Leeuw vs Vis

“Het wordt niet makkelijker, jij wordt sterker.” Was het maar waar… Ik dacht dat dit zo zou zijn. Ik dacht dat de manier waarop ik het deed ‘goed’ was. Ik had verwacht dat ik me inmiddels een stuk beter zou voelen. Ik dacht dat sporten, gezond eten, mezelf dwingen te ondernemen en pleisters er af te trekken zouden helpen. Maar dat is niet zo… Ik voel me niet beter, en al helemaal niet sterker. En dan zijn er mijn lieve zussen en beste vriendin die me een hart onder de riem steken. ‘Ik zou het eerder zorgelijk vinden als je er al helemaal overheen was’ en ‘je weet niet hoe erg je er aan toe was geweest als je wel in je bed was blijven liggen.’ True.. Maar waarom zie ik dat zelf niet? Waarom ben ik zo keihard voor mezelf?! Leg ik mezelf dingen op? Omdat ik dus dacht dat het hielp. Ik had echt gewild dat ik niet meer zo verdrietig was. Ik dacht ook dat anderen vonden dat ik niet meer verdrietig mocht zijn. En nu ben ik dus down. Ik kom erachter dat mijn rouwmanieren ook niet werken, in ieder geval, het verdriet niet ‘weg’ maken. Het haalt me telkens in. En nu ben ik teleurgesteld. Moe gestreden. Ik wil me constant terugtrekken en me verstoppen, omdat ik me er geen raad meer mee weet. Ik wil me niet meer zo voelen, ik wil Alex* niet meer missen, ik wil zwanger zijn en de oude ik weer zijn. Ik mis de oude mij… Ik heb het gevoel dat ik weer terug bij af ben. Dat alles wat ik doe geen zin heeft. Dat ik te vaak voor mezelf dat masker opzet. Ik moet me beter voelen…


“Be brave. Even if you’re not, pretend to be.” Dit dus… Ik voel me meer een vis dan een leeuw. Ik voel me de laatste tijd heel klein en onzeker. Bang om alles en iedereen kwijt te raken. En het liefst sluit ik me dan dus af, alleen. Alleen voel ik me het best. Dan kan ik eindelijk even toegeven aan mijn verdriet en emoties, geen maskers. Zonder mijn gezin mis ik Alex* minder. Deze week stond het thema koning voor mij centraal. We hebben “The Lion king” wel 80 keer gekeken. Over moed, eer, herinneren wie je bent, hakuna matata “als de wereld zich tegen je keert, dan keer je je rug naar de wereld”. Dat gevoel heb ik, daar wil ik me aan overgeven. ‘Krijg allemaal de -piep- maar…’ Maar zo werkt het niet, dat mag niet van mezelf, ik ben hard voor mezelf. Ik moet mijn verleden telkens onder ogen komen. “Game of thrones” is ook weer van start gegaan. Het liefst bekijk ik de serie weer helemaal opnieuw en ga ik dagen bivakkeren op de bank voor de tv. Maar dat mag niet van mezelf, ik mag niet lui zijn en ‘niets’ doen. Michel werkt immers wel keihard en ik moet fit worden. Koningsdag… We moeten naar buiten voor Demian voor onszelf, maar we hebben geen moer zin in dit weer. Toch gaan we en ik doe mijn best. Ik probeer Demian te betrekken in alles, maar hij is weer verlegen en niet fit dus alles is een opgave. Hij wil uit de draaimolen getild, hij wil niet alleen op het springkussen en hij wil zijn 50ct leeuwenkoning boekje niet delen met z’n vriendinnetje. Alles kost energie en Michel is Shaggo door het weer en doet niet veel. Het is zwaar optrekken met mijn zwangere vriendin (gelukkig voorlopig de laatste), het is zwaar langs babyspullen kraampjes te lopen, het is zwaar om anderen gezinnen te zien en het is zwaar dat we kennissen tegen komen die nog even met ons willen praten. Op Facebook zet ik alleen de leuke foto’s. A. omdat ik trots ben dat ik het toch weer gedaan heb en overleefd heb, B. omdat ik denk dat mensen graag positieve dingen zien. Ik doe me beter voor dan ik ben en daar heb ik niet altijd meer de kracht voor. S middags blijf ik dus ook thuis, ik kan het niet meer opbrengen om vrolijk te doen. Man, wat mis ik mijn ventje. Wat had ik graag mijn baby gehad. Het is niet dat anderen ervoor zorgen dat ik zo ben. Het ligt aan mezelf. Ik maak denkfouten, ik ben streng voor mezelf. Juist is mijn omgeving nog steeds heel lief, met kaartjes en berichtjes. Maar ik merk dat ik me steeds beter wil voor doen dan ik ben. Omdat ik denk dat dat gesnotter afschrikt. Met mijn nieuwe baan moet ik toch ‘goed’ overkomen. Ik kan daar toch niet laten zien dat ik eigenlijk nog steeds een wrak ben. Ik wil ook geen wrak zijn! Ik heb zin om weer te werken en mezelf te zijn. En als je ziet hoeveel mensen er met me meeleven is dat hartverwarmend. Toch denk ik wel dat mensen liever lezen dat het goed met me gaat dan niet. Ik wil anderen geen pijn meer doen met mijn verdriet. Alleen degene die me echt kennen zien dwars door me heen. Het is fijn die erkenning te krijgen. “Meid, je mag nog steeds verdrietig zijn”. Ik krijg in de dienst gelukkig heel veel liefde daarin. Talloze knuffels en kneepjes. Een plek waar ik mezelf durf te zijn. Ik kreeg ook van iemand een door-geef-knuffel. Ze moest hem aan me geven van een mevrouw die ook haar kindje was verloren, maar pas weer een nieuw gezond kindje had gekregen. Zij zelf had zo’n dergelijke knuffel gekregen van weer een andere vrouw toen ze zelf haar kindje verloor. Een lotgenoten-ketting-knuffel. Eentje van hoop en begrip. En hoop die mag ik niet verliezen. Ik ben ontzettend bang dat ik down blijf, dat ik afglij, dat ik steeds verder me terug trek en mensen kwijt raak. Daarom dwing ik mezelf, maar ik moet me er af en toe echt aan overgeven. Dan hoor ik de woorden van de psych “ja maar niet te vaak”. Ja wat is niet te vaak? Hoe vind ik die balans?! De klik met deze psych is er zoieso niet, wat ook weerstand geeft. Ik ben bang dat ze me aan de medicijnen willen hebben en dat vind ik de makkelijke weg. Ik wil het niet omdat ik straks zwanger wil worden en niet weer eerst 6 maanden moet afbouwen. Ik doe het op eigen kracht. Strijdlustig ben ik nog steeds, ik ben alleen wel een verschrikkelijk uitgeputte krijger. Vechten. Het is zoals dat ballonnetje in de wind. Mijn lievelings-kinderkoor liedje, het geboorte/rouwkaartje… “Weet u welke droom ik het allerfijnste vind, te zweven aan een ballonnetje in de wind. Ik laat me dan zo heerlijk gaan, ver naar de sterren en de maan. Al die nare plichten zijn er niet meer bij, ik voel me zelf reuze opgelucht en vrij. Het zonnetje straalt me vrolijk toe, terwijl ik zing van joedeliedoe. Daverend klinkt daar een hele harde knal en dan is het net of ik naar beneden val, ik word weer wakker in mijn bed en in de werkelijkheid gezet. (De oude versie, dit liedje wordt niet meer zo gezongen maar ik ben er mee opgegroeid) Oom Apostel nu begrijp ik het pas goed, het gaat juist om wat je hier op de aarde doet. Ook al ben ik nu nog klein, ik wil zo graag uw helper zijn.” Ik wil wegzweven, Alex* is weggezweefd, maar ik ben nog hier en ik moet er iets van maken. Maar hoe geef ik hier invulling aan? Hoe vind ik die balans terug? Als een deel van mijn hart bij Alex* is en hoort. Die twee dingen kijken niet met elkaar te rijmen. Het leven en de dood, de droom en de werkelijkheid, blijheid en verdriet, de vis en de leeuw… Twee Martine’s, die er misschien altijd al waren, maar nog nooit zo ver uit elkaar hebben gelegen. Mijn nuchtere zus geloofd er niet in, maar ik ben sterrenbeeld Vissen. Meervoud, dat is niet voor niets. Vissen is veelzijdig, doet met zijn hart, voelt met passie. Uitersten versterkt… Het ene moment ben ik de koningin op de berg die met trots haar Keizersnee draagt, het andere moment ben ik de hyena die met de staart tussen de benen afdruipt. Overigens het favoriete karakter van Demian. Mijn lieve jongen, die zegt “mama is mooi en een clown”. Zelfs hij heeft het al door. Dat arme mannetje waarvan ik zie dat hij op mij lijkt, alles opkropt, sterk wil zijn voor papa en mama. Maar die letterlijk overloopt en zich af en toe ook terug moet trekken. Ik moet hem niet dwingen mee te doen. Hij heeft na Koningsdag alles onder gespuugd. Wat voel ik me dan een slechte moeder. Trek ik het naar mezelf toe, ik moet perfect zijn. Ik moet weten hoe ik het allemaal goed moet doen. Zo niet dan voel ik me verloren… Een pilletje brengt misschien balans, ik straf mezelf misschien genadeloos af, dromen zijn misschien kapot, maar ik leef wel heel intens. Geen kabbelend water voor mij… En dat is misschien ook waarom Michel bij me blijft, hij kan altijd een persoonlijkheid uit de vele kiezen om van te houden 😂 Zelfspot is af en toe mijn redding om te relativeren, want ook al ben ik niet perfect, geen leeuw en geen vis, ik mag er zijn…

