ben trots op m’n gezin, trots op mijn mooie mannen. Trots op Michel met zijn mooie (confronterende) getatoeëerde arm waarop Demian stevig vast zit. Hij heeft het ook moeilijk op sommige momentjes hoor ik achteraf. Uiteindelijk terug op de boulevard zien we een gezin met kinderwagen op een terrasje zitten. ‘Zo hadden wij er ook van de zomer bij moeten zitten’. Dat was namelijk het plan geweest, we zouden hier in de zomervakantie naar toe zijn gegaan als Alex* had geleefd. Het steekt. We lopen voorbij een soort ballenbak in de openlucht. Demian wordt gek bij het zien van de springkussens. Ik zwicht, ‘we gaan wel even naar binnen’. Ik ben zwak en week op het ogenblik en kan hem simpel weg amper wat weigeren. Ik ben dankbaar voor zijn aanwezigheid, zijn levenslust, zijn vrolijkheid, zijn tederheid. Ik wil het hem naar de zin maken. We hebben dolle pret, ik geniet zo van hem. Weer die steken in mijn hart bij het zien van een moeder met baby in een draagzak, maar het is niet anders. Ik heb mijn olifantje en daar moet ik het mee doen. Demian is daarna uitgeput, we zijn inmiddels weer bij het grote plein aangekomen. ‘Nog even op de foto met Leopold’ en Michel volgt gedwee. Ik kan hem niet peilen, hij is rustig, kalm, te kalm? Geniet hij? Heeft hij het moeilijk? Vindt hij het leuk? Vindt hij me irritant? Maar hij communiceert niet. Hij zwijgt… Ik heb het te druk met mezelf. Ik wilde dit zo graag. Een eerbetoon aan mijn opa’s, terug in de tijd, Alex* laten zien wat we met hem gedaan zouden hebben. Dit weekend, ons vier jarig huwelijk jubileum vieren. Ik voel (te veel). Onzekerheid, blijheid, geluk, weemoed, nostalgie, verdriet, pijn, hoop, kwetsbaarheid… Michel denkt en plant. Wij zijn twee uitersten….