Advertisements

Like a picture in a frame 

We zijn weer in rustiger vaarwater gekomen. Kalm… We gaan moedig door, gezond eten, sporten, praten. Met soms een misstap. Het blijft moeilijk. We ervaren geluksmomentjes, zeker ten aanzien van Demian. Maar het blijft zwart om ons heen. Als we hem zien dansen en springen op K3, ‘Hupsakee’ en ‘Energie’. Vervuld met geluk, een warm hart, maar ook een zwaar hart omdat we zijn broertje naast hem zien springen in gedachten. Dat puzzelstukje wat we missen. Alles bekijken we met andere ogen en weemoed. Naar plaatjes in ons hoofd. Soms zo pijnlijk scherp, soms zo pijnlijk vaag. Van de week zei ik tegen Michel ‘Ik ben dat losse puzzelstukje op je arm aan de zijkant van je tattoo; vreemd, zwevend, uit de toon. Ik hoor er niet bij, ik voel me er naast’. Ik sta vanaf de zijlijn te kijken hoe alles en iedereen door gaat. Hoe mijn leven door gaat. Maar ik heb er geen grip op, het is niet van mij. Ik ben mezelf niet. Plezier wordt heel snel overschaduwt. Schuldgevoel en pijn zijn dagelijks aan de orde. Mijn hoofd is een zeef en mijn concentratie slecht. Simpele dingen zijn niet meer simpel. Het is angstaanjagend, zal dit altijd zo blijven? Gisteravond keken we het laatste deel van de Hunger Games (MockingJay part 2). Als ik een goede bui heb kan ik eindelijk mijn aandacht bij een spannende film houden. De laatste scène raakte ons alleen weer diep (terwijl we eigenlijk best een heerlijk avondje hadden met een likeurtje op de bank). Op het eind zie je de hoofdrolspelers, man en vrouw, met hun twee kinderen in een veld spelen. Michel pakt me gelijk vast. Hij heeft moeite met het beeld dat geschetst wordt van het perfecte gezin met z’n vieren, ‘het zijn ook altijd twee kinderen’ hoor ik hem zeggen. Maar wat mij zo aangrijpt is haar verhaal tegen haar baby. Door wat ze meegemaakt heeft (in de voorgaande films) is ze getekend voor het leven. Ze heeft nachtmerries die haar baby nog niet begrijpt, maar waar ze later als het kind ouder is graag over wilt vertellen. Ze is een stuk van zichzelf kwijt, donker, een beetje gestorven en gebroken. Ze verteld ook hoe ze op de been blijft. Elke dag herhaald ze tegen zichzelf waarvoor ze het doet, ze noemt alle positieve dingen op die er wel zijn en keer op keer herinnert ze zichzelf daaraan. Tranen biggelen weer over mijn wangen. Ik voel me net zo, incompleet, gefrustreerd, machteloos, niet mezelf, overschaduwt. Er is een stukje doodgegaan toen ik Alex* verloor. Relaties met anderen zijn veranderd, ik ben veranderd. En telkens probeer ook ik weer mijn hoofd boven water te houden. Te kijken naar al het moois wat ik wel heb en wat er wel is. Mijn zegeningen te tellen. Het weerhoudt me van de afgrond, maar het is niet simpel. De positieve spreuken en blije positieve optimistische mensen op Facebook komen me mijn neus uit. Het is namelijk allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Steeds vaker denk ik bij bepaalde Mindfulness uitspraken ‘dan heb je zeker nog nooit je kind verloren?!’. Want positief zijn met zo’n loodzware rugzak is geen makkie. Ik wil niet verbitteren, daar waak ik voor, maar ga maar eens in mijn schoenen staan. Ook Michel zei het gister ‘soms wordt ik heel positief wakker en voel ik me blij en dan ineens klapt het weer in mijn gezicht, ik heb gewoon mijn zoon verloren’. Voor ons is het nog steeds een verschrikkelijke nachtmerrie, een onwerkelijke film. Hij speelt af en stoppen of terugdraaien kunnen we het niet. Gister kregen we van mijn ouders een prachtig cadeau. Mijn moeder borduurt voor haar kleinkinderen altijd een geboortekleed. Heel de zwangerschap is ze er mee bezig geweest. Die van Alex* is ook af gemaakt. Alles wat we voor ogen hadden staat erop, kamperen, de sterren, een prachtige olifant. Zijn naam, gewicht, lengte en geboortedatum. Iets wat we, net als bij Demian, vrolijk zouden ontvangen als ons kind in de box zou liggen. De realiteit is anders. We moeten hem missen. Wij moeten leven met een incompleet gevoel. Met zoveel vragen. Wij zijn ons hele leven bewust van de kwetsbaarheid van het leven. Van het gevecht wat we iedere dag weer moeten leveren. Het maakt ons tot wie we nu zijn. Soms zien we daarin een klein stukje berusting, maar gemakkelijk? Nee dat zal het nooit worden. Je went niet aan het feit dat je baby waarnaar je hebt verlangt en naar uitgekeken en waarop je heb gewacht en die zooo welkom was er gewoon niet is. Niet mag en kan zijn. Dat we nooit zullen weten wie hij was en hoe hij zou zijn geweest. Het went nooit dat anderen dat voor lief nemen. Het went nooit dat anderen wel compleet zijn. Het went nooit dat we in angst leven. Angst voor de toekomst, voor het onbekende en angst voor het kwetsbare. Wie weet wat voor nare dingen ons nog meer te wachten staat? We waren intens gelukkig. En nu? Nu heeft het een donkere rand. Ons leven kunnen we inlijsten, we hangen het op en kijken er naar. Met blijheid en verdriet. Maar een ding weten we zeker, zoals toen wordt het niet meer…

“Ik neem je mee naar de zon en de zee, hand in hand, oog en oog, we gaan dansen en springen… Niets is ooit zo mooi geweest, Ayaya ye ayaya yo.. Van wie hou jij het allermeest?”

Kindje in mijn hart

Wat een ongelooflijke baaldag gister. Ik had tijdens het koken echt een meltdown van de 19e. Tot overmaat van ramp kreeg ik daarvoor ook nog een mail dat de opname van de afscheidsdienst definitief verloren is. Mijn hoop, die ik naïef nog had gehad, was weg. De beelden zijn niet meer terug te halen. Ik ben er vreselijk verdrietig om. De speech die mijn vader deed staat ook niet op papier. Dat deed hij recht uit het hart en nu kunnen we het nooit meer terug zien. Gelukkig hebben we dan wel foto’s, maar horen hoe mooi het was gaat niet meer gebeuren. Boos op weer een teleurstelling. Kwaad op de glazen schaal die ik laat vallen. Het zou opluchten als ik het zelf zo had gepland, maar per ongeluk en me daar bij ook nog in mijn vinger snijden stond niet op de agenda. Werkelijk uit het veld geslagen, zo verdrietig dat je niet eens meer weet hoe je moet koken (het eten was daarna ook niet heel lekker). Mijn moeder kwam op Demian passen, zodat Michel en ik even konden hardlopen. Heerlijk in het zonnetje, letterlijk de longen uit mijn lijf gerend. Michel moedigde me aan, maar rende mij er natuurlijk zo uit. Dit leek me beter dan ruzie maken over het feit dat hij me had laten staan met de as. We moesten gewoon naar buiten en fysiek vechten. Thuis deden we ook nog wat oefeningen. Uitgeput en bezweet stortte ik toen helemaal in. Ik kon niet meer ophouden met huilen. Ik voelde me zo boos, gefrustreerd, machteloos en ik vond het allemaal zo oneerlijk. Waarom helpt er niets? Waar doe ik het voor? Waarom gaat er als nog van alles mis? Waarom maken andere gezinnen er zo’n potje van terwijl wij zoveel liefde hebben te geven? Ik gooide met m’n sportschoen, nu dus wel bewust (niet naar Michel hoor), maar nog schoot ik er niets mee op. Zo irritant als je hard werkt en oplossingen bedenkt, maar het rouwen alsnog niet eenvoudiger wordt. Dat immense verdriet verpletterd gewoon. Het gemis van mijn jongen is zo groot… Na lang ‘knuffelen’ viel ik doodmoe in slaap. 
Vandaag ging de zon gelukkig weer op. Ik moest grinniken toen ik aan de woorden van mijn moeder dacht ‘het wordt ook gewoon weer de 20e’. En dat is zo, de dagen komen en gaan, op en neer, heen en weer, en ik sta nog overeind. Nog steeds wel met een zwaar gevoel. En behoorlijk moe. Het sporten geeft tot nog toe ook niet de gewenste energie. Misschien wel de juiste stofjes, want het werkt verslavend, maar fit voel ik me nog niet echt. Dat komt ook omdat mijn litteken vaak op speelt. Een zeurderig en trekkend gevoel, zeker ook gekoppeld aan nare emoties. Niet zo veel zin dus in enorme ondernemingen. Demian is de dag na de crèche ook altijd wat hangerig. Voor het eerst heb ik (ondanks het zonnetje) een lange Disney film voor hem aan gezet. “The Lion King” mijn lievelings, hij vond het prachtig. Lekker samen chillen op de bank. En toen was daar het volgende lichtpuntje. Op de mat lag de gedichtenbundel ‘Kindje in mijn hart’. Samengesteld door Irene van Wesel die ook ‘Kusje in de wind’ schreef en ‘Liever bij mij…’ tot stand bracht. Deze bundel is speciaal voor Vader- en Moederdag gemaakt voor ouders en familie van Sterren- en Vlinderkindjes. Veel namen van kindjes staan erin, zo ook Alex*. Ook zijn er twee gedichten van mij opgenomen in het boekje naast nog een aantal prachtige gedichten van lotgenoten. Irene, de dichtkoningin, heeft er nog een paar van haar zelf in gezet. Het is prachtig geworden, een mooi eerbetoon. En ik ben ontzettend trots dat ik en Alex* er in staan. Dat ik namen van kindjes van lotgenoten herken. Het blijft raar hoe dankbaar ik ben met deze mogelijkheden en projecten. Zonder Facebook en deze blog was ik nooit in contact gekomen met deze mooie mensen. Dat maakt het ook cru, want zonder Alex* had ik er helemaal niet van geweten. Het bijkomende gevoel is heel dubbel. Blij met de eer, trots met m’n publicatie, maar ook zo veel schuldgevoel. Ik had toch tien miljoen duizend keer mijn zoon bij me gehad. Toch is het fijn dat dit zo kan. Ik kan je vertellen dat de mensen die ik heb ‘leren kennen’ zeer bijzonder zijn… Die lichtpuntjes ervaar ik ook nog steeds in mijn oude vertrouwen vriendenkring. Weer wat kaartjes op de mat en berichtjes. Daarnaast kreeg ik ook bericht dat ik volgende week mijn contract mag tekenen! Daar ben ik erg blij mee, een frisse start. Zo zie je maar weer, de 20e ging een stuk beter. Afgesloten met een heerlijk ijsje van de ijscoman… 