Bij de auto gaat het mis. Michel denkt dat hij gestoken word, maar zegt dit niet. Ineens vraagt hij (naar mijn idee kalm) of ik even naar z’n rug wil kijken. Ik sta met mn handen vol, en probeer aan zijn verwachting te voldoen. Het gaat hem niet snel genoeg, want schijnbaar is hij in paniek en ik sta te klungelen. Uit het niets schiet hij compleet uit zijn slof en geeft me een enorme uitbrander. In een fractie van een seconde lopen we elkaar mis. We begrijpen elkaar niet. De verwachtingen te hoog, te kritisch?Direct is mijn blije stemming weg en wordt die bruut verstoord door zijn tirade. Onze stemmingen zijn 180 graden omgeslagen. Michel mokt en tiert door en ik kruip in mijn schulp en het voelt alsof hij duizend mesjes in mijn kwetsbare hart steekt. Waarom doet hij dat toch? Dit verdien ik niet. Waar komt dit vandaan? Mijn verslagenheid maakt plaats voor woede en weerbaarheid en ik ga er tegenin. Het mond uit in een niet-zo-charmant-bekvechten in de auto terug naar ons huisje. Net nog voel ik pure verbondenheid en nu voel ik me compleet verloren. Waarom trek ik het me zo persoonlijk aan? Waarom jaagt hij me weg of laat ik me weg jagen? Ik begrijp het niet en hij begrijpt mij niet. Ik voel me enorm verdrietig en wil het liefste hard wegrennen. Is dat een normale reactie? Zijn reactie is in ieder geval ook niet normaal. Terug in het huisje verstop ik me op de wc en laat m’n tranen lopen. Hoe kunnen wij, twee tegenpolen, dit nou ooit tot een goed eind brengen? Hoe kunnen we dit overwinnen als hij me steeds pijn doet en niet communiceert? Hoe kan dit werken als mijn onzekerheid ons en de verwerking in de weg blijft staan? Waarom twijfel ik toch altijd aan zijn intenties en gevoelens voor mij? Ik graaf en graaf bij mezelf maar ik weet het antwoord al lang. Zo vaak om ons heen gaat het mis, zo vaak heeft men geen vertrouwen in ons (gehad), zo vaak doemdenk ik dat dit te mooi is om waar te zijn. Michel is te goed voor mij, ook dat wrijven anderen er heel vaak in. Hij kan beter krijgen, hij doet altijd alles goed, hij werkt hard. Ik ben een onhandige, luie, zwakke klungel, die altijd eerst naar zich zelf moet kijken. Michel is nuchter, dominanter en ook arroganter, ik ben een gevoelige chaoot met weinig zelfvertrouwen. Wij horen niet bij elkaar. Karma heeft er voor gezorgd dat Alex* niet bij ons mocht blijven. Het is het (zoveelste) teken geweest dat wij niet voor eeuwig zijn. Het maakt dat ik de handdoek in de ring wil gooien, ons huwelijk wil saboteren. Want dat lijkt het universum ook te willen doen. Bah, Ik wil me niet zo voelen… Michel kalmeert, maakt lunch en haalt me troostend van de wc, Demian ligt inmiddels op bed en wij praten en praten. Meer dan eens benadrukt hij hoe gek hij op me is, dat we een gelijkwaardige relatie hebben (ouderwets, maar gelijk), dat hij van mij geniet en zoveel van mij (heeft ge)leerd. Dat het hem spijt voor z’n uitbarsting en dat ook hij het moeilijk heeft. ‘Communicatie mies, communicatie, daar hamert de maatschappelijk werkster ook zo op. Ik kan het niet ruiken als je het niet verteld’. Hij doet zijn best en dat weet ik ook wel. Ik neem me ook weer voor om het niet zo persoonlijk op te vatten, om nu voor eens en voor altijd in m’n oren te knopen dat hij van me houdt. Hij vindt ons sterker geworden. Hij denkt dat ons juist een hoop ellende is bespaard met een zwaar gehandicapt kind. Hij weet dat dit, wij, voor eeuwig is. Hij weet.. Ik voel… De rust is wederkeert, we huilen samen om Alex*, hoe erg we hem missen. De spanning die ik voel omdat ik er soms niet in geloof, Michel weet zeker dat er nog een kindje komt. ‘En dan gaan we weer hier naar toe’, want hij vind het geweldig. Hij heeft een heerlijke ochtend gehad. Hij geniet in stilte en komt tot zijn rust. Hij mist ons in het dagelijks leven. En ik wil die bevestiging en niet zijn eeuwige geplaag over te veel foto’s en geklaag over zand. Ik wil dat hij verteld dat hij mij net zo leuk vindt als ik hem. Want ik denk altijd dat ik meer van hem hou dan hij van mij. Ik ben zo onwijs verliefd op deze man, nog steeds, maar hij mag mij niet zo behandelen. We mogen elkaar niet zo afstraffen bij fouten, want ik doe dat volgens hem net zo erg als hij. Daar sluiten we mee af, minder kritisch zijn, niet voor elkaar denken en meer praten, kusjes en knuffels en het is weer goed… 

Nog geen uur later slaat de onzekerheid toch weer toe. In het tropisch zwembad van het park vliegen de strakke-moeder-figuren me om de oren. Ik ben me pijnlijk bewust van m’n blubber-buikje. Wat ziet Mies toch nog in me? Ik probeer te genieten van Demian, maar ook de baby in het peuterbadje (ingebeeld de leeftijd van wat Alex* nu had geweest) maakt het onmogelijk. Maar ik laat me niet kennen, ik moet sterker zijn dan dat. We gaan van de glijbanen, wildwaterbanen en deinen in het golfslagbad. Ik heb plezier, ook door de herinneringen die ik aan Sunparks (Ardennen) met mijn zussen heb; tikkertje in de stroomversnelling. Ik wil mijn onbevangenheid terug, mijn kinderlijke onschuld. Weg met zorgen, onzekerheid en angst, nog een keer van die doodenge glijbaan (ik ben notabene in Mexico van een 10 meter hoge rots afgesprongen 9 jaar geleden!). Ik spring met blubber-buik en al over de golven met Demian en Michel legt het vast op de gevoelige plaat. Ik denk aan een filmpje wat ik laatst zag. Demian ziet mijn kwabben niet hoor, Demian ziet een moeder die lol met hem maakt en die hem leert dat het goed is zoals je bent. Dat zal hij zich later herinneren, net als dat ik mijn lieve moeder zie. En Michel ziet een mooie, sterke vrouw waar hij trots op is. ‘Neem dat ijsje nou maar, want ik vind je prachtig’ zegt hij na het niet zo gezonde avondmaal. Win, win, win. Communicatie, vrolijke gezichten en genieten…..