  

Ik mis je zo…

De 19e, het blijft een moeilijk getal. Vandaag alweer vier maanden geleden. Als ik bedenk wat er allemaal in de tussentijd gebeurd is, vliegt het voorbij. Als ik kijk naar hoe ik me voel op deze dag, lijkt het net gister. Alle emoties zijn vandaag wel alweer een keer langs gekomen. Boosheid, frustratie, onmacht, onbegrip, verdriet, hoop, geluk, blijheid… Ze zijn er allemaal en lijken zich per minuut om te wisselen in willekeurige volgorde. Het moeilijkst is het ‘niets’ voelen, of niet weten wat te voelen of te denken. Alleen maar dat stenen hart in mijn borst pijnlijk voelen kloppen. Ik wil gillen, schoppen, kapot gooien, ruzie maken, huilen, janken, weg rennen en nooit meer terug komen. Dit is namelijk te raar. Mijn hoofd kan er niet bij. Ik snap het gewoon niet. Ik snap niet dat ik hier door heen moet. Waarom?? Het is gewoon niet te bevatten. Het is gewoon klote (heb ook een heel arsenaal aan scheldwoorden op mijn tong). Het is en blijft een rare dag….

Zondag ging het eigenlijk heel goed op kraamvisite. Het klinkt misschien gek, maar ik had er zelfs wel zin in. Zaterdag was ik tot rust gekomen en ik was een beetje opgeladen. Ik keek er naar uit om het baby’tje van mijn vriendin te zien. Ik zag er tegen op, omdat je van te voren nooit weet welke emotie je overvalt, maar het viel reuze mee. Ik vond het leuk, ik hou van baby’s. Ze was lief en mooi en heel klein. Dat was wel even slikken. Zo klein kon ik me Alex* al niet meer herinneren. Het is zo gek hoe dingen gaan. Na een tijdje gaf ze me haar dochter, ook dat was even slikken, want het was niet echt een vraag. Ik kreeg haar eigenlijk min of meer enthousiast in m’n armen geworpen. Ik neem het m’n vriendin niet kwalijk, maar raar was het wel een beetje. Meer omdat ik gewoon zelf een beetje bang was geworden voor levende baby’s. Ook dat klinkt misschien gek, maar ze bewoog en maakte geluid. Ik weet niet meer hoe dat was. En zo klein, zo klein. Al snel ben ik weer mezelf. Vertederd door dat kleine mensje. Dan kan ik oprecht ook genieten. Dan doet Alex* er niet toe, en Demian even ook niet… Dan ben ik het ineens ook weer zat. De knop gaat om en abrupt geef ik haar weer terug. Dan is ook Michel aan de beurt, en Demian komt gauw naast mij zitten. Ook hij vindt het waarschijnlijk gewoon eng… Ik hou Michel in de gaten, maar het gaat. We kletsen en krijgen het geboorte kaartje nadat ze onze cadeaus hebben uitgepakt. Ik heb mooie gedichtjes geschreven en zij hebben op hun beurt ook weer iets prachtigs gedaan. Op ons geboortekaartje heeft ze de sterren van Alex* zijn kaartje laten drukken. Super mooi en lief. We vinden het tijd en gaan weer. Niet verdrietig, niet blij, gewoon oke… Enigszins opgelucht dat het mee was gevallen, verder niets…

En dat niets, dat niets is zo verschrikkelijk irritant. Vandaag ben ik de as weg gaan brengen naar de glas kunstenaar. Ik wilde er bij zijn als het blikje werd open gemaakt. Waarom weet ik niet eens, maar dat is een gevoel. Loop ik dan met dat blikje. Je weet niet hoe je het vast moet houden, in een tas moet doen, ik zet het zo naast me op de bijrijdersstoel. Ik loop eerst naar de zaak omdat Michel mee zou gaan. Is hij er niet! Verbaasd, nee verontwaardigd, vraag ik aan zijn vader waar hij is. Hij is een kast aan het plaatsen, er is iets tussen gekomen. Fijn dat ik dat ook weet. Gisteravond een heel gesprek over communicatie en gevoelens delen en alsnog laat hij me staan. Ik moet zo hard mijn best doen om niet boos te worden, ik stop m’n emoties weg. Ik kan dit er niet bij hebben, ik ga zo de as van Alex* zien. En dan denk ik, hoe raar, een openhaard heeft ook as, ik weet hoe het eruit ziet. Het is meer wiegje, olifantenknuffel en houten blokken dan dat het Alex* is. Het is Alex* ook niet, het is stof. Ik weet het allemaal niet hoor. Het is zo gek, zo gek… Een beetje gespannen, een beetje grinnikend, een beetje nieuwsgierig, een beetje niets… De beste man maakt het open en haalt er was schepjes uit en doet het in een plastic zakje. De deksel gaat weer dicht en ik kan weer gaan met de rest, met mijn blikje. Wat had ik dan verwacht? Het is een hoopje zand… Ik rij naar m’n moeder, die had aangeboden mee te gaan. Ik voel me raar en die verdomde Marco Borsato ook altijd! Ik voel me leeg, alleen dat ijzeren hart weegt zwaar in een leeg omhulsel…
En elke poging die ik doe om het te begrijpen, om te helen, om te verwerken wordt de kop in gedrukt. Soms denk ik wel eens dat ik in mijn eentje beter af ben. Het heeft namelijk allemaal geen zin. Melancholisch, dat is mijn bui nu. Niets….

Ik heb me teruggetrokken uit de organisatie van het vrijgezellenfeest van mijn vriendin, ik reageer amper op berichtjes, ik wil niet meer praten. Zelfs niet met Michel. Hij kan ik er nou voor hem zijn als hij me niet toe laat? Als hij niet deelt? Ik hoop echt dat dat EMDR gaat helpen volgende week! Ik doe mijn best, maar ik draag water naar zee. Demian is mijn tweede zorg. Gister op de fiets verteld hij uit het niets dat hij verdrietig was toen hij wakker werd. Hij had gedroomd over Alex* dat hij hem een flesje gaf. Hoe komt hij erbij? Is dat normaal voor een twee jarige? Hoe ga ik om met al dat verdriet? Van mezelf en van anderen? Hoe ga ik om met het geluk van mezelf en van anderen? Hoe vul ik dit in? Dat doe ik dus niet, ik probeer maar wat. Vandaag heb ik een brief geschreven aan Alex* (dat deed ik ook voor Demian toen hij geboren werd). Het enige wat ik kon bedenken was ‘dit slaat nergens op’. De as in die glasbol slaat nergens op… Mijn hoofd en lichaam kunnen het niet bevatten. Van tijd tot tijd sluiten ze zich af. Het enige wat ik al de hele dag voel is ‘Ik mis je Alex*, ik mis je zo…’ 

Brief aan Demian:

  
Brief aan Alex*:

  
  