Ps. De tweede dag zijn we naar Plopsaland gegaan. Demian vond het geweldig en was een en al vrolijkheid. Hij kletst de oren van ons hoofd en we hebben enorm van hem en het weekendje genoten. Wij samen, ons gezin, in voor en tegenspoed.

Een week zonnige storm

We zijn een lekker weekendje weg geweest in Sunparks Oostduinkerke (België) van mijn verjaardags-speciaal-weekendweg-bestemmings-geld (nogmaals bedankt allemaal!), maar daarover later meer. Ik wil eerst de vorige week beschrijven, een bewogen week. Een prachtige week. Maandag begon goed met heerlijk weer. Lekker naar het Noord-Aa met Demian. Gedwongen met zand spelen (hopeloos hoog sensitief kind) en aangedrongen pootje baden in de plas (hopeloze schijterd). Na veel voordoen en begeleiden geniet hij intens en ik dan ook. Dinsdag moest ik daarna bijkomen van alle verloren energie en heb ik het eerste Vlindercafe gemist. Dit was een bijeenkomst speciaal georganiseerd voor ouders van overleden kindjes. Een lotgenoten-contact-mogelijkheid. Ik had me opgegeven en een aantal Facebook-lotgenoten zou ik daar ontmoeten. Op het laatste moment heb ik me toch terug getrokken. Ik was bang dat ik het niet aan zou kunnen om naar een hoogzwangere zangeres te luisteren. Het was kiezen of delen. Na alle reacties heb ik toch spijt dat ik niet gegaan ben. Het had waarschijnlijk heel waardevol geweest, ondanks het voor mij misschien nog te snel was. Ik hoorde dat het geslaagd was en er waarschijnlijk meerdere volgen. Deze keer was vrij algemeen, hierna komen misschien meer ge-thematiseerde bijeenkomsten. Ik hoop het, want ik heb het toch gemist. Woensdag ben ik maar op de fiets gestapt, ‘het’ eruit fietsen. Er zijn dagen waarin ik het zo nodig heb. Dan wil ik wel met Alex* bezig zijn. Demian en ik zijn naar het Bentwoud gegaan en hebben daar naar de gedenkbomen in het geboortebos gezocht. Het is iets waar ik over nadenk, een boom met wat as laten planten in zijn nagedachtenis in het grote park. 19 november is weer een plantdag, dus ik heb nog even, maar ik wil graag even zien hoe ze er bijstaan voordat ik beslis of het 300 euro waard is. Getipt door een lotgenoot, die dit voor haar tweeling heeft gedaan, gaan we dus op pad. Het was prachtig weer, ik kon ze uiteindelijk niet vinden, maar het tochtje was heerlijk. (Inmiddels weet ik wel precies waar ze staan, dus volgende keer beter). Na de kinderboerderij weer op huis aan. Genietend van het geklets van mijn zoon op het voorzitje ‘ik ruik de poepie van een schaap’. Heerlijk, lekker, bijdehand kereltje! Hij maakt me zo aan het lachen. ‘s Middags kwamen mijn nichtjes even bij ons. De jongste moest ik naar turnen brengen. Een opgave, aangezien de sporthal tegenover de 24uurkamers van de Meerbloemhof ligt. Bijna 6 maanden geleden waren we daar ook onder heel andere omstandigheden. Nu is het bijna zomer, toen winter, het gevoel toen zo gebroken, nu minder, maar wel weer als ik daar sta. De beelden van die week zoeven aan me voorbij. Hoe Alex* daar lag, koud en hard in zijn wiegje. De jongste eist mijn aandacht op en ik probeer haar zo goed mogelijk te begeleiden. Ik ben afgeleid, zij is zenuwachtig voor een nieuwe zwaardere training. Ik functioneer, op de automatische piloot, de ene voet voor de andere, over koetjes en kalfjes praten, door gaan….Het kost energie. Je binnenste schreeuwt zoveel meer dan je uiterlijk laat zien, niemand die dat ziet of begrijpt, alleen lieve lotgenoten. ‘s Avonds stel ik uitgeblust voor om uit eten te gaan bij het beren-restaurant. De kracht van mezelf gaat boven alles. Ik wil, zal en moet positief in het leven staan. Kijken naar wat ik heb. Een prachtig gezin. Donderdag zijn we 4 jaar getrouwd. Ik geef cadeautjes, ik schrijf gedichtjes, ik maak collages, ik geef al m’n liefde die ik heb. Want ik ben trots op ons. Trots dat we nog overeind staan, samen sterk zijn. Door weer en wind, liefde overwint alles. King and Queen:

“Door weer en wind

Is waar ik je steeds weer vind

In de regen of de zon

De stormen die ik met jou overwon

Hagel of een regenboog

Omlaag en weer omhoog

Onze liefde overwint elk klimaat

Omdat hoop op nummer één staat

Samen sterk en zij aan zij

Man en vrouw, ouders zijn wij

In de toekomst heb ik vertrouwen

Omdat ik altijd op jou kan bouwen

We doen het met elkaar

Op naar volgend jaar…”
“Ik ben ik

Jij bent jij

King en Queen zijn wij

Ik heb jou

jij hebt mij

Samen zijn we vrij

Ik ben er voor jou

Jij bent er voor mij 

Samen gaan we zij aan zij

Ik ken jou

Jij kent mij

Samen zijn we verdrietig of blij

Ik ben van jou 

Jij bent van mij

Vier jaar geleden onze trouwerij

Ik wil jou

Jij wilt mij

Nog velen jaren in rij”

Een heel gezellige dag is het niet, we zien elkaar niet. Na mijn werk om kwart over negen ‘s avonds zijn we pas bij elkaar. Michel zit op me te wachten met een mooi doosje. Een prachtig sterrenplaatje voor in mijn Mi Imenso ketting. Blij en dankbaar voor dit lieve gebaar. Hoe onstuimig onze trouwdag ook was, hoe stormachtig de jaren erna, ik voel me één met hem (meestal). Elke dag voel ik me wel een keer gelukkig, niet elke dag heel de tijd, maar wel iedere dag geluksmomentjes. Op en neer, hoog en laag, intens, heftig, krachtig, zwart-wit, on top of heel low. Het is nooit saai, daar zorg ik wel voor met mijn dubbele persoonlijkheid. En als hij (wel prima comfortabel in kabbelend water binnen een uitgedacht structuur) dan wel iets romantisch doet is het ook gelijk bijzonder en kan ik het enorm waarderen. Zijn prinses. Die avond laat hij mij ook zo voelen en veranderd ook hij weer in een andere man; gul, liefdevol, hartstochtelijk, bedreven en ongeremd….