Sterspeler

Vader en zoon tijd. Samen naar voetje-bal (zaalvoetbal voor peuters/kleuters). Ze vinden het allebei prachtig. Mama ook, maar mama wil ook dat Demian soms naar de dienst gaat. We hebben hem immers gedoopt en ik wil hem iets meegeven. Maar wie ben ik om tussen hen in te staan? Om quality-time voor hen samen te ‘verbieden’? Dus we sluiten compromissen. De ene zondag naar de dienst, de andere zondag naar de voetbal. Trots dat ze samen zijn. Wat een plezier. Papa sluit ook compromissen, want hij probeert iedere maand een papa-dag op te nemen. Tot nu toe petje af. Mijn man is een sterke vent, keihard werken op de ‘eigen’ zaak, een goede echtgenoot en een fantastische vader. Als hij er is voel ik me rustig. Hij kalmeert me en ik kan relaxen. Hij is zorgzaam en maakt me aan het lachen. Hij tolereert mijn rotzooi en eigenaardigheden. Bij hem voel ik me een prinses. Mijn sterspeler. En ik ben de benzine die de motor draaiend houd. Zonder mij geen eten, zonder mij geen gezins-orde (papa neemt het niet zo nauw met de regeltjes), zonder mij geen schone kleren. Zij lekker samen voetballen, ik die berg strijk wegwerken. En ik ben hem zo dankbaar, zo dankbaar dat hij er is. Van mij. De liefste en tegelijk irritantste man op aarde. Niet gemakkelijk als hij er vaak niet is. Maar als hij er is… Haha tja soms dus een zegen en soms een vloek. Want voetbal dat is ‘god’. De hele dag staat het aan. Hij besmet Demian er nu dus ook mee. Een zoon om mee te voetballen. En wat doet het hem pijn. Want hij heeft nog een zoon. Eentje die voetbalt in de hemel met z’n neef en mijn opa. Wat had hij graag straks met twee zoons een balletje getrapt, wat had hij graag naar twee kinderen gekeken die veilig in hun bedjes lagen te slapen in plaats van maar een heerlijk ventje. Want zo noemt hij Demian, ‘wat is het toch een lekker kereltje’. En wat gun ik hem nog een kind. Mijn sterke man, vader in hart en ziel. Als ik ‘s avonds de glinstering in zijn ogen zie voordat we gaan slapen breek ik. Wat missen we Alex*, wat moet het moeilijk zijn voor Michel. Niets kunnen doen, ons niet hebben kunnen beschermen. Maar hij is er, voor ons. En dat doet hij zo verschrikkelijk goed. Wat maakt het uit dat Demian op zondag af en toe gaat voetballen in plaats van naar de dienst? Zonder voetbal hadden we elkaar ook immers niet gekend. In ons gezin leren we elkaar te waarderen en te respecteren (ook al zet papa Demian soms tegen zijn moeder op voor de lol). Wij houden van elkaar en wij gunnen elkaar. We wensen zo graag nog een kindje. Een jongen of een meisje het maakt geen donder uit. Natuurlijk smelt ik als ik de mama-dochter jurkjes van de Steps zie. Natuurlijk gaat Michel net zo lief naar ballet als naar de voetbal. Het gaat erom dat we gezegend zijn met een gezond kind. In dit geval een prachtige jongen. We zijn zelfs gezegend met ons andere kind, waar we vaak over fantaseren. Hoe had hij geweest? Hoe had hij geworden? We denken allebei groffer en stoerder dan Demian. Donkerder en harder. Een schoffie, een rauwdouwer. We hadden soms met de handen in ons haar gezeten met dit manneke. Naast zijn voorbeeldige grote broer hadden we nog een ander smaakje gedacht. Maar we zullen het nooit weten. We missen hem en we houden van hem. We maken onze eigen invulling. En als ik naar zijn foto of potje as kijk, dan wens ik dat hij ons ziet. Dat hij ziet hoeveel zijn vader in stilte om hem rouwt. Want ik zie het in Michel’s mooie blauwe ogen. Hij voelt zich niet compleet…  