De opgewekte stemming blijft erin. Vrijdag is hij vrij. Er staat een hoop op de planning. Fietsen naar het dorp en de fietsenwinkel, een achterzitje kopen voor Vaderdag, op kraamvisite, boodschappen, inpakken en wegwezen. Demian kan zijn geluk niet op dat zijn vader er is. Nog steeds is het weer goed, geweldige week. We zijn verheugd op het weekendje weg dat komen gaat. Eerst nog even doen wat gedaan moet worden. Bij onze lieve vrienden is er een meisje geboren. De voorlopig laatste geboorte onder mijn vriendinnen waar we op aan het wachten waren. Allemaal tegelijk zwanger met mij. Ik weet nog hoe dit stel het vertelde op Michel’s dertigste verjaardag, toen ik ook al met een buikje liep. Alle kraamcadeaus die ik klaar had liggen zijn nu weggegeven. Het was een zware tijd. Het geluk van anderen terwijl wij verdriet hebben. Geen misgunning, maar wel een pijnlijk gemis. Waarom wij niet? Waarom Alex*? We hebben alle ruimte gekregen, van mijn zwager en schoonzus en die drie vriendinnen. Gelukkig allemaal meisjes-baby’s. Weer viel het mee, een prachtige, kleine, mini baby bij heel dierbare vrienden, waar we zo veel aan hebben (gehad). Zij zijn ons tot grote steun geweest en we zijn gezegend met hun vriendschap. Dan kun je niet verdrietig zijn, dan voel je geen haat. Ik voel alleen maar liefde voor deze mensen en hun twee geweldige dochters. Ontroering, emotioneel, geluk. Zij is er, zij is er wel (in de goede zin). Dit is nieuw leven, hoop, geboorte, zoiets moois. Natuurlijk willen wij dit ook, maar dat staat dit geluk niet in de weg. Echte vriendschap deel je in moeilijke en mooie tijden. Wij zijn er voor hen. Ik heb tranen, maar volgens mij heb ik die normaal ook als ik een pasgeboren baby mag vasthouden. Volgens mij komt dat alleen maar omdat ik hyper gevoelig en emotioneel ben in dit soort momenten. Dat je van de ander houdt, onvoorwaardelijk, en dat de schepping, dat wonder, dat bovennatuurlijke zo bijzonder is. Niet vanzelfsprekend. Volgens mij had ik dat altijd al, los van Alex*. Verdriet ja, pijnlijk ja, maar zo de moeite waard. Er is hoop, dit zullen wij ook vast nog een keer mee mogen maken… Ik twijfel daar soms aan, maar Michel heeft er alle vertrouwen in. Ik volg hem maar, want buiten dat ik zielsveel van hem hou en nog vele jaren getrouwd hoop te zijn, is er niets liever dat ik wil dan nog een eigen kindje in mijn armen. De zon zal moeten blijven schijnen door elk klimaat heen. Demian valt op de terugweg met de fiets in het nieuwe achterzitje in slaap. We pakken de spullen en rijden met de auto naar de zuiderburen, naar nog meer zon.