Gemaskerd bal

Wat een zware week. Ik ben zo moe, zo ongelooflijk moe van het vechten. Ik kom niet eens aan schrijven toe. Simpele klusjes als de was stapelen zich op, omdat andere dingen eerst moeten. Mijn fit-regime is meerdere keren mislukt deze week, omdat er andere dingen tussen door kwamen. Masker op en masker af. Heb ik m’n masker op, dan wordt die er soms hevig en onverwachts afgerukt door omstandigheden. Heb ik m’n masker af, dan zien sommige liever dat ik hem op zet. Het is erg vermoeiend. Maandag viel allemaal nog wel mee. Wel nog steeds brak van het weekend en down, maar ik kon even tot rust komen op de kappersstoel. Wel voelde ik de druk van manlief dat mijn slonzigheid niet heel erg gewaardeerd wordt. Ik ben nogal een chaoot en van opruimen heb ik niet veel kaas gegeten. Ik ben getrouwd met een ordelijk en netjes type die zich nogal kan irriteren aan mijn rommel. Tijd dus om de auto van binnen schoon te maken, want dat leek wel een koektrommel. Verder begon het die dag al met opbouwen van de spanning voor onder andere het kraambezoek. Ik zou gaan hardlopen, maar ik was zo moe en m’n darmen speelde weer vreselijk op. Dinsdag begon ik de dag goed met boodschappen. We gingen onder andere naar m’n oude collega (mijn 3e papa) om een cadeautje op te halen. Die had zijn dochter (een vriendin en ook een oud collega) speciaal voor Demian gekocht. In de slagerij waar ik hem opzocht knuffelden we elkaar, maar Demian was erg verlegen. Constant maken we ons daar ook zorgen om, hij is zo gevoelig en stilletjes. Het cadeau nam ie dan wel aan, maar van het plakje worst moest ie niets weten. In het pakje zat een mooie sterren pyama, super lief! Die middag stortte ik weer een beetje in en vergat dat ik afgesproken had. Stond mijn vriendin ineens voor de deur, lekker gênant dat ik het was vergeten. Nadenken en onthouden zijn momenteel ook niet mijn sterkste kanten. We spraken lang over haar reis en dat was er gezellig. Toch (denk ik) hing er een spanning. Ze durfde niet over Alex* te beginnen. Nadat ik vroeg of ze het album wilde zien, stemde ze in. Voor haar was dat ontzettend moeilijk. Ze huilde en ik was opgelucht dat ik het ook eindelijk met haar kon delen. Ze vertelde me hoe lastig het was geweest toen ze zo ver weg was en het gebeurde. Net aangekomen bij een ‘vreemde’ schoonfamilie in een ver land en dan dit. Bleek uiteindelijk ook nog dat een familielid van haar vriend het zelf ook had meegemaakt. Op afstand was ze er voor me en nu ook weer in m’n eigen woonkamer. Verdrietig, onwennig, maar met onvoorwaardelijk veel liefde. Ook dat koste enorm veel energie, want weer rakelden we het op, weer ben je constant bezig met elkaars emoties en loop je toch enigszins op je tenen. Ik wil niet hele tijd aan doen als een wrak, maar dat kost veel moeite. Het werd laat en het avond ritueel schoot er weer een beetje bij in. Woensdag was ik al moe voordat ik m’n ogen open deed. Al die dagen met Demian braken me ook op. Hij wil graag vermaakt worden en alleen spelen doet hij nauwelijks. Ik deed nog een poging om naar buiten te gaan, maar ik was niet vooruit te branden. Wel schreef ik op verzoek van een lotgenoot een gedicht voor haar overleden dochtertje. Verder was ik zenuwachtig voor de avond. Toen Michel na een lange dag thuis kwam, hing hij twee planken op. Demian vond dat niet zo fijn, dus ik was tegelijk aan het koken, Demian aan het kalmeren, de stofzuiger bij de boorgaten aan het houden en met een natte doek alles aan het schoonmaken. Multitasken terwijl je eigenlijk van binnen constant het gevoel heb dat je weg wil rennen van dit alles. Uiteindelijk was ik er blij mee, want nu kon ik eindelijk het mooie beeldje van de familie neerzetten en krijgt de as zo een mooi plekje (hoog en droog, zonder dat Demian het om kan gooien/schoppen). ‘s Avonds had ik dus mijn tweede sollicitatiegesprek. Dat ging gelukkig goed, maar zenuwachtig was ik wel. Als het goed is mag ik binnenkort mijn handtekening zetten. Dan voel ik de druk niet meer van het UWV en kunnen de rekeningen ook weer betaald worden zonder vervelend onderbuik gevoel. Donderdag was een pittige dag, maar ik had er wel zin in. Ik moest naar de BHV-herhalingscursus en had eindelijk weer even wat voor mezelf. Vol goede moed reed ik naar Kijkduin, wat op zich ook alweer best wat inspanning kost. Rijden door Den Haag is zeg maar niet mijn favoriete hobby. Enfin, ik kwam heelhuids aan en melde me in de klas. Ik zat nog geen 5 minuten toen de les begon (ik was net een beetje tot mezelf gekomen en vol in de kom-maar-op-concentratie-mood), toen de lerares vroeg waar we behoefte aan hadden. Plots trekt ze uit een tas een baby-pop en begint over reanimatie van een baby/kind. Het werd zwart voor mijn ogen, een donkere waas ging door mijn hoofd. Het beeld van Alex* op de reanimatie tafel in die specifieke kamer op de kinderafdeling. De laatste paar minuten van de reanimatie, ik heb ze wel degelijk mee gekregen toen ik met bed en al met spoed werd binnengereden. Het drukken op zijn levenloze lichaampje, het loskoppelen van alle draden, mijn onmacht en wanhoop ‘waarom stoppen jullie? Ga door, geef het niet op jullie, geef het niet op kleine man! mama is er nu..’ Maar te laat, hij leefde al twintig minuten niet meer leerde ik achteraf. Het gevoel van falen, de artsen, ik zelf als moeder, waarom ik niet bij hem kon zijn, waarom hij niet bij ons mocht zijn? Zijn slappe lichaampje dat in mijn armen werd gelegd, nadat ik uit alle macht had geprobeerd op mijn verlamde zijde te draaien en hem aan te moedigen. Alles kwam terug. Door een simpele babypop en het woord ‘reanimatie’, kreeg ik alles op mijn netvlies. In een waas hoor ik mezelf nog niet zeggen ‘kindje verloren’ en tegelijk barst ik in tranen uit. De geschokte reacties hoor ik wel, maar neem ik voor lief. Het enige wat ik wil is weg, weg van deze plek, weg van die baby, weg van dit trauma. Dus ik storm de ruimte uit met een verhoogde hartslag, zweet en tranen. Mijn handen voor mijn mond omdat ik weet uit ervaring wat er nu kan gebeuren. Mijn tweede paniekaanval is een feit. Meteen komt er een van de dames achter me aan en brengt me naar wat frisse lucht. Ik ken die mevrouw niet, het is raar om me in haar armen te stortten, maar ik ben toch mijn waardigheid al weer kwijt. Ze troost me en is ontzettend lief. Ze kalmeert me en m’n ademhaling komt weer tot rust. De mist trekt weer op uit mijn hoofd nadat we even praten. Ik word weer helder, maar de schaamte en paniek blijven wel hangen. Toch wil ik weer terug, ik moet terug. Met opgeheven hoofd keer ik naar m’n stoel terug. Iedereen is geschokt, maar ze laten me met rust. De pop is weg en ze hebben het over iets anders. Ik tover uiteindelijk weer een glimlach op mijn gezicht, maar de hele ochtend ben ik op mijn hoede. In de pauze bespreken we het voorval. Dit schijnt vaker te gebeuren en eigenlijk hoort baby-reanimatie er niet bij. Ik had het ook echt niet zien aankomen, want vorig jaar was dat inderdaad niet aan de orde geweest. Ik zat argeloos en misschien naïef in de les, wist ik veel dat dit zou gaan gebeuren, dat ook ik een trauma heb ten aanzien van dit. Ze snapten het overigens heel goed en waren helemaal onder de indruk toen ze hoorde dat het nog naar vier maanden geleden is. Het was vandaag lesmateriaal omdat er in de andere groep een paar juffen zaten die het aan hadden gevraagd. Volgende keer moest ik het maar even aangeven. Maar dat doe je niet, je komt niet overal binnen met ‘he, mensen, ik weet niet of het aan bod komt vandaag, maar ik heb mijn kind verloren’. Dat doe je niet. Daarbij ik had dus nooit verwacht dat ik het zou hebben moeten vertellen, dit was gewoon een simpele cursus dag, me-time. Nadat ik Michel in de pauze nog even huilend aan de telefoon had ging het beter. Trots op mijn kracht dat ik de dag af wilde maken. Begrip van de andere deelnemers toen ik het verhaal vertelde. Aan het eind van de middag letterlijk en figuurlijk brandjes blussen. Het vuur in mij was weer iets gedoofd. Daarmee ook mijn energie level. Ik was gesloopt, dit was zo intensief geweest. Bijna durfde ik niet meer naar huis te rijden, dus reed langzaam en voorzichtig. Om half 5 een McFlurry-stroopwafel van de McDrive, niet geheel verantwoord. Het eten had ik ‘s ochtend al klaar gezet, bloemkool. Demian was dwars van het kinderdagverblijf, Michel ging sporten en ik was moe, zo moe. Na hem eindelijk op bed te hebben gelegd na het zoveelste slokje water, kon ik even aan mezelf denken. Gilmore Girls (ik zoek oud sentiment op om me af en toe even kind te voelen en geen volwassenen met een dode baby), een zak paprika chips en een wijntje. Weer te laat naar bed, maar het is kiezen tussen twee kwade. Of vroeg slapen en niet toekomen aan die zo gewenste me-time of laat slapen en nog uitgeputter raken. Slapen doe ik deze week al onrustig, dus ach het kon er nog wel bij. Dromen liggen op de loer, zeker na zo’n dag. Gister ben ik gaan sporten nadat ik Demian bij opa en oma had gebracht. Slopend! Tot aan de middag weer werken aan mezelf. Daarna boodschappen, daarna slaap in halen. Weg dag, hallo opgestapelde klusjes. Toen ik Demian weer ging halen ging het mis. Vermoeidheid, nare berichten, de stemming sloeg om. Mijn moeder knuffelde me en toen ging het mis. Ze zei iets wat compleet verkeerd viel. Ik probeerde uit te leggen wat haar woorden met mijn gevoel deden, maar ook dat viel verkeerd. Twee mensen die zielsveel van elkaar houden, maar in een fractie van een seconde niet op de zelfde lijn liggen. Het ontspoorde en we kregen ‘ruzie’. Het werd me te heet onder de voeten en ik stormde met een beduusde Demian het huis uit. Vond hij niet zo leuk. Boos en verdrietig, waarom snapt ze me niet? Thuis kon ik mijn verhaal kwijt, maar ik wist natuurlijk wel dat het niet goed ging zo. Na het niet-zo-gezonde-geen-zin-meer-om-te-koken-airfryer-eten reden we dus maar weer terug met z’n drieën. Ik was niet trots op mijn vlucht gedrag, maar ik stond wel achter mijn punt. Rustig en beheerst praatten we het uit. Kwamen naar elkaar toe. Konden sorry zeggen en elkaar duidelijk maken wat er wel en niet bedoeld was. Het gevoel dat ik het nooit goed genoeg doe werd door mijn moeder weggenomen. Helaas denken we allebei een beetje anders over verlies en rouwen, maar allebei proberen we rekening te houden met elkaar. Advies en peptalks zijn welkom, mits ze wat beter ‘verpakt’ worden. Ik mag me zelf zijn, ook als ik chagerijnig ben en ik mag ook benoemen als sommige dingen niet goed werken. Rouwen doet namelijk iedereen op zijn eigen manier. Er is geen richtlijn voor, er is geen goed of fout. We hebben het allemaal nog nooit eerder meegemaakt. Het is moeilijk. Vaak hebben wij het gevoel dat we al rouwend met zoveel andere dingen te dealen hebben. De omgang met de ander, de taboes, de interactie. Mensen begrijpen het wel en ook weer niet. Het is echt niet makkelijk. Zo veel verdriet en zorgen, hoog oplopende emoties, onmacht. Met elkaar om gaan als eigenlijk alles is veranderd is een hele opgave. Gelukkig komt alles ook weer goed, en ondanks dat ik mijn plannen soms moet wijzigen, afspraken moet afzeggen en mijn darmen er onder lijden, is het een leerzaam proces. Wij zijn alleen niet meer dezelfde en dat worden we waarschijnlijk ook niet meer helemaal. We beginnen dat te accepteren, hopelijk anderen ook. Want meningen van anderen zijn daarbij ontzettend zwaar. We zitten er nog er nog steeds midden in, terwijl de wereld door draait. We worden soms omver geschopt door het leven maar gaan stug door. Ik begin een assortiment aan maskertjes te ontwikkelen. Voor elke situatie. Het is slopend, de inspanning. Vanuit daar ontwikkel ik dus ook paniek reacties en vluchtgevoelens. Dat onbewoond eiland klinkt steeds aantrekkelijker. Dan hoef ik alleen maar mezelf te zijn, in alle rust rouwen, geen adviezen/meningen, geen maskers… Dan hoeft Michel zich niet meer schuldig te voelen als hij verdrietig is en mij naar beneden haalt. Dan hoeft hij zich niet meer rot te voelen als hij Demian ophaalt uit de crèche en hem treurig en alleen, sip voor zich uitkijkend, op een randje ziet zitten. Dan hoeft Michel zich niet naar te voelen door alle rotzooi die ik maak en achter laat. Want ‘goed’ gaat het niet met hem. En dat is nog altijd het moeilijkst, man en vrouw, beide totaal anders, beide andere behoeftes en manieren. De meeste maskers gebruiken we thuis bij elkaar en voor Demian….Dat lieve vrolijke onschuldige mannetje, die er zo veel mee bezig is. Alex* vaak benoemd. Ik hoop maar dat hij er niets aan overhoud. Als hij enigszins op mij lijkt (wat wel zo is), moet ik hem heeeel erg goed in de gaten blijven houden. De liefde voor mijn jongens moet eerlijk verdeeld zijn… Mijn liefde en verdriet voor Alex* mag voor Demian geen obstakel zijn. Daarom maken we het weer goed waar hij bij is. Daarom betrekken we hem er bij. Want ook al is hij een kind, ik onderschat hem niet. Dat slimme lieve kereltje, hij mag mee naar m’n onbewoonde eiland waar we samen van de sterren zullen genieten…

  