Energie

Zo eindelijk een rustig momentje, ik kan er nu lekker even voor gaan zitten. Daarnet zag ik op Facebook een andere blogster, die tot haar spijt even niet meer kan schrijven. Een moeilijke en verdrietige tijd gaan ze door en het kost te veel energie. Ze vindt dat ze haar tijd even beter kan besteden aan ‘verwerken’. Ik herken het meteen en leef erg met ze mee. Toen het bij ons net gebeurde was schrijven en huilen bijna het enige dat ik kon. In bed door de keizersnee en totale verlamming van mijn hart door het verdriet. Schrijven was toen de enige uitweg die ik zag. Nu merk ik dat heel veel dingen weer mijn aandacht vragen. Schrijven wordt nu soms juist een obstakel. Je moet er tijd voor maken, je moet een ‘onderwerp’ hebben en je moet verplicht je gevoelens doorleven. Drie dingen die behoorlijk wat energie kosten. Ik ben nu op een punt dat ik daar niet altijd ‘zin’ in heb. Ook de behoefte neemt af. Soms werken anderen dingen nu ook goed in de verwerking. En soms, soms wil ik er überhaupt niet eens meer mee bezig zijn. Ik wil niet telkens meer mijn gevoelens beschrijven, het lijkt dan alsof ze ook minder aanwezig zijn. Dat is natuurlijk niet waar, maar omdat je niet meer alles benoemt kun je sneller doorgaan. En dat doen we, zo goed als kwaad gaan we door met leven. Maken we er het beste van. Gepaard met heel veel verdriet en gemis, maar waar ik niet telkens meer wil blijven stil staan. Het is dus wat rustiger momenteel op ‘Sterrenbaby’. Ook de gedichtjes schud ik niet meer zo uit mijn mouw. De heftige emoties worden iets rustigers, ik lijk iets stabieler. Misschien lijkt dat in ieder geval zo omdat ik ze niet meer elke dag markeer. Toch vind ik dat ik wel af en toe iets op moet schrijven. Ik doe dit voornamelijk voor Demian. Vroeg of laat zal hij een hoop vragen hebben. Hij is bijna 3 jaar en hij zit nu in de w-fase. “Wat ben je aan het doen?” “Waarom?” “Wie is dat?” “Waar gaan we naar toe?” Heerlijk met dat prachtige stemmetje en die vragende toon en blik van hem. Niet gauw tevreden met de antwoorden die ik geef. Een nieuwsgierig jongetje, een vrolijk ventje met onophoudelijk geklets en eindeloze energie. Dat laatste was de afgelopen tijd wat minder. We begonnen ons zorgen te maken toen de dames op het kinderdagverblijf ook aangaven dat hij zo moe leek. Demian kan heel lang slapen en is snel uitgeput. Vaak is hij om 10 uur ‘s ochtends alweer moe en hij kan tussen de middag nog dutjes doen van drie uur. Natuurlijk groeit hij hard en is hij alles aan het ontdekken, maar we wilden toch zeker weten of er niet iets meer aan de hand was. Hij kan soms ook zo bleek zien. We gingen vorige week naar de huisarts en mochten toen bloedprikken. Hij was ontzettend stoer, kreeg een mooie Goofy-pleister en prikdiploma. Hij mocht van mij nog wat uitzoeken bij de speelgoedwinkel en hij koos voor een grote, enge Dinosaurus. Te grappig, want zijn koosnaampjes tijdens de zwangerschap waren ‘Dino’ en ‘Ted’. Afgelopen maandag belde ik in de ochtend voor de uitslag. Acute paniek en verdriet door de niet-zo-handige-assistent. Ze vertelde me dat Demian ‘bloedarmoede’ had. Een term die bij mij door merg en been gaat. De dokter zou ‘s middags terug bellen voor verdere uitleg. Zat ik dan om 9 uur ‘s ochtends, te huilen van schrik en ontreddering. Wat er toen allemaal door mijn hoofd en lichaam ging… Googelen is dan ook het domste wat je kan doen en toch doe je het. Tal van enge bloedziektes rolden er uit de zoekmachine. Demian wist niet waar zijn moeder last van had, maar knuffelde me toch maar weer. Snel slikte ik m’n tranen maar weer weg en sprak tegen mezelf alle rationele dingen ‘het zal wel meevallen, anders hadden ze het al laten weten’ ‘Demian is Alex* niet’ en ‘pas zorgen maken als het nodig is’. De dokter had het druk en belde pas ‘s avonds terug. Gelukkig viel het allemaal reuze mee. Hij had een zeer licht ijzer te kort, waar hij in principe nog niet eens klachten van zou moeten hebben. Sommige kindjes zijn er alleen wat gevoeliger voor, en in de groei kon het zich toch in moeheid bij Demian uiten. Niets geen bloedarmoede, gewoon wat extra op de voeding letten en verder niets. Niets ernstigs, Demian lives an other day. Nu kan ik erom lachen, om mijn gedachtes en mijn emoties. Op dat moment niet. Relativeren is niet mijn sterkste kant. Doemscenario’s kost van alle dag. Zo