Als de zon haar warme licht…

Wat een -piep- weekend. En nog steeds, ondanks dat de afgelopen dagen ook fijne momenten kende, voel ik me niet top. De chagerijnigheid blijft aanwezig. Ik heb een kort lontje. En ik doe zo m’n best, positief te zijn en afleiding te zoeken. Frustrerend als die negatieve gevoelens blijven overheersen. Dat is dus echt iets wat bij het rouwen hoort. Ik zit gewoon niet lekker in m’n vel. Wat ik ook doe, het verdriet is er. Vrijdag had ik echt een gal-dag. ‘s Ochtends stond ik er al mee op. Spanning van de hele week. Ik weet wat dat betreft ook heel goed hoe het komt. Ik heb lang gewacht met schrijven. Want het is zo confronterend om het ook daadwerkelijk te benoemen. Toe te geven aan mezelf en jullie dat ik me zo voel. Ik schaam me daarbij verschrikkelijk. Vrijdag is het dochtertje van m’n beste vriendin geboren. We hadden afgesproken dat ik niet wist wanneer de geplande keizersnee (stuitligging) zou plaatsvinden. Voor mijn eigen rust, dat ik minder zou piekeren. Ik wist overigens dus wel al dat het die week zou gebeuren, dus alsnog was ik er iedere dag wel mee bezig. Alleen minder lang, omdat ik door de onwetendheid het iets makkelijker kon loslaten. Maar de donkere bui hing er. Zo spannend vond ik het weer. De operatie, de gezondheid van de baby, mijn eigen emoties. Ze belde me meteen toen ze er was. Ik was blij en opgelucht, maar ook zo pijnlijk. Mijn pest-bui was compleet. Ze stuurde niet veel later een foto van hun gezin in het ziekenhuis. Ik kon er maar amper naar kijken. Ik zie niet alleen een ‘perfect’ gezin en een prachtige baby, ik zie alles er om heen. Het roept zoveel emoties op. Het ziekenhuisbed, het beschuitje met muisjes, hen met z’n drieën lachend. Niets van dat hadden wij de tweede keer. Bij Demian hadden we het ook zo mooi. Bij Alex* niet. En ik misgun het haar absoluut niet, dat is het niet. Het is een ander soort jaloezie en pijn. Waarom wij niet? Het had anders moeten zijn! Zij sprak vanmorgen het zelfde gevoel uit, dat ze op de operatietafel ook veel aan ons moest denken. Dat haar dochtertje haar vriendje mist… Ze zei het zo lief! Maar het is de keiharde waarheid. Allebei hadden we een ander plaatje in ons hoofd toen we samen zwanger waren. Onze kinderen zouden samen opgroeien. Het doet ons beide pijn. En ik word constant herinnert aan alles wat er gebeurd is en wat we moeten missen. Maar dan ben ik zo boos op mezelf. Wat zeur ik nou? Ik heb Demian toch? Je moet toch blij zijn voor je beste vriendin? En dat ben ik ook, god knows.. Maar de pijn, de pijn in m’n hart, het verlangen… Ik wil ook zo graag nog een keer moeder zijn. En ik gun het haar/hen. Hun geluk heeft niets te maken met ons verdriet. We zijn lief voor elkaar, we praten en zijn eerlijk. We respecteren elkaar en begrijpen elkaar. Ik hoop dat dit blijft, want deze vriendschap is me alles waard. Aanstaande zondag dus op kraamvisite. Ik wil het niet, maar ik wil het. We moeten niet, maar ik moet. Pfff zo complex. Kiezen op elkaar en gaan met die banaan. Zij kunnen er ook niets aan doen. Dat lieve onschuldige wonder van een kindje, het is niet haar schuld. Ik ben ook niet bang meer voor de pijn en verdriet. Daar kom ik toch niet meer vanaf, maar het blijft onprettig om me zo te voelen. Zelf als ik afleiding zoek. Wandelen, met Demian naar de kinderboerderij, uiteten, een feestje van een andere vriendin en zelfs nog uitgegaan. Het helpt allemaal maar even. Plezier is van korte duur. Hoe leuk ik het ook kan hebben, hoe goed ik het gevoel van gemis ook tijdelijk even kan uitschakelen. Altijd denk ik weer aan Alex*. Gek hoe dat is eigenlijk. Zo aanwezig door z’n afwezigheid. Net als mijn andere vriendinnetje, eindelijk terug van 6 maanden reizen. Als verrassing kwam ze op het feestje aanzetten. We vlogen elkaar om de nek. Opgelucht en dankbaar dat ze veilig terug is. Elkaar zo te hebben gemist. Maar na een uurtje was het alweer gewoon. Als de dag van gister dat we afscheid namen en elkaar voor het laatst zagen. Snel alweer zo normaal. Een diepe en lange vriendschap gaat daar aan vooraf. Weten dat het goed zit. Maar het is nogmaals gek hoe dat werkt. Willen wat je niet hebben kan, en als je het hebt… Alles wat je hebt neem je gauw voor lief, pas als je het mist doet het pijn. Ik haat dat aan mezelf! Zelfs Demian vind ik nog steeds lastig om me heen. Terwijl dat zo tegenstrijdig is, want hij is er Wel. Maar de pijn is soms zo heftig, dat korte lontje, gebrek aan energie. Demian is een schat, maar ik wil hem niet altijd om me heen. Het slechte moeder gevoel en slechte vriendin gevoel is dus terug. Emoties waar ik geen grip op heb, maar er wel zijn. Jaloezie, afgunst, irritatie, boosheid, kribbig en sensitief. Ik wil ze niet voelen, ik vind dat ik ze niet mag voelen. Want ik bedoel het niet zo. Ik hou van mijn vriendinnen en m’n oudste zoon. Maar verdorie, waarom zijn wij nooit meer compleet? Waarom mag Alex* niet ook bij ons zijn? Maar je kan er helemaal niks mee. Niets met negativiteit, niets met positiviteit. Hij is er niet en ik ben nooit meer dezelfde. Aan alle kanten worden we herinnert aan ons incomplete bestaan. Films op tv (THE good dinosaur), foto’s van anderen (auw), op de kinderboerderij. Daarom weet ik ook dat het op vakantie zwaar wordt. We missen Alex* bij ALLES wat we doen. Het is iets waar je geen controle op hebt. Het is iets wat je niet aan de kant kan zetten. Het gaat gepaard met ongewilde bijkomende emoties. Pas als je dit zelf mee maakt kan je het echt begrijpen. Men kan het zich voorstellen, maar niet voelen wat wij mee maken. En mijn hemel ik hoop dat werkelijk niemand hoeft mee te maken waar wij door heen gaan. De glans is er af. Ondanks dat ik weet dat het nooit meer wordt zoals het was, blijf ik die glans zoeken. In het wonder van nieuw leven, in vriendschap en in mijn lieve Demian…. Want elke sprankje plezier, maakt me sterk tegen het verdriet. En zo leer ik er mee omgaan. Met m’n naasten, moedig en eerlijk…
Ps. Ik heb al weer de hele week een liedje van het meisjeskoor in m’n hoofd. Vrij irritant deuntje heeft het ook, maar wel heel mooi.

Als de zon haar warme licht op de aarde neer laat dalen, dan wordt al wat leeft verlicht door haar held’re, felle stralen. Als de zon niet wordt gestoord door de wolken of de mist, dan wordt nattigheid en kou door haar warmte weggewist. 

Als de mens zijn leuke lach aan een ander mens gaat geven, dan verandert heel de dag,ja, dan kun je wat beleven. Maar wie zet die eerste stap, geeft zichzelf met moed die kans? Wie zich onbevangen uit, is van binnen in balans.

Deze woorden staan erbij als ik op internet de tekst op zoek:

‘Je hebt letterlijk de ander nodig om liefde te geven en te ontvangen en daarmee zowel de ander als je zelf betekenis te geven. Een beweging die begint bij jezelf door je af te vragen: wie zit er echt naast mij? Of anders gezegd: met wie ben ik op reis? Je maakt daarmee de ander tot je naaste. We willen elkaars reisgenoten zijn en we willen in een veilige omgeving kunnen oefenen, ervaringen opdoen en elkaar bijstaan. Om van daaruit, gesterkt, de reis die het leven is, aan te kunnen en aan te durven.’ 

Hoe graag en hoe vaak ik die naasten soms ook achter het behang wil plakken en op een onbewoond eiland wil gaan zitten. Je kan niet zonder mensen als je liefde wilt ontvangen en geven…

  

Een beetje van mezelf, en een beetje van…

Ik ben zo hard aan mezelf aan het werken, geestelijk en lichamelijk, dat ik weinig oog heb voor anderen. Dat vind ik heel erg, want ik heb dan het gevoel dat ik te kort schiet. Dat ik meer om mezelf geef dan om anderen. Egoïstisch.. Het voelt soms zo oppervlakkig en onverschillig. Maar het is nodig en ik merk dat ik beter word in zien wat goed voor me is. Ook word ik beter in mijn grenzen bepalen. Wat me energie geeft dat doe ik, wat me energie vreet laat ik. En dit alles voor de toekomst, dat ik dan wel weer volop met anderen bezig kan zijn. Ik zie het als een investering en daarom kan ik beter tegen mezelf zeggen dat het goed is zo. Dat men wel even geduld heeft met mij, inclusief mijn gezin. Het schuldgevoel zet ik makkelijker aan de kant. Mijn angst is wel dat ik niet weet hoelang die focus op mezelf blijft. Hoelang geeft men mij tijd? Gister bij de maatschappelijk werkster kwam naar voren dat we ondanks wat tegenslagen ook successen hebben. Dat we leren, samen en alleen. Ondanks dat Michel en ik absoluut geen relatieproblemen hadden voordat dit gebeurde, is het ontzettend goed voor ons. We kunnen beter met elkaar omgaan. Soms ‘manipuleert’ ze ons en zet ze ons onder druk of aan het denken. Je krijgt handvatten om met jezelf en de ander te dealen. Dit kun je bij elkaar en jezelf toepassen, met elke keer nieuwe leermomenten. Iets waar we ons hele leven ‘plezier’ van kunnen hebben. Ik kan het iedereen aanraden. Eigenlijk vind ik stiekum ook dat meer mensen wat geestelijke therapie kunnen gebruiken. Vooral omdat het mij zoveel brengt, ik had het eigenlijk voor Alex* al moeten doen. We draven maar door en zien vaak niet dat we ‘verkeerd’ bezig zijn of dat het anders kan. Door Alex* zie ik het helderder. Ik zie momenteel het licht. Zo veel inspiratie. En ik weet dat ik dit verlies alleen kan doorstaan als mijn lichaam en geest fit zijn. Ik kan me alleen maar sterk voelen als ik dit ook ben. Geestelijk en lichamelijk. Gezond eten, bewegen, praten en delen zorgen voor de juiste stofjes. Het maakt het rouwen efficiënt. Want zo zie ik het maar. Nu we toch bezig zijn en ik legaal aan mezelf mag werken gaat alles op de schop. Michel is bang dat ik te veel aangrijp, dat ik te veel doe. Soms ben ik bang dat hij gelijk heeft, maar ik kan simpel weg niet zijn. Niet kabbelen en laten gaan. Ik heb (altijd al) zoveel moeite met leven in het nu. Altijd maar met het verleden of de toekomst bezig. I’m working on it. Ik probeer het nu allemaal goed te krijgen, zodat het (weliswaar) in de toekomst ook goed blijft. Geestelijk, lichamelijk, m’n huwelijk en mijn relaties met anderen. Moeilijk vond ik gister dat de maatschappelijk werkster eindigde met ‘ook al praat je nog zoveel en is je relatie goed, het is geen garantie, liefde kan ook zomaar doven, zonder schuld’. Sindsdien pieker ik daarover. Het is niet iets waar ik me in kan vinden. Ik snap heus wel dat het geen garantie is als je therapie volgt bijvoorbeeld dat je bij elkaar blijft, maar ik kan absoluut niet geloven dat liefde uit het niets (zonder reden of oorzaak) over is. Sterker nog ik weiger dat te geloven. Ik geloof dat als je hard werkt aan jezelf en aan je huwelijk dat het dan blijvend is. Verliefdheid en houden van kan niet over gaan als er geen aanleiding voor is. Je houdt toch ook nooit op met houden van je kinderen? Of van je ouders of zussen? Waarom dan wel van je echtgenoot? Ik moest daarom van haar vragen hoe anderen over ‘de liefde’ denken. Ik wil geen beerputten open trekken en ik ben wat dat betreft ook zo beïnvloedbaar als de pest, maar het heeft mij aan het denken gezet. Wat wil ik, waar sta ik voor? Wat geloof ik? En vooral hoe wil ik dit rouwproces invullen? Hoe wil ik Alex* blijven gedenken en laten leven? Wat inspireert mij? Wat ik eerder al zei, het mag niet voor niets gebeurd zijn. Alles heeft een reden. Ik moet dit geloven, dat maakt het gemis iets makkelijker. Niet in de termen van iemand anders bepaald het. Nee ik, ik ben belangrijk en verantwoordelijk voor mijn eigen welzijn en mijn eigen pad. Dankbaar dat ik dit in alle rust mag doen, opdat er hopelijk een dag komt dat ik en Alex* kunnen uitdragen en kunnen brengen. Ik haal momenteel veel energie en inspiratie bij anderen en alles wat ik tegen kom grijp ik aan en leg ik op een weegschaal. Het filosoferen, het zoeken, het rouwen, het is allemaal mega vermoeiend. Ik werd emotioneel toen de maatschappelijk werkster constateerde dat ik moe was. Ik ben ook moe. Ik moet daar wel oog voor houden, zeker omdat Michel zich daar ook zorgen over maakt. Daarom ben ik ook zo blij dat ik de ruimte krijg van familie en vrienden. Dat ze helpen met bijvoorbeeld oppassen, zodat ik aan mezelf kan werken en mag rouwen op mijn manier. Ik heb dat nodig. En ik ben blij dat de sportschool een sauna en bubbelbad heeft. Dat ik ook geestelijk weer kan ontspannen. Hoewel dat best moeilijk is in je eentje (met vreemden) in je nakie. Weer een overwinning, zelfvertrouwen, me minder druk maken over andermans mening. Een lesje yoga is misschien ook geen slecht idee, want alles is hard werken. Anders denken, gedragsverandering, hard werken het is slopend. Maar het moet, ik moet hier doorheen. Ik ‘moet’ rouwen, en ik ‘moet’ daarvoor sterk zijn. Daarom beul ik mezelf af in de sportschool, daarom kan ik er niet voor iedereen zijn, daarom ben ik selectief in mijn sociale activiteit. Ik en mezelf vreten energie. Ik ‘moet’ omdat ik het mezelf nooit zou vergeven als ik Michel en Demian kwijt raak door het verlies van Alex*. Ik wil overigens ook mezelf niet verliezen en Alex* al helemaal niet. Hij hoort er bij, bij mij. Ook al is het geen garantie, ik weet dat ik er alles aan doe om mijn liefde hoog te houden. De liefde voor het leven, mijn man en beide kinderen en alle anderen. Want er is nog zoveel moois! In de brij van woorden en mooie plaatjes waardoor ik ontroerd en geïnspireerd raak. In de brij van alles wat ik wil, voel en denk. Ik zoek naar mijn eigen waarheid… (met een heleboel hulp van buitenaf…)   
    
 

Dream it, wish it, do it…

Wat een ontzettend rare dag weer. Als alles volgens plan was verlopen was dit mijn laatste verlof dag geweest. Als alles goed was gegaan, als ik m’n baan had gehouden, als Alex* nog geleefd had, als, als, als… Maar het ging niet volgens plan, het ging anders. Geen baan, geen baby… Hoe ziet de toekomst er uit? Ik ben zo aan het piekeren, mijn hoofd loopt over. Ik slaap slecht, ik ben enorm onrustig. Mijn hoofd barst uit elkaar van inspiratie, plannen en ideeën. Mijn telefoon notities staat vol met hersenspinsels. Het is nog steeds een grote brij wat naar een punt toe moet komen. Stap voor stap gaat dat zeker lukken, daar ben ik van overtuigd. Het kost alleen veel tijd. En die heb ik op zich natuurlijk wel. Soms denk ik zelfs dat ik iets te veel tijd heb, om na te denken bijvoorbeeld. Dat gefilosofeer van mij. Misschien neem ik mezelf iets te serieus. Ik hoor mijn oom nog zo zeggen: ‘wordt geen drammer’. En ik snap wat hij bedoeld, maar soms is het zo moeilijk. Door Alex* lijk ik wakker geschut. Ik ben impulsief en wil iets te weeg brengen. Bewustwording over dit onderwerp. Vanmiddag kwam er een nieuwsbericht voorbij op AD.nl. Fotograaf legt afscheid vast. Het gaat over een Australisch gezin wat afscheid moet nemen van hun pasgeboren baby. Op Facebook heb ik een paar kee geprobeerd woorden te formuleren onder alle reacties, en telkens weer verwijderd. Uiteindelijk heb ik dit maar naar de redactie gestuurd:

Geachte AD.nl,
Normaal doe ik dit niet zo gauw, maar ik heb een vraag. Waarom zetten jullie zo vaak nieuwsberichten over Australiërs en Amerikanen op de app? Ver van mijn bed show… Voorbeeld: ik zie net het bericht van dat Australische koppel dat afscheid neemt van hun baby, hartverscheurend ja! Maar waarom zo ver weg? Dit soort dingen gebeuren ook in Nederland, ik heb zelf helaas ook dit soort foto’s. Wat me vooral stoort zijn de reacties van mensen hierop. “Ohhh wat erg voor die mensen” “je ergste nachtmerrie” enz. Mensen roepen weer domme dingen, terwijl het voor heel veel mensen de echte harde werkelijkheid is. Ik ben absoluut voor bewustwording van dit onderwerp in de media en maatschappij, maar kies dan berichten uit over Nederlanders, dan zal het mensen pas echt raken en kunnen er veranderingen plaats vinden. Zal er bijvoorbeeld meer aandacht voor het BRP-registratie komen en taboe’s over dit onderwerp worden doorbroken…

Met vriendelijke groet, moeder van een Sterrenbaby Alex* (19 december 2015) http://www.sterrenbaby.wordpress.com

Martine van der Burg

Ps.

Suggesties:

Kusje in de wind

Liever bij mij

Altijd een kind te kort

Lieve Engeltjes

Enz. Enz….