ontzettend bang om mijn mannen kwijt te raken. Veel van mijn energie gaat verloren aan me zorgen maken over hen. Bij de maatschappelijk werkster kwam dit ook weer duidelijk naar voren. Een stukje onbevangenheid is weg. Ik leef vaak in angst. Ze vond dat ik er moe uit zag. Dat ben ik ook, dood moe. Waarvan? Het is me een raadsel. Natuurlijk weet ik wel waardoor, maar dat is moeilijk te accepteren. Emotioneel en psychisch gezien gaat het namelijk echt wel wat beter met me dan een paar maanden geleden. Mijn lichaam laat me alleen nog steeds in de steek. Daar raak ik dan weer van in de war, omdat ik niet helemaal begrijp waarom. Het waarom snap ik wel weer beter als ik het opschrijf, omdat ik dan benoem wat er allemaal speelt. Achteraf gezien is dat gewoon nog steeds een heleboel. Het gevecht tussen ons kost energie, piekeren kost energie, rouwen kost energie. Ze vond dat ik beter voor me zelf moest zorgen in plaats van constant maar Michel te willen helpen. Zo frustrerend dat ondanks het sporten en gezond eten ik me lichamelijk niet best voel. Haar advies in acht nemend ben ik zelf ook maar naar de huisarts gegaan. Ik heb last van pijn op de borst, hartkloppingen en hyperventilatie. Dingen waarvan ik denk dat ze bij de stress en spanning horen, maar waar je op den duur toch onzeker van wordt. Zeker als het toeneemt bij inspanning (en ook bij stress). De huisarts wil graag het zekere voor het onzekere nemen en heeft me een verwijzing voor de cardioloog gegeven. Daar ben ik toch best van geschrokken. Ik ging er van uit dat hij me gewoon zou vertellen dat het er bij hoort en ik me geen zorgen hoef te maken. Nu moet het toch even worden nagekeken en ik moet het iets rustiger aan doen met sporten. Het valt tegen omdat ik me juist emotioneel steeds beter voel. Waarom werkt mijn lichaam dan niet mee? Ik ben snel moe en doe vaak tegelijk met Demian een dutje. Daardoor heb ik weer minder tijd voor mezelf en dingetjes die ik leuk vind. En ik heb vooral zin om alleen maar leuke dingen te doen. Dingen waar je energie van krijgt, geestelijk, lichamelijk neem ik het dan maar voor lief. Zoals het festival ‘the flying dutch’, het was erg leuk maar zeer vermoeiend. Op het eind had ik zo’n pijn in m’n rug, maar ik moest Afrojack meemaken. Hij en Armin van Buuren hadden een grote A op het scherm staan. Op iemands arm zag ik “AJ” getatoeëerd staan en drie keer werd er waarderend naar Michel’s tattoo gevraagd. We overleefde de zon, regen, hagel en zwangere vrouwen (hoe doen die dat toch?! Mag ik aub ook een keer zo zwanger zijn?!). Ondanks dat ik momenten had van ‘wat doe ik hier? (geestelijk)’ ‘ik voel me niet goed (lichamelijk)’ ‘alles heeft zijn glans verloren’ ‘het is allemaal nep’ en ‘ik voel me zo gemaakt’ ben ik toch blij dat ik door heb gezet. Vorig jaar kon ik niet mee omdat ik boven de wc hing en nu wel. Dit zijn dingen die ik normaal gesproken geweldig vind. Dus ik moet doorzetten, mezelf weer een beetje terug vinden. Ook al ben ik niet meer helemaal wie ik was, ik wil niet achter blijven. Uiteindelijk waren er nog zoveel wel geniet-momentjes, dat het de moeite waard was. Ik maak er wat van en dat kost misschien nog wel de meeste energie. Doorgaan, ongeacht welke emotie er speelt. De knop om of zelfs uit zetten. Door te kiezen om niet te schrijven zet ik de knoop gewoon even uit. Het maakt het iets makkelijker de dagelijkse dingen te doen. Met de hele strandzooi en Demian naar de Noord-Aa plas. Hem daar te zien genieten maakt me uiteindelijk gelukkig, ook al kost het me de grootste moeite het voor elkaar te krijgen. Ik moet daarna dan maar weer even een uurtje liggen. Dat is dan maar zo. Als ik niets doe, maak ik ook niets mee. Dan komen er geen nieuwe herinneringen. Dan duren de dagen eeuwig. Ik weet dat het makkelijker zal worden. Ik ben sterker dan ik denk. Ik verdeel mijn ‘nee’s’ en mijn ‘ja’s’. Ik zorg voor Demian, Michel en daarna mezelf. Dat is wie ik ben. Soms ben ik wel bang dat ik een keertje in stort, ik ben angstig. Mijn klachten zijn voor alsnog verklaarbaar, mijn gebrekkige energie ook. Ik zal het moeten accepteren. Ik zag ook weer een filmpje voorbij komen over ‘loslaten’. Het is alleen makkelijker gezegd dan gedaan…. Loslaten geeft misschien energie als je eenmaal los laat, maar los laten zelf kost heel veel energie. En Alex* zal ik overigens nooit los laten…