Ik kon het gewoon niet laten. Het maakte te veel in me los. Het schoot eigenlijk weer in m’n verkeerde keelgat. Ik wil hier iets mee, ik moet er iets mee. Men zegt ook doe iets met je talent, maar wanneer wordt je een vervelende drammer, wanneer wordt het een obsessie? Ben ik er te veel mee bezig? Ik zit momenteel dus in de woede-fase van het rouwen. Ik voel veel boosheid. Ik heb dit blijkbaar nodig. Ondanks alles leer ik zo veel. Ook me minder aan te trekken van anderen, te doen waar ik me goed bij voel, anderen te willen helpen. Ik werd net gevraagd of ik m’n verhaal wil vertellen bij een bijeenkomst van Rescue Baby Gambia. Ja graag, kenbaarheid, bewustwording, maar hoe zwaar is dat voor mij? Kan ik dat wel aan? Hoe vaak zal ik op m’n ‘bek’ gaan tijdens mijn missie. Als ik een kinderboekje schrijf en geen enkele uitgever het uit wil brengen? You don’t know if you don’t try….”she turned her can’ts into cans, and her dreams into plans”

Net waren we in het ziekenhuis bij de gynaecoloog. Alles is voorlopig in orde. Het was een fijn gesprek. Ik vertrouw haar. Ze verteld onder andere ook over de audit die is geweest. Ze zijn er goed mee bezig en evalueren alle handelingen. Ik ben blij dat ze weer nieuwe dingen kunnen leren en er mee aan de slag gaan. Er zijn geen fouten gemaakt, Alex* had het hoe dan ook niet gered, maar toch is het fijn dat het hen ook niet in de koude kleren is gaan zitten. In september mogen we het weer proberen, vele deuren gaan voor ons open, maar de toekomst zal het leren. We weten niet wat er voor ons in het verschiet ligt. We weten niet hoe het ons zal vergaan. Het enige wat ik heb is hoop en kracht. En een drang naar er iets ‘moois’ van maken. Ik wil het gevoel hebben dat Alex* niet voor niets is gestorven. Ik wil het positief benaderen, iets brengen… Alex* moet iets betekenen. Na afloop ben ik naar de kraamafdeling gelopen en heb er flyers van het boek ‘Liever bij mij…’ gebracht. Mochten andere ouders het zelfde afschuwelijke overkomen als wij, dan hoop ik dat ze net zoveel steun uit de map met folders halen als wij. En daar heb ik nu een prachtige flyer van een geweldig boek bij gedaan. Ik hoop dat het anderen helpt. Dan is Alex* met een reden overleden. De reden dat ik mijn liefde nog meer toon aan de buitenwereld. De wereld heeft meer liefde nodig… 

  

De taal van handen en voeten 

Je komt uit bed, je kleedt je leuk aan, want dat heb ik van mijn moeder geleerd. Als je sip bent dan zorg je er in ieder geval maar voor dat je er goed uit ziet. Dat helpt. Vaak hoor ik haar nog zeggen ‘maak er wat van!’. Dus ik doe ook nog een bloem in mijn haar, hup ontbijt er in. Dingen die voor anderen misschien vanzelf sprekend zijn, kosten mij moeite. Bepaalde handelingen gaan niet meer als vanzelf. Ik moet er bij na denken en ik dwing mezelf. En soms is het juist ook gaan op de automatische piloot, want anders lukt er niets meer. Dat gaat overigens ook steeds beter. Vaak voel ik al niet meer die rauwe overheersende pijn in mijn hart. Heb ik minder de behoefte om het verdriet te uiten. Het is er, ik weet het, ik functioneer zo goed als ik kan en ik ga door. Des te groter zijn de klappen die je niet ziet aan komen. Ik zocht in de voorgaande maanden soms juist dingen op die mij aan het huilen maakte. Ik was er mee bezig om het verdriet op te zoeken, te ondergaan, zodat de tranen er uit konden. Nu merk ik dat dingen me ongewild door ‘de strot’ worden geduwd. Ik zoek pijn niet meer zelf op, maar het komt me tegemoet. Ik ben niet meer bewust bezig met mezelf ontroeren, nee dingen raken me nu plotseling. En dat is heftig. Als je er vanuit gaat ‘s ochtends rustig in de dienst te zitten, zonder al te veel moeite. Bezig bent met onbenulligheden en je ineens wordt overmand door onverwachte gebeurtenissen. Pittig. Het ging vanochtend over handen en handelingen, vrij onschuldig. Totdat er een heel lief liedje door het kinderkoor werd gezongen hierover:
Zie je wat ik vertel

Met mijn handen kan ik praten,
ze vertellen jou een heleboel.

Als ik wijs of als ik wenk,

weet je vast wat ik bedoel.

Met m’n handen kan ik praten,

ze vertellen jou een heleboel.

Als ik zo doe, zo of zo,

weet je vast wat ik bedoel.

Refrein:

En met woorden kan ik zèggen, 

wat ik diep vanbinnen voel. 

Als ik fluister, juich of zing,

zegt dat van mij een heleboel.

Met m’n ogen kan ik praten,

ze vertellen jou een heleboel.

Met een boze blik of knipoog

weet je vast wat ik bedoel.

Met m’n ogen kan ik praten,

ze vertellen jou een heleboel.

Als je goed kijkt, merk je iets van

wat ik denk en wat ik voel

Ondertussen werden er foto’s getoond van een babyhandje om een volwassen vinger en babyvoetjes in volwassen handen in hart-vorm. En zo gebeurde het dat ik totaal verrast werd door intense emoties. Ik kon het lied niet eens afluisteren, tranen stroomden als een grote rivier. Pijnlijk verdriet, gemis, trauma’s, beelden op mijn eigen netvlies en ook woede. ‘Hoe halen ze het in hun hoofd?!’ dacht ik in eerste instantie nog. Ik was ineens zo overstuur en voelde een golf van misselijkheid opkomen. Ik kon maar een ding, weg uit de zaal. Weg… Gelukkig kwamen mijn zus en mijn vader me troosten en kon ik weer kalmeren. Kwam ik weer tot rede, niemand kan hier iets aan doen. Ik kan dit soort foto’s niet verbieden. Baby’s zijn er nou eenmaal en ik wil die afgunst niet voelen. Geboorte is juist zoiets wonderlijks. Het overviel me gewoon. Vooral omdat ik de dag en avond ervoor er ook zo mee was geconfronteerd. Een van de vrouwen van gister droeg een ketting met de afdruk van het voetje van haar zoontje en ook in haar geboorte/rouwkaartje stond diezelfde afdruk op ware grote. De andere vrouw had ook een foto van de handjes van haar overleden tweeling op internet gezet. Veel lotgenoten vinden het voor anderen te confronterend om het gezichtje van hun overleden baby(‘s) op internet te zetten, dus gebruiken ze mooie foto’s van handjes en voetjes. Ik zag gisteravond ook weer een foto van een voetje voorbij komen. Maar het gekke is dat je ook aan die foto’s kan zien dat het kindje niet meer leeft. Zonder leven veranderen handjes en voetjes zo snel, nageltjes donkerder, bepaalde groefjes, slap en toch stijf, en vaak zijn de foto’s in zwart-wit. De foto van vanmorgen met gezonde roze voetjes was zo’n groot contrast met wat ik steeds zie. Het hakte er echt bij me in. Juist ook omdat mijn handen, Alex* niet hebben kunnen hebben beschermen. Ik heb het leven van Alex* niet in mijn handen mogen hebben. Nooit vergeet ik meer dat slappe lichaampje toen het al te laat was, dat zo snel koud werd, waar niets meer in zat. Geen handjes en voetjes waar bloed door heen stroomde, geen spierspanning. Alleen maar de verstijving die snel zijn intrede deed. Hoe anders is een levend kindje, het wonder van de zuchtjes en kreuntjes. Vanmiddag gingen we op kraamvisite bij vrienden. Een wolk van een meisje, zo lief en schattig. Zo mooi, dat neusje. Mijn god, de neusjes van baby’s, zo prachtig… Kleur, levendig, adem… Ik heb express niet naar de handjes gekeken, maar ik heb haar wel vast gehouden. Het was niet moeilijk, ik was ontroerd, maar dat was ik voorheen ook bij nieuw leven. Emotioneel bij een wonderlijk nieuw mensje, fantastisch! Ik hou daar juist van en nu was ik voorbereid. Wist ik wat er ging komen. Daarna wilde ik alleen niet meer naar huis, ik zei tegen Mies ‘kom we rijden snel door naar het berenrestaurant’. Daar hebben we deze mooie dag ondanks haken en ogen afgesloten. En weer werd ik een beetje overrompeld door meerdere bekenden die we tegen kwamen. Naïef om te denken dat je niemand zal zien, maar toch had ik er niet op gerekend. Het is ook verder niet erg voor ons, maar voor diegene is het vaak wel nog lastig. Demian’s kraamverzorgster, een oud (zwanger) klasgenootje en een oud-vriendje.. Mensen die ik niet dagelijks zie, maar wel alles van me weten. Ontroerend dat mensen volschieten, glimlachen en je kussen. De oprechte vraag: ‘hoe gaat het nou met je?’. Dankbaar en teder. Ik ben zo blij dat we niet ontweken worden. Dat we er mogen zijn met al ons verdriet en vreugde. Medeleven. Dankzij mijn blog en onze openheid en het lef van die moedige mensen kunnen we het dragen. Zijn naam zal genoemd blijven worden. En niet alleen door onze familie. Alex* was er en zal er altijd zijn, en niet alleen voor ons….. Wij en hij worden op zoveel dappere handen gedragen…  

 Mijn handen om jou heen

Al vanaf het eerste begin

Je bent niet alleen

Ik wil je koesteren

Je aaien en je kroelen

Mijn liefde laten voelen

Teder en geborgen

Had ik maar voor je kunnen zorgen

Had ik je maar kunnen beschermen

Ik zal me altijd over jouw ziel ontfermen

Ook al kon ik je niet redden

Je behoeden van de kou 

De warmte zit in mijn hart

Ik voel nog altijd op mijn huid 

Die handjes en voetjes van jou